zondag 5 juli 2026

 

Kwetsbaar en sprankelend relaas van pijn en verlies

 

Elisabeth Lucie Baeten is in Vlaanderen behoorlijk bekend als TV-persoonlijkheid en door de vele volgers op haar Instagramaccount. Ze neemt politici op de hak in filmpjes. Daarnaast is ze scenariste en werd ze bekend door het kinderboek En ze leefden nog en het vervolg En ze leefden nog altijd. Met Er is niks brengt ze nu een non-fictieboek uit voor volwassenen.

Baeten vertelt in dit boek over haar lange gevecht tegen een lichaam dat haar telkens opnieuw verraadt met fysieke en emotionele pijn: slokdarm-, maag- en buikpijn, extreme stress en angst, hyperventileren en paniekaanvallen, … Ze ondergaat vele operaties, ontmoet leerkrachten, dokters en specialisten waarvan sommigen haar pijn en problematiek bagatelliseren of goedmoedig bestempelen als stress die tussen je oren zit. Vol werkijver en koppigheid zet ze telkens door en neemt niet de tijd om tot rust te komen. ‘Toen was het opeens een half jaar later en had ik per ongeluk nog niet gerust.’ Tot ze crasht en hard. De psychologe vertelt haar dat ze een enorme hoeveelheid issues meebrengt en zoekt samen met haar – niet zozeer naar dé oplossing, maar toch op zijn minst naar een kader, een handvat, een label om beter te begrijpen wat er aan de hand is.

Het resultaat van dit alles is een moedig boek dat bijzonder kwetsbaar – wie spreekt nu graag over problemen met de endeldarm?- en zelfkritisch is – ‘De komende drie weken lig ik in bed om te bekomen van mijn operatie. Dat is wat ik had kunnen zeggen als ik ook maar een greintje voortschrijdend inzicht in mij had.’

Het boek geeft een inkijkje in de tekortkomingen in de gezondheidszorg, maar ook in de miserie die een mens zichzelf kan aandoen door maar lang genoeg de gezonde volwassene in zichzelf te negeren en almaar te blijven doorgaan, want de ziekte is onzichtbaar en er wachten zoveel professionele kansen. Daar waar zo’n boek zwaar zou kúnnen overkomen of klagerig, is dat hier niet het geval, want de schrijfster slaagt erin om nu eens met sarcasme, dan weer met humor voldoende lichtpuntjes te brengen in wat anders best zware materie zou kunnen zijn. ‘de buikpijn (…) heeft nogal moeite met zich in stilte bezighouden.’ Het is die knappe combinatie van kwetsbaarheid en humor die maakt dat de lezer zich kan identificeren met de auteur en het bijzonder vlot geschreven boek in één benieuwde ruk kan uitlezen.

Daarnaast valt bovenal de enorme taalvirtuositeit van Baeten op. Ze jongleert met taal alsof het niets is en legt alles zeer treffend en beeldrijk uit. Zo gaat ze ijlend van de pijn naar een fotoshoot voor haar werk. ‘Dikke middelvinger naar mijn lichaam denk ik (…) Ik ben ziek van de pijn en de pillen. Ik ril van top tot teen en onder mijn professionele make-up zit alleen grijs. Dikke middelvinger terug denkt mijn lichaam.’

Als ze het over een te lage bloeddruk heeft, klinkt dat als volgt: ‘Maar eigenlijk ging ik die zondag, twee dagen nadat mijn acht over vijf mij was komen zeggen dat het vijf over twaalf was, naar een voorleessessie…’

Of wanneer ze vertelt hoe ze al kind toneelstukjes opvoerde op familiefeesten. Nu als volwassene, faket ze vertrouwen en een vlotheid in smalltalk die ze ontbeert. ‘Er is nog niet heel veel veranderd, ik voer nog altijd toneeltjes op.’

Het toont de knappe mix tussen zelfkritiek, humor en een knappe beheersing van de taal die dit boek zo sterk maakt. Een aanrader voor wie zelf worstelt met chronische pijn, voor wie meer begrip wil krijgen voor ‘onzichtbare’ ziektes en voor iedereen die kan genieten van taalkundig sterk geschreven boeken.

 

Ambitie en liefde tegen het Italië van de jaren ‘50

 

Francesca Giannone won met haar debuutroman De brievenbezorgster van Puglia de Italiaanse Boekhandelsprijs. Met De zeepmaakster van Salento schreef ze haar tweede roman. De vertaling gebeurde door Manon Smits.  

