woensdag 7 oktober 2026

 

Dodelijke beproevingen in een bijzonder sexy jasje

 

Het schrijversduo Bree Grenwich en Parker Lennox schreef met The Ascended een intrigerende romantasy, die vertaald werd door Anne-Marieke Buijs, Niels van Eekelen en Annick Smithers.

Thais Morvaren kan sterrenlicht naar zich toetrekken en inzetten als wapen. Helaas moet ze dat verbergen want de priesters zijn voortdurend op zoek naar mensen die goddelijke krachten bezitten en ‘gezegenden’ genoemd worden. Thais’ tweelingbroer Thatcher heeft zelf geen goddelijke krachten, maar doet er alles aan om zijn zus en haar krachten te beschermen. Wanneer Thais’ krachten toch ontdekt worden door een priester, worden zij en Thatcher meegenomen. Wanneer ze voor de goden staan, blijkt ook Thatcher over krachten te beschikken, en zeker niet de minste! Alle goden willen hem begeleiden in de vier dodelijke Beproevingen der Verheffing, de weg naar godendom. Xül, prins van het dodenrijk, is buitengewoon geïnteresseerd om Thatcher te mogen coachen, maar grijpt naast zijn voorkeur. Hij wordt Thais’ mentor, zeer tegen de zin van beiden. Toch zal Thais alles op alles zetten, want ze moet en zal een god worden en samen met haar broer de opperste god ten val brengen.

Het boek is opgebouwd uit een uitspraakgids, gevolgd door een proloog met zeer noodzakelijke uitleg over de hiërarchie tussen de goden, gevolgd door zeventig hoofdstukken en een woordenlijst van personages, domeinen en de volgorde van procedures.

Hét minpunt aan dit boek is een redelijk groot gebrek aan originaliteit. Zeker in het begin stoort dit. Het concept lijkt bijvoorbeeld redelijk op dat van The Hunger Games: er is een team dat jou voorbereidt en mooi maakt voor de beproevingen die je wachten, een mentor die je traint én arrogant en onwillig is hierin, een strijd van gewone stervelingen tegen elkaar in opdracht van machtigere wezens, hier goden in plaats van het Capitool in The Hunger Games. Ook het concept van de sterveling die verliefd wordt op het gevaarlijke, onsterfelijke wezen doet denken aan onder meer Twilight. Het openen van werelden lijkt dan weer op de Noorderlicht-trilogie van Philip Pullman. Er is dus behoorlijk wat ‘geleend’. Toch zitten er ook originele elementen in dit verhaal. Zo zijn de verschillende werelden mooi, hoewel ze nog uitgebreider beschreven hadden kunnen worden. De krachten van de gezegenden zijn evenwel boeiend en de beproevingen zijn om vingers en duimen bij af te likken.

Het boek wordt bijna volledig verteld vanuit Thais’ perspectief, een paar keer afgewisseld met dat van Thatcher en twee keer vanuit het perspectief van Xül. Het is dan ook logisch dat we sterke vrouw Thais zeer goed leren kennen. Ze is hondsbrutaal, vloekt als een ketter, drinkt mannen onder tafel en is heel erg vrijpostig. Zij en Xül zijn aan elkaar gewaagd, want hij is arrogant, cynisch, onverschillig en zelfvoldaan, of zoals Thais hem bestempelt: ‘een eikel van een geheel nieuw kaliber.’

 

Over de andere goden merkt Thais dan weer treffend op: ‘Ik was nog nooit in de aanwezigheid van een god geweest en nu begreep ik, misschien, waarom mensen tempels bouwden en offers brachten. Dat was geen aanbidding, maar zelfbehoud.’

Thatcher leren we redelijk kennen, maar dan grotendeels vanuit het perspectief van Thais, aangezien hij zelf minder aan bod komt. Hij verandert veel meer doorheen het boek dan Thais, waarvan het in de sterren staat geschreven dat ze zal vallen voor Xül. Bij de zijpersonages is er een hele leuke rol weggelegd voor Marx.

