zaterdag 9 mei 2026




Sterke romance, minder sterke beeldspraak

 

Met Drie zomers in een vertaling van Ireen Niessen, is Karen Swan weer aan een nieuw boek toe. De schrijfster is populair in verschillende landen en onder haar bijna dertig boeken zijn er meerdere bestsellers.

In het traditionele havenplaatsje Tricase Porto in het zonnige Puglia wacht Rafaella Parisi vol ongeduld op de jaarlijkse terugkomst van haar goede vriend Cosimo Franchetti. Zijn hertogelijke familie komt elk jaar zes weken genieten van de zomer in het plaatsje. Cosimo en zijn zus Romola zijn zeer goed bevriend met Rafaella en haar vriendin Gina. Het is zomer 1957 en de vier zijn adolescenten geworden. Er ontstaat seksuele spanning tussen Rafaella en Cosimo. Een rampzalig ongeluk die zomer verandert echter alles. Rafaella doet een gelofte met zeer verstrekkende gevolgen. De zomer erop begint het dorp stilaan de gevolgen te merken van die gelofte. In de zomer van 1961 ontmoeten Rafa en Cosi elkaar opnieuw. Kan Rafa het leven zoals ze dat nu kent de rug toekeren en alsnog kiezen voor Cosi?

Het boek is opgedeeld in een proloog, zomer 1957, zomer 1958, zomer 1961 en een epiloog.

Bij het gebruik van beeldspraak vallen negatieve en positieve zaken op te merken. Zo begint hoofdstuk drie met het beeld van het zonlicht dat duizend gouden pijlen weerkaatst. Het daaropvolgende hoofdstuk opent dan weer met muziek als zilveren pijlen. We lezen dat ‘haar naam landde als een vogel op haar schouder’ en minder dan twintig pagina’s verder dat zijn bulderende lach als een dode vogel uit de lucht viel. Toch zijn er ook minder in herhaling vallende beelden te vinden. Zo is de vergelijking van een rol satijnstof met het paard van Troje dat de losse seksuele moraal van Hollywood zou binnenbrengen in de kleine gemeenschap aan zee een grappig en knap beeld. Of ‘Cosimo trok zich terug, met grote teugen happend naar lucht terwijl de wanhoop door zijn hele torso golfde. Hij had het gevoel dat hij een onweersbui had ingeslikt.’ Soms neigt de beeldspraak te veel naar het bombastische. Zo tsjirpten de cicaden op volle sterkte ‘terwijl de schemering op een vurige triomfwagen aan kwam rijden.’ Elders zien we dan weer wel een mooi volgehouden vergelijking met een getijdenstroom, de kust en een bootje op drift, metaforisch gebruikt. En ook ‘Haar huwelijk was een maanlandschap geweest waarin de donkere kant van de maan nooit zichtbaar was geweest’ is een bijzonder mooi beeld.

De auteur slaagt erin om knappe scènes uit te werken. Zo is het gesoebat over de halslijn, de lengte van de mouwen en de lengte van de rok van een bruidsjapon met aan de ene kant de traditionele nonna’s en aan de andere kant de moderne, jonge bruid behoorlijk hilarisch. Andere scènes zijn dan weer snel en koortsig, meeslepend, zeer ontroerend of spannend met hier en daar een twist erin.

De locatie, tijdsgeest en cultuur worden knap in beeld gebracht. Zo wassen de vrouwen nog in het washuis, crushen ze ijs voor drankjes met een ijspriem uit een blok, gaan de nonna’s gekleed in zwarte kleren en werken de dorpsvrouwen maandenlang samen met man en macht aan het kantwerk voor een bruidsjurk of doopjurk. Het traditionele aspect komt nog sterk aan bod wanneer de vrouwen zoals altijd aan land blijven en de mannen uitzwaaien als die op tonijnjacht gaan. Ook het grote verschil in klasse tussen de eenvoudige vissers, groenteboer enzovoort versus de hertog en diens gezin is duidelijk. Zo verschillen de rampen die beide klassen overvallen tussen respectievelijk zwangerschappen die ze zich niet kunnen veroorloven en mislukte oogsten versus de cointreau die op is.