Met trots en toewijding werken Lorenzo en Agnese dagelijks in de zeepfabriek van de familie. Dit Casa Rizzo is hun ziel en zaligheid. Beiden vinden er voldoening en dit versterkt hun reeds zeer goede band als broer en zus. Dan beslist hun vader om de zeepfabriek te verkopen. Broer en zus reageren hier na hun aanvankelijke schok totaal anders op. Daar waar Agnese zo gehecht is aan huis en fabriek dat ze beslist te blijven, is Lorenzo trots en enorm gekrenkt. Hij besluit te vertrekken en elders zijn geluk te beproeven. Met als ultieme einddoel om vroeg of laat, kost wat kost de fabriek te kunnen terugkopen. Het leidt tot een enorme breuk tussen beiden en binnen de familie. Wiens keuzes zullen geluk brengen?

Na een proloog in 1953, wordt de lezer meegenomen naar 1958 in het kleine Italiaanse kustplaatsje Araglie in Puglia. De sfeer wordt heel mooi geschilderd met de muziek van toen, een regering die op vallen staat en de politieke strubbelingen van toen en weduwen die jaren na het verlies van hun man nog steeds in het zwart gekleed gaan. Ook de rechten van vrouwen zijn nog niet wat ze nu zijn. Zo krijgt Lorenzo’s vriendin van hem het verwijt dat ze niet gecharmeerd mag zijn van het compliment van een andere man en krijgen knappe vrouwen niet mis te verstane insinuaties over hun lichaam. Daarnaast wordt ook gesproken over het feit dat het altijd de vrouwen zijn die moeten keuzes maken en daarbij zaken opgeven. Het is echter niet alsof je als lezer struikelt over de Italiaanse details van die tijd. Het stoort het tempo van het verhaal geenszins en is net voldoende om het aangenaam te kruiden.

De twee hoofdpersonages worden prima uitgewerkt. Beide komen afwisselend aan bod en de lezer leert hen goed kennen. Lorenzo is trots en ambitieus. Hij is zeer principieel en weet van geen wijken. Hij moet en zal zijn doel bereiken ongeacht de prijs die dit hem en zijn dierbaren kost. Deze ver doorgetrokken ambitie en koppigheid zou zeer onaantrekkelijk kunnen zijn, maar de schrijfster portretteert hem op zo’n manier dat de lezer blijft meeleven met hem, of die het nu met zijn keuzes eens is of niet. Agnese is liever en meegaander, zachter en milder. Toch mag ook zij niet onderschat worden. Ook zij is ambitieus op haar manier. ‘Haar ogen straalden ineens, er was een zweem van opwinding in haar stem gekropen, en zelfs haar lichaam had een andere houding aangenomen, stevig en zelfverzekerd.’

Een boeiend karakter is dat van vader Giuseppe, die hoewel slechts een randkarakter, een mooie persoonlijke groei kent doorheen het verhaal.

Het boek eindigt met een epiloog waarin je een generatie later op knappe wijze nog een aantal dingen te weten komt over sommige personages.

Het verhaal gaat over thema’s als liefde, familiebanden en ambitie. Het is soms lief en schattig, soms pijnlijk en ontroerend. De lezer zal enorm meeleven met de lotgevallen van de familie tegen een mooie achtergrond. Francesca Giannone heeft bovendien het lef om haar boek niet met een zeemzoete saus te overgieten, maar daarentegen met realisme een en ander niet goed te laten eindigen. Dat kleine tragische randje maakt het verhaal alleen maar beter.

Met dank aan Libelle voor het recensie-exemplaar.

 

zaterdag 9 mei 2026


Sterke romance, minder sterke beeldspraak

 

Met Drie zomers in een vertaling van Ireen Niessen, is Karen Swan weer aan een nieuw boek toe. De schrijfster is populair in verschillende landen en onder haar bijna dertig boeken zijn er meerdere bestsellers.