Tussen de mooie zinnen en beelden vinden we onder meer:

‘Geen van ons krijgt ooit wat we verdienen. We krijgen wat we uit de ravage weten te redden.’

Hoewel de seksuele spanning tussen Thais en Xül er haast onmiddellijk is, wordt hun relatie mooi opgebouwd. Eenmaal die tot ontlading komt, is dat een aantal keer op een bijzonder expliciete manier. Toch is het niet enkel lust wat de klok slaat. De tederheid en romantiek tussen beiden is echt, de chemie is onmiskenbaar en je leeft heel hard mee met deze star crossed lovers. Naast de relatie tussen beiden, zijn er nog genoeg andere gevoelens en scènes die sterk beschreven zijn. Mooier nog dan de band tussen Thais en Xül, is bovendien de zeer sterke band tussen de tweeling Morvaren. Thais en Thatcher zijn telepathisch verbonden en gaan voor elkaar door het vuur. Hier wordt zeer veel aandacht aan besteed.

De spanning bouwt mooi op en er gebeuren voldoende mysterieuze zaken om de aandacht van de lezer gaande te houden. Er zijn verschillende intriges en een behoorlijk aantal plottwists. Het slot kent geen losse eindjes en alles past mooi in elkaar. Toch blijft er voldoende te raden over om een tweede deel absoluut noodzakelijk te maken, want het einde van het boek is werkelijk klasse.

Een klein minpunt tot slot is de eindredactie waar nog wat aan schort. Er zijn redelijk wat tikfouten te vinden en af en toe ontbreken kleine woordjes. Ook qua vertaling zijn er soms foutjes.

Met The Ascended leveren Bree Grenwich en Parker Lennox een bijzonder vlotte, spannende en zeer meeslepende romantasy af. Het boek maakt deel uit van wat de Aesymarese-duologie moet worden. Daarnaast verschijnen er de komende maanden twee delen van een nieuwe reeks in dezelfde wereld: Riftborne en Duskbound. De schare fans die deze reeks ongetwijfeld zal krijgen, heeft dus een en ander om naar uit te kijken.

dinsdag 22 september 2026

 




Tedere roman tegen de achtergrond van de woeste natuur

 

Kelly Anderson debuteert met de roman De stem van de zee. Zelf groeide ze op aan zee en ze baseert haar verhaal dan ook op haar eigen liefde voor en verbondenheid met die zee.

Annie kent geen normale jeugd zoals elk ander kind. Ze leeft van jongs af aan aan boord van een zeilboot met haar ouders en komt zelden aan land. Ze groeit op met de zee en de sterren en haar jeugdvriend Evan. Als ze twintig is, komt hier abrupt verandering in wanneer Annie na een tsunami aanspoelt aan land. In de nasleep van deze ramp vindt en redt ze een mysterieuze jongeman, Walker. Hij spreekt amper, maar zijn aanraking veroorzaakt bij Annie mysterieuze beelden van de oceaan. Annie voelt zich hierdoor intens aangetrokken door Walker en de zee. Maar ook haar jeugdvriend Evan wacht nog steeds op haar. Dan verdwijnt Walker weer en laat Annie achter met vele vragen. Zes jaar later heeft Annie het verleden ferm achter zich gelaten en zich ervoor afgesloten. Maar dan duikt Walker weer op…

Het boek start met een proloog, gevolgd door vijf delen en een epiloog. Het geeft interessante inzichten over het leven op zee, over houtkap en over het behoud van de natuur en de diversiteit daarin. Heden en verleden wisselen elkaar voortdurend af.

Het boek staat bol van de mooie taal en knappe beelden.

‘Ze probeert stilzwijgend een deal met de boot te sluiten (…) De boot doet niet aan deals.’