De schrijfster is sterk in de uitwerking van haar personages. De lezer volgt het verhaal vanuit drie perspectieven: Cosimo, Rafaella en haar jeugdvriend Fon Giannelli. Hen leren we uit eerste hand en dus het beste kennen. De andere personages worden minder diep uitgewerkt en staan eerder in dienst van de sfeergeving, hoewel we de bad guy van het verhaal toch ook redelijk leren kennen. De chemie tussen Rafaella en Cosimo is ontegenzeggelijk aanwezig. De ereprijs gaat echter naar Fon, die als bijzonder complex, meerlagig personage zonder enige twijfel het boeiendste karakter van het boek is.

Op de beeldspraak na die af en toe even uit de bocht gaat of in herhaling valt, slaagt Karen Swan erin om een prachtige romance uit te werken tegen het kader van een traditioneel Italiaans dorpje, vol geheimen, intriges en diepgaande gevoelens waardoor je volop meeleeft, mee treurt en mee geniet van alles wat ze haar lezers voorschotelt.




 


Lijvige parel vol licht en donker

 

De Franse Valérie Perrin kennen sommige lezers vast nog van Vers water voor de bloemen dat ik zelf onder zijn oorspronkelijke titel las: De bijzondere levens van Violette. Dat boek sloot ik onmiddellijk in mijn hart en blijft mijn absolute favoriet van deze auteur. Daar dicht op volgend komt echter haar nieuwe roman, Mijn tante Colette, vertaald door Ghislaine van Drunen, Annelies Kin en Nathalie Tabury.

Agnès krijgt bericht dat haar tante Colette is overleden. Dit brengt haar eerder in de war dan dat het haar verdriet doet. Haar tante stierf immers reeds drie jaar geleden. Op aandringen van de politie reist ze toch af naar Gueugnon in de Bourgogne om het lichaam te identificeren. Daar ontdekt ze een verzameling cassettebandjes die haar tante haar naliet met daarop haar levensverhaal. De onopvallende tante blijkt een verleden gehad te hebben vol geheimen.

Deze lijvige roman is opgedeeld in twee grote delen. Daarbinnen springen de korte hoofdstukken van het verleden van Colette in de jaren ‘50 en ‘60 naar het heden van Agnès in 2010, maar ook naar het verleden van Agnès. Ondanks dit voortdurend heen en weer springen, werkt deze vorm en leest deze boeiende roman vlot. De lezer moet er wel tegen kunnen dat elk antwoord een tijdlang alleen maar meer vragen oproept.  

De personages zijn pareltjes. Colette die ogenschijnlijk onopmerkelijk is, met een talent om te verdwijnen, maar wat een krachtige vrouw is zij; Agnès, eeuwig treurend om haar ex; Soudoro, de baarlijke duivel. Daarnaast zijn er nog talloze andere personages die het verhaal mooi inkleuren. Een aantal van hen bepaalt soms het vertelperspectief in de ik-vorm of in een derde persoon.

De thema’s zijn onder meer opofferingsgezindheid uit liefde in al haar vormen, maar ook het kwaad in verschillende vormen tegenover de goedheid van sommige mensen die vaak goed doen in het verborgene. Hoewel de thema’s iets meer duisternis bevatten dan in Vers water voor de bloemen, brengt de schrijfster af en toe een humoristische noot in.

‘De urn zit nog steeds als een braaf kind vast in de veiligheidsgordel.’

Wanneer Soudoro aan het woord is, verandert de stijl. Die wordt eng en spiegelt zo het obsessieve monster dat aan het woord is.

De taal van het boek is mooi en we treffen dan ook vele knappe zinnen aan.

‘Ik kreeg Ana enkele maanden nadat de film was uitgekomen. Met haar vervloog alle hoop op nog een kind. Maar wat geeft het, Ana is in haar eentje alle kinderen waarop ik heb gehoopt.’

‘Ik was de medeplichtige van mijn cipier.’

Ook de beelden zijn vaak ingenieus.

‘Zijn gegiechel klinkt als een sterrenregen die op de lange, sombere lucht wordt afgevuurd.’

‘Wist ik nog niet genoeg? Ik denk dat ik op dat moment besefte dat ik de puzzel niet meer wilde afmaken, maar hem simpelweg in een kast wilde opbergen.’

Hoewel het boek best dik is, zitten er voldoende verhaallijnen, interessante personages en twists in om de lezer geboeid te houden tot het einde. Om met een citaat uit het boek af te sluiten: ‘Als een roman geweldig is, bevat die licht, beelden, woorden en gevoelens. En de personages worden echt omdat je eraan gehecht raakt.’ En dat geldt absoluut voor deze roman.