In het traditionele havenplaatsje Tricase Porto in het zonnige Puglia wacht Rafaella Parisi vol ongeduld op de jaarlijkse terugkomst van haar goede vriend Cosimo Franchetti. Zijn hertogelijke familie komt elk jaar zes weken genieten van de zomer in het plaatsje. Cosimo en zijn zus Romola zijn zeer goed bevriend met Rafaella en haar vriendin Gina. Het is zomer 1957 en de vier zijn adolescenten geworden. Er ontstaat seksuele spanning tussen Rafaella en Cosimo. Een rampzalig ongeluk die zomer verandert echter alles. Rafaella doet een gelofte met zeer verstrekkende gevolgen. De zomer erop begint het dorp stilaan de gevolgen te merken van die gelofte. In de zomer van 1961 ontmoeten Rafa en Cosi elkaar opnieuw. Kan Rafa het leven zoals ze dat nu kent de rug toekeren en alsnog kiezen voor Cosi?

Het boek is opgedeeld in een proloog, zomer 1957, zomer 1958, zomer 1961 en een epiloog.

Bij het gebruik van beeldspraak vallen negatieve en positieve zaken op te merken. Zo begint hoofdstuk drie met het beeld van het zonlicht dat duizend gouden pijlen weerkaatst. Het daaropvolgende hoofdstuk opent dan weer met muziek als zilveren pijlen. We lezen dat ‘haar naam landde als een vogel op haar schouder’ en minder dan twintig pagina’s verder dat zijn bulderende lach als een dode vogel uit de lucht viel. Toch zijn er ook minder in herhaling vallende beelden te vinden. Zo is de vergelijking van een rol satijnstof met het paard van Troje dat de losse seksuele moraal van Hollywood zou binnenbrengen in de kleine gemeenschap aan zee een grappig en knap beeld. Of ‘Cosimo trok zich terug, met grote teugen happend naar lucht terwijl de wanhoop door zijn hele torso golfde. Hij had het gevoel dat hij een onweersbui had ingeslikt.’ Soms neigt de beeldspraak te veel naar het bombastische. Zo tsjirpten de cicaden op volle sterkte ‘terwijl de schemering op een vurige triomfwagen aan kwam rijden.’ Elders zien we dan weer wel een mooi volgehouden vergelijking met een getijdenstroom, de kust en een bootje op drift, metaforisch gebruikt. En ook ‘Haar huwelijk was een maanlandschap geweest waarin de donkere kant van de maan nooit zichtbaar was geweest’ is een bijzonder mooi beeld.

De auteur slaagt erin om knappe scènes uit te werken. Zo is het gesoebat over de halslijn, de lengte van de mouwen en de lengte van de rok van een bruidsjapon met aan de ene kant de traditionele nonna’s en aan de andere kant de moderne, jonge bruid behoorlijk hilarisch. Andere scènes zijn dan weer snel en koortsig, meeslepend, zeer ontroerend of spannend met hier en daar een twist erin.

De locatie, tijdsgeest en cultuur worden knap in beeld gebracht. Zo wassen de vrouwen nog in het washuis, crushen ze ijs voor drankjes met een ijspriem uit een blok, gaan de nonna’s gekleed in zwarte kleren en werken de dorpsvrouwen maandenlang samen met man en macht aan het kantwerk voor een bruidsjurk of doopjurk. Het traditionele aspect komt nog sterk aan bod wanneer de vrouwen zoals altijd aan land blijven en de mannen uitzwaaien als die op tonijnjacht gaan. Ook het grote verschil in klasse tussen de eenvoudige vissers, groenteboer enzovoort versus de hertog en diens gezin is duidelijk. Zo verschillen de rampen die beide klassen overvallen tussen respectievelijk zwangerschappen die ze zich niet kunnen veroorloven en mislukte oogsten versus de cointreau die op is.

De schrijfster is sterk in de uitwerking van haar personages. De lezer volgt het verhaal vanuit drie perspectieven: Cosimo, Rafaella en haar jeugdvriend Fon Giannelli. Hen leren we uit eerste hand en dus het beste kennen. De andere personages worden minder diep uitgewerkt en staan eerder in dienst van de sfeergeving, hoewel we de bad guy van het verhaal toch ook redelijk leren kennen. De chemie tussen Rafaella en Cosimo is ontegenzeggelijk aanwezig. De ereprijs gaat echter naar Fon, die als bijzonder complex, meerlagig personage zonder enige twijfel het boeiendste karakter van het boek is.