‘Haar verdriet is een kwal met netelcellen (…) er klaar voor om te steken telkens als ze aan haar ouders denkt (…) De kwal steekt.’ En enkele pagina’s verder weer een verwijzing naar wat de kwal haar aandoet omwille van haar verdriet.

De natuur wordt regelmatig verpersoonlijkt. Zo lezen we over de tsunami ‘Als de oceaan zich eindelijk terugtrekt, vertrekt hij met een grom in zijn keel.’ En over de wrakstukken dat ze ‘in boos zeewater druppen’.

‘De houtvlotten zijn een tapijt van boomstammen achter hen die drijvende hiërogliefen in het water schrijven.’

‘Het land gunt de zee haar storm. Op die manier kan ze haar grenzen verleggen. Zelfs als dat tot gevolg heeft dat er bomen omver worden geblazen, klagen de bomen niet. Het zand herschikt zich.’

Het magisch-realisme speelt een zeer grote rol in het boek. Die magie en dat mysterie zijn er vanaf het begin. Wanneer je bereid bent daarin mee te gaan, wacht er een betoverend verhaal.

De hoofdpersonages worden goed uitgewerkt. Zo zien we hoe Annie verscheurd wordt door de mysterieuze krachten die haar wegtrekken van haar diepe genegenheid voor Evan, richting de mysterieuze Walker. Ook Evan leren we goed kennen. Walker dan weer een stuk minder, wat logisch is, want het hele mysterie draait om zijn persoon. Ook de zijfiguren leren we behoorlijk kennen. Zo is oma Ruth een heel flinke vrouw die, samen met haar broer, oom Henry, aan Annies angst werkt na de tsunami; is Mara een vreemde, maar liefhebbende moeder en ook papa Aiden leren we redelijk goed kennen.

Met De stem van de zee schreef Kelly Anderson een mooie en tedere roman over het vinden van je eigen weg en identiteit en over de kracht van en de verbinding met de natuur. Wie meegaat in het magisch-realisme van dit verhaal zal van dit boek genieten.

donderdag 13 augustus 2026

 

Gevecht tussen liefde en vriendschap

 

De liefde in de Tristan-en-Isoldelegende is krachtig genoeg om koninkrijken te verwoesten. Hoewel het zo dramatisch of omvangrijk niet hoeft te zijn, lijdt het geen twijfel dat sommige liefdes gedoemd zijn en veel kunnen kapotmaken, bijvoorbeeld vriendschappen. Met deze rode draad speelt Abby Jimenez in haar boek Sinds die eerste nacht, vertaald door Karin Breuker.

Jimenez heeft reeds verschillende gesmaakte liefdesromans geschreven, onder andere Zeg dat je me niet vergeet, met in de hoofdrollen Xavier en Samantha die in dit boek bijrollen hebben. In dit boek vertelt de schrijfster dat ze over het boek Sinds die eerste nacht langer en grondiger te werk moest gaan, omdat de thema’s genuanceerder en diepgaander zijn.

Larissa schiet ontzettend goed op met Chris. Ze voelt zich veilig en beschermd bij hem. Ze hebben dezelfde hobby’s, lenen elkaar boeken uit die ze samen bespreken en beoordelen het beste brood waarbij ze dezelfde smaak blijken te hebben. Ze zouden een perfect stel zijn, alleen zíjn ze geen stel. Want toen Larissa na een concert moest kiezen met wie ze naar huis zou rijden, koos ze voor Mike, Chris’ beste vriend en sindsdien vormt ze een koppel met Mike. Chris denkt voortdurend aan dat moment terug en aan wat had kúnnen zijn. Maar Larissa is verboden terrein, want wie jaagt nu de vriendin van zijn beste vriend na?