Op de beeldspraak na die af en toe even uit de bocht gaat of in herhaling valt, slaagt Karen Swan erin om een prachtige romance uit te werken tegen het kader van een traditioneel Italiaans dorpje, vol geheimen, intriges en diepgaande gevoelens waardoor je volop meeleeft, mee treurt en mee geniet van alles wat ze haar lezers voorschotelt.




 

Lijvige parel vol licht en donker

 

De Franse Valérie Perrin kennen sommige lezers vast nog van Vers water voor de bloemen dat ik zelf onder zijn oorspronkelijke titel las: De bijzondere levens van Violette. Dat boek sloot ik onmiddellijk in mijn hart en blijft mijn absolute favoriet van deze auteur. Daar dicht op volgend komt echter haar nieuwe roman, Mijn tante Colette, vertaald door Ghislaine van Drunen, Annelies Kin en Nathalie Tabury.

Agnès krijgt bericht dat haar tante Colette is overleden. Dit brengt haar eerder in de war dan dat het haar verdriet doet. Haar tante stierf immers reeds drie jaar geleden. Op aandringen van de politie reist ze toch af naar Gueugnon in de Bourgogne om het lichaam te identificeren. Daar ontdekt ze een verzameling cassettebandjes die haar tante haar naliet met daarop haar levensverhaal. De onopvallende tante blijkt een verleden gehad te hebben vol geheimen.

Deze lijvige roman is opgedeeld in twee grote delen. Daarbinnen springen de korte hoofdstukken van het verleden van Colette in de jaren ‘50 en ‘60 naar het heden van Agnès in 2010, maar ook naar het verleden van Agnès. Ondanks dit voortdurend heen en weer springen, werkt deze vorm en leest deze boeiende roman vlot. De lezer moet er wel tegen kunnen dat elk antwoord een tijdlang alleen maar meer vragen oproept.  

De personages zijn pareltjes. Colette die ogenschijnlijk onopmerkelijk is, met een talent om te verdwijnen, maar wat een krachtige vrouw is zij; Agnès, eeuwig treurend om haar ex; Soudoro, de baarlijke duivel. Daarnaast zijn er nog talloze andere personages die het verhaal mooi inkleuren. Een aantal van hen bepaalt soms het vertelperspectief in de ik-vorm of in een derde persoon.

De thema’s zijn onder meer opofferingsgezindheid uit liefde in al haar vormen, maar ook het kwaad in verschillende vormen tegenover de goedheid van sommige mensen die vaak goed doen in het verborgene. Hoewel de thema’s iets meer duisternis bevatten dan in Vers water voor de bloemen, brengt de schrijfster af en toe een humoristische noot in.

‘De urn zit nog steeds als een braaf kind vast in de veiligheidsgordel.’

Wanneer Soudoro aan het woord is, verandert de stijl. Die wordt eng en spiegelt zo het obsessieve monster dat aan het woord is.

De taal van het boek is mooi en we treffen dan ook vele knappe zinnen aan.

‘Ik kreeg Ana enkele maanden nadat de film was uitgekomen. Met haar vervloog alle hoop op nog een kind. Maar wat geeft het, Ana is in haar eentje alle kinderen waarop ik heb gehoopt.’

‘Ik was de medeplichtige van mijn cipier.’

Ook de beelden zijn vaak ingenieus.

‘Zijn gegiechel klinkt als een sterrenregen die op de lange, sombere lucht wordt afgevuurd.’

‘Wist ik nog niet genoeg? Ik denk dat ik op dat moment besefte dat ik de puzzel niet meer wilde afmaken, maar hem simpelweg in een kast wilde opbergen.’

Hoewel het boek best dik is, zitten er voldoende verhaallijnen, interessante personages en twists in om de lezer geboeid te houden tot het einde. Om met een citaat uit het boek af te sluiten: ‘Als een roman geweldig is, bevat die licht, beelden, woorden en gevoelens. En de personages worden echt omdat je eraan gehecht raakt.’ En dat geldt absoluut voor deze roman.


zondag 5 april 2026

 

Literaire parel van een roadtrip

 

Eva Posthuma de Boer schreef onder meer De hand van Mustang Sally, een ijzersterke roman die Mezza boek van het Jaar werd in 2022. Omdat ik je zie is haar zevende roman. Ook dit boek werd door Mezza gekozen tot boek van de Maand maart 2026.