Het boek begint meteen met een scène waarin Mike een enorm slechte beurt maakt. Het doet hem onbetrouwbaar en eendimensionaal overkomen, waardoor je als lezer meteen op de hand bent van Chris en Mike meteen afgeschreven is. Dat is een beetje te zwart-wit en een te karikaturaal begin. Rond pagina 50 en rond p. 100 trekt de schrijfster dat wel recht door Mikes karakter verder uit te diepen. Hij heeft paniekaanvallen en is veel onzekerder dan hij lijkt. Bovendien is hij gul voor zijn vrienden. Het kan echter niet meer veranderen wat tegen dan als een paal boven water staat: de lezer zal op de hand van Chris zijn. Chris is lief, zorgzaam, betrouwbaar en beschermend. Hij wordt neergezet als de volmaakte vriend en je zal meteen van hem houden. De hoofdstukken vanuit zijn perspectief worden afgewisseld met hoofdstukken vanuit Larissa’s perspectief, zodat je ook haar uit de eerste hand leert kennen. Zij wordt voorgesteld als lief, zelfstandig en ambitieus. Ze heeft veel moeite met hulp aanvaarden en moet heel hard werken om uit de armoede te ontsnappen.

Die armoede, de problematiek van de vicieuze cirkel van mensen met schulden, maar ook alcoholisme en ware vriendschap zijn de voornaamste thema’s. De auteur werkt deze mooi uit. Zo is ware vriendschap weliswaar prachtig, maar waar stopt loyaliteit en begint jezelf totaal verloochenen? Ook kunnen vrienden uit elkaar groeien wanneer ze opgroeien en hun karakters in verschillende richtingen evolueren en is het boeiend dat aangestipt wordt dat mensen soms alleen nog bevriend zijn omwille van een gedeeld verleden.

Deze zwaardere thema’s geven het boek diepgang. Hoewel het een ontzettend romantisch boek blijft, doen de thema’s en de grote aandacht die er aan gewetensonderzoek wordt gegeven het boek boven zichzelf uitstijgen.

Jimenez is er goed in om humor toe te voegen en vooral de scènes met de hond lenen zich hier heel dankbaar toe.

Wanneer het over de liefde gaat, schrijft de auteur heel mooi.

‘Het had wortels en een stam en takken die naar de hemel reikten. Het was onder en boven en alles daartussenin.’

en

‘Bij haar was het antwoord ja, zelfs als ik de vraag niet wist.’

Het is duidelijk dat dit boek er een is waar liefhebbers van liefdes die in de sterren geschreven staan hun hart aan zullen ophalen. Maar ook wie wat meer diepgang zoekt in een liefdesroman zal dit een fijn boek vinden en de paar kleine minpuntjes voor lief nemen.

dinsdag 11 augustus 2026

 

Meeslepende historische liefde voor en op zee

 

Linda Wilgus schreef voorheen enkel kortverhalen in tijdschriften en schrijft met Dochter van de zee een historische debuutroman vol folklore. De vertaling gebeurde door Monique Eggermont en Frouke van Es. 

Isabel is een jonge weduwe die drie jaar na de dood van haar man bij de Slag van Trafalgar terugkeert naar het dorp van haar jeugd. Daar dook ze als jong kind doorweekt op en werd er geadopteerd. De plaatselijke bevolking is altijd blijven geloven dat ze de dochter van de Sea Bucca is, een soort zeemeerman. Nu besluit ze haar leven hier weer vorm te geven. Langs de kust zijn smokkelaars actief en douaniers die op hen jagen. Wanneer de smokkelaars haar op een nacht om hulp vragen wanneer hun kapitein gewond raakt, voelt Isabel een heel sterke en onverklaarbare band met de gewonde man. Ze besluit de smokkelaars te helpen en raakt steeds meer bij hen betrokken. Hiermee breekt ze de wet waardoor een spannende confrontatie alleen maar een kwestie van tijd is.