Lou Rijziger wordt 49 en alles zit haar tegen. Haar man woont quasi permanent in Brussel voor zijn werk, terwijl zij in Amsterdam wegkwijnt in een leeg nest want ook zoonlief is uitgevlogen en studeert nu elders. Daarbovenop is haar vader recent gestorven en is ze rond dezelfde periode ontslagen uit haar job als columnist bij de krant. Haar baas heeft haar een ondankbaar opruimklusje gegeven in het archief van necrologieën. Tegen de verwachtingen in begint Lou zich te interesseren voor het onderwerp van de necrologieën. Wanneer ze ontdekt dat de laatste necrologie waar haar vader aan schreef, verwijst naar een geheim waarvan haar vader tijdens een bezoek aan Spanje de scoop zou krijgen, besluit ze in zijn plaats naar Spanje te gaan en zijn laatste verhaal af te maken. Wat volgt is een roadtrip samen met haar kat, Broer en met het zesjarige meisje Emmy.

Het boek bestaat uit drie delen en komt iets trager op gang dan De hand van Mustang Sally – waar het trouwens een paar keer licht naar verwijst. Eenmaal op gang gekomen, is het echter vlot geschreven en vertelt het een boeiend verhaal. Thema’s zijn de zoektocht naar zingeving in de tweede helft van je leven, zeker na het ondervinden van het Lege Nest, het herevalueren van de relatie en de gedoofde spanning en sensualiteit daarin, schuld, schaamte en vergeving, maar bovenal het zoeken naar identiteit wanneer je erg jong reeds half wees wordt, want Lous mama is gestorven toen ze een klein meisje was.

Deze thema’s zouden het boek zwaar kunnen maken, ware het niet dat de auteur haar verhaal voldoende kruidt met humor.

‘De hele voorraad wijn ging eraan. Er lagen flessen tussen die Cas al jaren bewaarde voor speciale gelegenheden. (…) Cas zou me wat aandoen als hij dat lege rek zag. Gelukkig was Brussel ver.’

Of wanneer Lou denkt Ashes to ashes, dust to stress ball over het zakje as dat ze meekrijgt.

Ook de scènes waarin de kat hotels binnen wordt gesmokkeld zijn grappig.

Net zoals in De hand van Mustang Sally valt de bijzondere literaire kwaliteit van dit boek op. De schrijfster toont weerom hoezeer ze haar métier beheerst. Zo worden spiegelwanden beschreven als volgt:

‘…kordaat begaf de ober zich tussen de tafels door mijn kant op. Zowel links als rechts van hem liep hij met zichzelf mee.’

Wanneer alles goed gaat: ‘Dat kon natuurlijk niet zo blijven, lachte het lot. Maar vooralsnog hield het lot zich koest, reden we, en zat Emmy klaar voor mijn verhaal.’

Naast de vele mooie zinnen, treffen we knappe beelden aan.

Zo wil ze geen liefde op rantsoen want ‘misschien hadden de boeken de lat gelegd en legde ik liefde daarlangs.’

Ook het beeld van de toeristen die als een kudde opgejaagde stieren naar een touringcar dendert om uit de regen te geraken zie je zo voor je.

Posthuma de Boer besteedt veel aandacht aan het zorgzaam vormgeven van haar personages. Zo beschrijft de liefde waarmee Lou haar vaders spullen in zijn werkkamer observeert haar diepe genegenheid voor hem. Lou gedraagt zich niet altijd even netjes onderweg, maar dat maakt haar net zo menselijk. Ze worstelt met het feit dat haar man, Cas, haar alleen gelaten heeft toen hij zijn carrière volgde richting Brussel en haar niet meer echt ziet. Daardoor gaat ze onder meer met opzet massa’s geld uitgeven met zijn creditcard. Het maakt zowel haar als Cas echte mensen met gelaagde persoonlijkheden. Je begrijpt en vergeeft hen. Je kan met hen meeleven en je in hen inleven.

Persoonlijk blijft De hand van Mustang Sally mijn favoriete boek van Posthuma de Boer, maar dit boek zit het kort op de hielen. De literaire kwaliteiten zijn onmiskenbaar, de emoties echt, de humor goed en de roadtrip is er eentje waar je graag bij was geweest – behalve misschien bij het eten in het Ecohotel.


donderdag 8 januari 2026

 

Hartverwarmende roman waarin vrouwen vechten voor hun dromen

 

Met De boekenclub voor dwarse huisvrouwen keert Marie Bostwick na tien jaar hedendaagse romans te hebben geschreven, terug naar de historische roman, zoals ze die in haar beginjaren als schrijfster ook schreef. De vertaling gebeurde door Daniëlle Visser.