In deze historische roman valt heel wat boeiends bij te leren. Zo lezen we hoezeer het belang van klasse en stand een rol speelde begin 19e eeuw in Engeland. Hoewel Isabel totaal verarmd is, willen mensen van stand met haar bevriend geraken, want er zijn niet veel mensen van hun stand en op vissers en werklieden kijken ze neer, zelfs als die meer bezitten dan Isabel. Ook de redenen voor het ontstaan van de smokkel en de grote steun die die onder de Cornische bevolking geniet, worden uitgelegd.

De positie van de vrouw is een ander boeiend thema. Regelmatig wordt het beeld van een ommuurde tuin gebruikt. Het hoeft dan niet zozeer een gouden kooi te zijn, maar zelfs een ommuurde tuin is nog steeds een gevangenis waar vrouwen beperkt worden. Zelfs als ze al het geluk hebben een echtgenoot te vinden die hen vrijheid gunt en ruimdenkend is voor zijn tijd, dan nog beperken de maatschappelijke mores een vrouw zodra ze het huis verlaat. Zo bezit een vrouw voor, noch in haar huwelijk enige vrijheid. Enkel als weduwe is ze haar eigen baas, zolang ze zich fatsoenlijk gedraagt en de grenzen niet te veel opzoekt.

Isabel is met hart en ziel aan de zee verknocht. Deze liefde wordt zeer mooi beschreven, hoe die aan haar trekt, hoe ze enkel vrij kan ademen als ze dicht bij de zee is.

‘In de donkere, lege slaapkamer fluisterden herinneringen haar toe tot ze de kleur van de zee kregen en in haar slaap vervaagden tot een nevelachtig blauwgrijs. Overdag voeren ze in het kielzog van James’ stem met haar mee.’

De vele beeldspraak rond de zee verveelt nooit, maar zal daarentegen bij de lezer krachtige beelden oproepen van die woeste natuur.

‘De oceaan roept haar, maar ze heeft geen woorden om te antwoorden.’

Over een tweegevecht schrijft de auteur dan weer mooi: ‘Hun bewegingen zijn zo snel en licht dat het lijkt alsof ze naar de wind kijkt die met een blaadje speelt. Ze weet niet wie van hen de wind is en wie het blaadje; ze zijn te veel aan elkaar gewaagd.’

Het boek is zeer vlot geschreven. In hoofdstuk twee ontmoet Isabel de smokkelaars al en er zit meteen enige vaart in het boek. Die vaart neemt toe naarmate het verhaal vordert en er verschillende twists en spannende momenten voorvallen.

Ook de personages zorgen voor aangenaam leesplezier. De lezer zal meteen meeleven met Isabel. Haar keuzes worden goed beargumenteerd en zijn daardoor geloofwaardig. Isabel is een sterke vrouw voor haar tijd en verlangt naar meer dan de tijdsgeest toestaat. Ze zoekt haar weg, wars van conventies en keurslijven. Ook de chemie met de smokkelaarskapitein is meteen sterk en geloofwaardig aanwezig. De romantiek vormt dan ook een hele mooie verhaallijn in het boek.

Het enige minpuntje is de ontknoping die iets te mooi is om waar te zijn en ietwat onrealistisch. Het magische erin stoort dan weer niet. Dat magische, mystieke element van Isabels mogelijke afstamming van een zeegeest voegt echt iets krachtigs toe aan het boek.

Tot slot siert het Linda Wilgus dat ze het verhaal niet koste wat kost een open einde wou geven om er later nog een vervolg aan te kunnen breien. Het verhaal is mooi afgerond en goed zoals het is, als een op zichzelf staand boek. De lezer zal zich in het Engeland van de 19e eeuw wanen en moeiteloos samen met Isabel en de smokkelaars avonturen beleven tijdens enkele uren heerlijk leesplezier.

woensdag 8 juli 2026

 

Beeldend, boeiend en gevoelig

 

Tara K. Menon is universitair docent aan Harvard University. Haar werk verscheen in o.m. de New York Times Book Review, Paris Review en Public Books, waar ze ook redacteur is. Met Onder water schreef ze haar debuutroman die werd genomineerd voor de Waterstones Debut Fiction Prize. De vertaling gebeurde door Bart Gravendaal en Karina van Santen.