Vier huisvrouwen uit het lieflijke Concordia in de VS van 1963 worden stapelgek van het hun opgedrongen leventje als huisvrouw. Betty Friedans boek The Feminine Mystique zet hen ertoe aan een boekenclub te vormen om hun dagelijkse sores te bespreken en dieper in gedenkwaardige boeken te duiken.

Friedans boek The Feminine Mystique speelt een belangrijke rol in De Boekenclub voor dwarse huisvrouwen. Het boek onderzoekt waarom vrouwen zich in de jaren ‘60 zo ongelukkig voelden in de hen door de maatschappij opgelegde rol van huisvrouw, moeder en echtgenote, ook als ze materieel alles hadden. De vrouwen hadden het onbestemde gevoel vast te zitten, maar konden hun ongenoegen niet verwoorden.

De vier huisvrouwen botsen regelmatig op situaties die we nu als bijzonder onrechtvaardig en zelfs surrealistisch vinden. Zo weigert de huisarts aan een van hen anticonceptie voor te schrijven zonder de handtekening van haar man. Een andere vrouw mag geen bankrekening openen wanneer ze begint te werken en heeft de toestemming van haar man nodig om haar zelf verdiende geld te storten op een eigen rekening. In het nawoord vertelt de schrijfster hoe echtparen pas in ’65 het recht kregen op anticonceptie in de VS en vrouwen pas in ’74 het recht kregen een eigen bankrekening te openen. Het zijn obstakels waar we slechts enkele generaties later versteld van staan.

‘De ideeën vond ze prikkelend. Ze leken nieuw, maar hadden tegelijkertijd iets vreemds bekends. Het voelde alsof een sluimerend deel van haar bewustzijn werd wakker geschud.’

Ook de tekortkomingen in Friedans analyse worden aangestipt wanneer er tijdens de boekenclub wordt opgemerkt dat de analyse enkel over witte middenklassevrouwen gaat. Zelfs de bemerking dat ook mannen vastzitten in het keurslijf en er van hen verwacht wordt dat ze het grootste deel van de financiële last dragen, of ze hun baan nu graag doen of verafschuwen, wordt aangestipt door een van de vrouwen. Het geeft dit boek enige diepgang. Toch valt er als minpunt op te merken dat het niet geloofwaardig is dat alle vier de vrouwen er uiteindelijk in slagen hun dromen te volgen in de beklemmende tijdsgeest waarin ze leefden. Het insinueert een grotere slaagkans dan er wellicht mogelijk was in werkelijkheid. Hoe fijn dat ook is om te lezen en hoe hard je dat ook hoopt als lezer, het maakt het boek minder sterk en tamelijk onrealistisch.

De personages worden redelijk goed uitgewerkt. De lezer volgt elk van de vier vrouwen, met een groter aandeel voor het verhaal van Margaret. Het duurt even voor je met hun lotgevallen meeleeft en je met hen gaat identificeren, maar uiteindelijk supporter je voor elk van de vier vrouwen.

Er zitten soms visies in het boek die je even dieper doen nadenken. Dat maakt het een geschikt boek om in een boekenclub te bespreken.

‘Doordat de mogelijkheid om te studeren me werd ontzegd, omdat ze dachten dat ik toch zou trouwen, hebben ze ervoor gezorgd dat ik uiteindelijk ook niet anders kon.’

Hoewel er meer realisme in gestopt mocht zijn, zitten er een aantal goede scènes in het boek die boven de rest uitstijgen en het geheel vormt een aangenaam en hartverwarmend boek dat vast menig lezer zal plezieren.


dinsdag 30 december 2025

 

Onderhoudende roman over verborgen vrouwenrol bij bouw Eiffeltoren

 

Met Mademoiselle Eiffel is Aimie K. Runyan aan haar vierde boek toe. De vertaling gebeurde door Corry van Bree.