Wanneer Marissa haar moeder verliest op 6-jarige leeftijd, verhuist ze met haar vader naar een eiland in de buurt van Phuket, Thailand. Daar raakt ze bevriend met Arielle. Beiden zijn verslingerd aan duiken en genieten dagelijks van de vele prachtige koraalriffen onder water en de manta’s en andere prachtige onderwaterdieren. Op tweede kerstdag 2004 worden ze bruut overvallen door de tsunami die hen genadeloos van elkaar scheidt.

Acht jaar later woont Marissa in New York. Ze dwaalt er rond en treurt om Arielle die ze in alles en iedereen herkent. Ondertussen bereidt de stad zich voor op orkaan Sandy.

Het verhaal springt voortdurend heen en weer tussen Thailand met kerst 2004 en New York eind oktober 2012. Zodoende wordt de vriendschap met Arielle uitgewerkt alsook de dreigende komst van de tsunami in 2004 en orkaan Sandy in 2012. De hoofdstukken in 2012 springen echter ook heel vlot naar 2004 waarmee de auteur toont hoe dwingend het verleden aanwezig is in het hoofd van Marissa.

Het boek komt traag op gang en de lezer moet even doorzetten, maar dan ontvouwt zich een roman waar de pracht van duiklocaties, mangroven, koraalriffen en regenwoud zo beeldend aanwezig is dat je het gevoel hebt dat je mee onder water zwemt met Marissa en Arielle.

‘De verfijnde oranje takken van een waaierkoraal wiegen in de stroom. Een stel poetslipvissen probeert een klant te vinden, maar andere vissen zijn niet geïnteresseerd. Matthew richt zijn camera op een blauwgespikkelde pijlstaartrog die over de zeebodem jaagt. Ik adem langzaam in en uit en kantel mijn hoofd achterover om een school snappers boven me langs te zien gaan. Arielle zwemt bij me weg om een papegaaivis over het rif te achtervolgen.’

De vele weetjes zijn verrukkelijk en zijn met veel liefde beschreven. Zo leren we dat de roodwangschildpad tot de destructiefste invasieve soorten ter wereld behoort, andere soorten verdringt, het voedsel opeet en de nestplaatsen claimt.

Het thema rouw is zeer nadrukkelijk aanwezig in het boek. Zo merkt Marissa dat haar omgeving het niet acceptabel vindt om zo lang te rouwen om iemand die ‘alleen maar’ een vriendin was en geen geliefde. Ook haar heimwee komt sterk aan bod.

‘Op het perron verkoopt een vrouw mango’s besprenkeld met limoen, chili en zout, en ik mis thuis zo erg dat ik het niet kan verdragen. (…) Ik voeg me bij de gelederen van huilende vrouwen op metroperrons.’

Het boek is prachtig als het over de natuurpracht gaat, schrijnend en ontroerend wanneer het over rouw, verlies en trauma gaat en hartverscheurend wanneer het over klimaatopwarming, stroperij of de schade van overtoerisme voor de natuur of de details van de gruwel van de tsunami en zijn directe nasleep gaat.

Tara Menon deed haar onderzoek grondig en dat merk je aan de vele details die je werkelijk het gevoel geven dat je echt daar bent. Met Onder water schreef ze een boeiend, beeldend en gevoelig boek dat na zijn trage start veel lezers zal bekoren.

zondag 5 juli 2026

 

Kwetsbaar en sprankelend relaas van pijn en verlies

 

Elisabeth Lucie Baeten is in Vlaanderen behoorlijk bekend als TV-persoonlijkheid en door de vele volgers op haar Instagramaccount. Ze neemt politici op de hak in filmpjes. Daarnaast is ze scenariste en werd ze bekend door het kinderboek En ze leefden nog en het vervolg En ze leefden nog altijd. Met Er is niks brengt ze nu een non-fictieboek uit voor volwassenen.

Baeten vertelt in dit boek over haar lange gevecht tegen een lichaam dat haar telkens opnieuw verraadt met fysieke en emotionele pijn: slokdarm-, maag- en buikpijn, extreme stress en angst, hyperventileren en paniekaanvallen, … Ze ondergaat vele operaties, ontmoet leerkrachten, dokters en specialisten waarvan sommigen haar pijn en problematiek bagatelliseren of goedmoedig bestempelen als stress die tussen je oren zit. Vol werkijver en koppigheid zet ze telkens door en neemt niet de tijd om tot rust te komen. ‘Toen was het opeens een half jaar later en had ik per ongeluk nog niet gerust.’ Tot ze crasht en hard. De psychologe vertelt haar dat ze een enorme hoeveelheid issues meebrengt en zoekt samen met haar – niet zozeer naar dé oplossing, maar toch op zijn minst naar een kader, een handvat, een label om beter te begrijpen wat er aan de hand is.

Het resultaat van dit alles is een moedig boek dat bijzonder kwetsbaar – wie spreekt nu graag over problemen met de endeldarm?- en zelfkritisch is – ‘De komende drie weken lig ik in bed om te bekomen van mijn operatie. Dat is wat ik had kunnen zeggen als ik ook maar een greintje voortschrijdend inzicht in mij had.’

Het boek geeft een inkijkje in de tekortkomingen in de gezondheidszorg, maar ook in de miserie die een mens zichzelf kan aandoen door maar lang genoeg de gezonde volwassene in zichzelf te negeren en almaar te blijven doorgaan, want de ziekte is onzichtbaar en er wachten zoveel professionele kansen. Daar waar zo’n boek zwaar zou kúnnen overkomen of klagerig, is dat hier niet het geval, want de schrijfster slaagt erin om nu eens met sarcasme, dan weer met humor voldoende lichtpuntjes te brengen in wat anders best zware materie zou kunnen zijn. ‘de buikpijn (…) heeft nogal moeite met zich in stilte bezighouden.’ Het is die knappe combinatie van kwetsbaarheid en humor die maakt dat de lezer zich kan identificeren met de auteur en het bijzonder vlot geschreven boek in één benieuwde ruk kan uitlezen.

Daarnaast valt bovenal de enorme taalvirtuositeit van Baeten op. Ze jongleert met taal alsof het niets is en legt alles zeer treffend en beeldrijk uit. Zo gaat ze ijlend van de pijn naar een fotoshoot voor haar werk. ‘Dikke middelvinger naar mijn lichaam denk ik (…) Ik ben ziek van de pijn en de pillen. Ik ril van top tot teen en onder mijn professionele make-up zit alleen grijs. Dikke middelvinger terug denkt mijn lichaam.’

Als ze het over een te lage bloeddruk heeft, klinkt dat als volgt: ‘Maar eigenlijk ging ik die zondag, twee dagen nadat mijn acht over vijf mij was komen zeggen dat het vijf over twaalf was, naar een voorleessessie…’

Of wanneer ze vertelt hoe ze al kind toneelstukjes opvoerde op familiefeesten. Nu als volwassene, faket ze vertrouwen en een vlotheid in smalltalk die ze ontbeert. ‘Er is nog niet heel veel veranderd, ik voer nog altijd toneeltjes op.’

Het toont de knappe mix tussen zelfkritiek, humor en een knappe beheersing van de taal die dit boek zo sterk maakt. Een aanrader voor wie zelf worstelt met chronische pijn, voor wie meer begrip wil krijgen voor ‘onzichtbare’ ziektes en voor iedereen die kan genieten van taalkundig sterk geschreven boeken.