Het verhaal start met een hoofdstuk in 1891 waarin het verhaal echt met de deur in huis valt met een huiszoeking bij de familie Eiffel. Daarna keren we veertien jaar in de tijd terug. Claire is veertien jaar wanneer haar moeder sterft. Ze moet als oudste voor haar vier jongere broertjes en zusjes zorgen, voor het huishouden en voor haar vader. Die vader betrekt haar ook in grote mate bij zijn werk. Claire doet de boekhouding, vergezelt haar vader op zijn werkreizen en organiseert lunches als de vrouw des huizes. Vader Eiffel heeft succes met zijn vele bouwprojecten en werkt aan het ontwerp en de bouw van een 300 meter hoge toren die het aangezicht van Parijs voorgoed zal veranderen. Het gaat de familie voor de wind, tot het project van het Panamakanaal tot een grote mislukking leidt. Vader Eiffel wordt gedagvaard en dochter Claire ziet hoe de toekomst en naam van het bedrijf Eiffel aan een zijden draadje komen te hangen.

Runyan duikt volop in de geschiedenis van de familie Eiffel en de Eiffeltoren. Zo komen we onder meer te weten dat de Eiffeltoren oorspronkelijk bedoeld was om maar twintig jaar te blijven staan en heel controversieel was. Sommigen mensen hadden zelfs schrik dat de toren het weer in Parijs zou beïnvloeden en dat het er een woestijn zou worden. Naar het einde toe leren we over de flop die de bouw van het Panamakanaal werd. Alleen al aan gele koorts bezweken honderden mannen. Honderdduizenden mensen verloren hun spaargeld aan het project. Eiffel die er te laat bij betrokken werd om het project nog te kunnen redden, werd goed vergoed voor zijn diensten, wat een doorn in het oog was van de vele gedupeerden en leidde tot een rechtszaak.

Ook op de rol van de vrouw in die periode gaat de auteur diep in. Claire blijkt een bijzonder getalenteerde, sterke jonge vrouw te zijn geweest, maar haar offers hebben geen sporen nagelaten in de geschiedenis. Als ze nog een jong meisje is, waarschuwt haar vriendin Ursule haar al dat één opgegeven namiddag schilderen voor ze het weet veranderd kan zijn in tien jaar en dat ze haar kunst niet mag opgeven voor haar plichten in het huishouden. Die woorden zullen helaas profetisch blijken. Claire wordt volledig opgeslokt door haar plichten als surrogaatmoeder, vrouw des huizes, gastvrouw, boekhouder en persoonlijke assistente van haar vader. Toch is haar rol in de geschiedenis volledig onzichtbaar. Zoals zo veel vrouwen had ze het ongeluk geboren te zijn in een tijd waarin haar talenten onvoldoende gewaardeerd waren en voor het werk van een man moesten doorgaan of verborgen moesten blijven. Ook wanneer ze drie kinderen krijgt op vijf jaar tijd bedenkt ze zich dat dit niet gebeurd zou zijn als ze zelf zeggenschap gehad zou hebben over haar eigen lot. De auteur verwoordt dit alles prachtig in een heel mooi beeld.

‘De schijn ophouden was minder vermoeiend dan het accepteren van de realiteit dat mijn geest net zo versleten was als een vijftien jaar oud korset na jaren van te strak aantrekken. Ik kon elk moment instorten.’

Wanneer ze op het einde van het boek een kleindochter heeft, hoop ze dat die niet dagelijks offers zal moeten brengen ten koste van zichzelf en dat zo’n lot haar bespaard zal blijven. Zoals de schrijfster in haar nawoord opmerkt, zijn er wel sporen van de kleindochter overgebleven in de geschiedenis. We zien hierin het voorzichtig opkomen van enige rechten voor vrouwen.

Het karakter van Claire wordt bijzonder goed uitgewerkt. We zien echt een kordate, maar ook uitzonderlijk plichtsgetrouwe vrouw voor ons.

Af en toe komen mooie beelden voorbij. Zo vlogen de familieleden ‘gevaarlijk dicht bij de zon en stonden op het punt het uithoudingsvermogen van onze vleugels te testen boven een kolkende zee van giftige pers en wraakzuchtige tegenstanders.’

Het boek leest heel vlot en leert ons heel veel bij. Aimie K. Runyan vertelt in het nawoord waarop ze zich voor haar onderzoek naar de geschiedenis van de familie Eiffel en de beroemde Eiffeltoren gebaseerd heeft en wat ze verzonnen heeft. Het geheel creëert een boeiende historische roman waarvan de lezer menig uur zal kunnen genieten.