 



Ambitie en liefde tegen het Italië van de jaren ‘50

 

Francesca Giannone won met haar debuutroman De brievenbezorgster van Puglia de Italiaanse Boekhandelsprijs. Met De zeepmaakster van Salento schreef ze haar tweede roman. De vertaling gebeurde door Manon Smits.  

Met trots en toewijding werken Lorenzo en Agnese dagelijks in de zeepfabriek van de familie. Dit Casa Rizzo is hun ziel en zaligheid. Beiden vinden er voldoening en dit versterkt hun reeds zeer goede band als broer en zus. Dan beslist hun vader om de zeepfabriek te verkopen. Broer en zus reageren hier na hun aanvankelijke schok totaal anders op. Daar waar Agnese zo gehecht is aan huis en fabriek dat ze beslist te blijven, is Lorenzo trots en enorm gekrenkt. Hij besluit te vertrekken en elders zijn geluk te beproeven. Met als ultieme einddoel om vroeg of laat, kost wat kost de fabriek te kunnen terugkopen. Het leidt tot een enorme breuk tussen beiden en binnen de familie. Wiens keuzes zullen geluk brengen?

Na een proloog in 1953, wordt de lezer meegenomen naar 1958 in het kleine Italiaanse kustplaatsje Araglie in Puglia. De sfeer wordt heel mooi geschilderd met de muziek van toen, een regering die op vallen staat en de politieke strubbelingen van toen en weduwen die jaren na het verlies van hun man nog steeds in het zwart gekleed gaan. Ook de rechten van vrouwen zijn nog niet wat ze nu zijn. Zo krijgt Lorenzo’s vriendin van hem het verwijt dat ze niet gecharmeerd mag zijn van het compliment van een andere man en krijgen knappe vrouwen niet mis te verstane insinuaties over hun lichaam. Daarnaast wordt ook gesproken over het feit dat het altijd de vrouwen zijn die moeten keuzes maken en daarbij zaken opgeven. Het is echter niet alsof je als lezer struikelt over de Italiaanse details van die tijd. Het stoort het tempo van het verhaal geenszins en is net voldoende om het aangenaam te kruiden.

De twee hoofdpersonages worden prima uitgewerkt. Beide komen afwisselend aan bod en de lezer leert hen goed kennen. Lorenzo is trots en ambitieus. Hij is zeer principieel en weet van geen wijken. Hij moet en zal zijn doel bereiken ongeacht de prijs die dit hem en zijn dierbaren kost. Deze ver doorgetrokken ambitie en koppigheid zou zeer onaantrekkelijk kunnen zijn, maar de schrijfster portretteert hem op zo’n manier dat de lezer blijft meeleven met hem, of die het nu met zijn keuzes eens is of niet. Agnese is liever en meegaander, zachter en milder. Toch mag ook zij niet onderschat worden. Ook zij is ambitieus op haar manier. ‘Haar ogen straalden ineens, er was een zweem van opwinding in haar stem gekropen, en zelfs haar lichaam had een andere houding aangenomen, stevig en zelfverzekerd.’

Een boeiend karakter is dat van vader Giuseppe, die hoewel slechts een randkarakter, een mooie persoonlijke groei kent doorheen het verhaal.

Het boek eindigt met een epiloog waarin je een generatie later op knappe wijze nog een aantal dingen te weten komt over sommige personages.

Het verhaal gaat over thema’s als liefde, familiebanden en ambitie. Het is soms lief en schattig, soms pijnlijk en ontroerend. De lezer zal enorm meeleven met de lotgevallen van de familie tegen een mooie achtergrond. Francesca Giannone heeft bovendien het lef om haar boek niet met een zeemzoete saus te overgieten, maar daarentegen met realisme een en ander niet goed te laten eindigen. Dat kleine tragische randje maakt het verhaal alleen maar beter.

Met dank aan Libelle voor het recensie-exemplaar.