donderdag 1 december 2022

 Voor wie nog een dik boek zoekt voor de boekenliefhebber die graag een boek leest dat moet chambreren als een goede wijn en waarvoor je de tijd moet nemen, is dit een aanrader!


Een doos van Pandora op het idyllische platteland

 

Journaliste Eva Menasse debuteerde in 2005. Haar boeken zijn sindsdien vertaald naar vele talen en regelmatig bekroond. Nu brengt ze Dunkelblum zwijgt uit bij Uitgeverij Atlas Contact.

In Dunkelblum zwijgt neemt Eva Menasse de zwijgcultuur van het fictieve Oostenrijkse dorpje Dunkelblum, vlakbij de Hongaarse grens, op de korrel. Wanneer in 1989 ettelijke DDR-vluchtelingen op een boogscheut van Dunkelblum aan de Hongaarse grens samendrommen, komt een geheimzinnige vreemdeling naar Dunkelblum. Als hij vragen gaat stellen over het verleden, jongeren op onderzoek uitgaan, een lijk uit de Tweede Wereldoorlog opduikt en een jonge vrouw verdwijnt, wordt het steeds duidelijker dat er in Dunkelblum ernstige misdaden gebeurd zijn in de periode dat de fascisten aan de macht waren. De ouderen zijn hier allemaal van op de hoogte, maar blijven hardnekkig zwijgen.

‘dat dit gesprek nooit had plaatsgevonden was duidelijk, dat hoefden ze niet uit te spreken. Dat was hier een oude traditie, daar hadden ze zich tot dan toe altijd prima mee gered.’

Eva Menasse speelt virtuoos met taal. Prachtige beeldspraak, scherpe observaties en spitse humor wisselen elkaar af. Annemarie Vlaming leverde een uitstekende Nederlandse vertaling af, waarbij ze af en toe een Duits, dialect of Hongaars woord laat staan waarmee ze de couleur locale extra in de verf zet.

‘(…) tergend trage verwoestingskracht van de vegetatie - veel langzamer nog dan lava, maar even meedogenloos. Ze had haar werk al gedaan. Wortels vreten zich van onderaf naar boven, drukken alles weg, hoe zwaar ook. Met hun wroetende vingers laten ze de stenen huilen, ze barsten uit elkaar van onzichtbare tranen, en de takken en bladeren vanboven doen alleen maar alsof ze komen troosten, terwijl ze het slagveld slechts toedekken - collaborateurs dat ze zijn.’

De schrijfster baseert zich voor haar boek op de vele kleine dorpjes waar massale racistische misdrijven plaatsvonden onder het naziregime. De daaropvolgende Russische inval en de angst zijn maar enkele redenen waarom mensen ook daarna bleven zwijgen.

Het boek is opgedeeld in drie grote delen die ongeveer even lang zijn. De vele personages worden voorgesteld door een alwetende verteller die de lezer beetje bij beetje stukjes informatie voert. Kleine zijverhaaltjes blijken daarbij soms relevant om later een los eindje mee vast te knopen. De lezer moet geconcentreerd blijven om niets te missen. Van die lezer wordt veel gevraagd. Wellicht zijn weinig Nederlandstalige lezers perfect op de hoogte van de specifieke situatie op het Oostenrijkse platteland of in Hongarije tijdens de Tweede Wereldoorlog of in 1989 bij de Val van de Muur. Ook het grote aantal personages en de slechts geleidelijk vrijgegeven informatie op soms slechts subtiele wijze maakt dit geen eenvoudig boek. Het is daarom goed dat vanaf de zesde druk een personagelijst toegevoegd is in het boek. De lijst is ook te vinden op de website van Atlas Contact. Een verhelderend interview dat Trouw met de auteur had over het boek in juni, maakt veel duidelijk. Een kort voorwoord of nawoord van de auteur over de historische authenticiteit van de nazistische uitdrukkingen die ze fervente nazi’s in haar boek laat zeggen vele decennia na de oorlog, zou - zeker voor buitenlandse lezers - een meerwaarde zijn om het boek beter te kunnen plaatsen.

De vele losse verhalen zijn als draden in een groot wandtapijt waarop de auteur de geschiedenis schetst. Voor de aandachtige lezer die eventueel extra informatie opzoekt, of noteert tijdens het lezen, wordt veel duidelijk tegen het einde. Eva Menasse heeft hier een heel sterk boek neergezet dat zowel spannend en leerrijk, als literair verfijnd en grappig is. Een aanrader voor wie de tijd neemt om dit boek traag en geconcentreerd te lezen.

woensdag 16 november 2022

 

Dansen met de duivel

 

Met het boek Gevangen in leugens is Femke Roobol niet aan haar proefstuk toe. Na vele gesmaakte romans over een keur aan geschiedkundige perioden schrijft ze ditmaal over smokkelaars en spionnen in het grensland tussen het bezette Vlaanderen en het neutrale Nederland in de Eerste Wereldoorlog. Het boek werd uitgegeven door Uitgeverij Zomer & Keuning.

De Nederlandse Julia en de Belgische Eloi zijn koorddansers. Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, vallen ze zonder werk. Eloi vertrekt naar het front als oorlogsvrijwilliger en Julia besluit een opleiding tot spionne te volgen. Hun eens zo hechte vriendschapsband dreigt te worden verscheurd. Als ze elkaar tijdens de oorlog opnieuw treffen in Antwerpen zijn beide veranderd. Eloi is getormenteerd door de oorlog, Julia is niet langer de verliefde, gehoorzame bakvis van voor de oorlog. Maakt hun liefde nog een kans?

De kaft van het boek is verfijnd. Wie goed kijkt, ziet een fijn madeliefje getekend tussen Femke en Roobol op de kaft. Ook bij de kaft van eerdere boeken, staan daar gekruiste degens, linten en andere elementen met een specifieke symboliek in het boek. Het is een verzorgd, gesofistikeerd element.

Roobol schrijft over een boeiende en spannende periode. Ze verwerkt vele historisch interessante weetjes in haar boeken, zonder dat die de voortgang van het verhaal zelf doen haperen. We leren over citroensap om boodschappen in code te schrijven, over een ton of raamwerk om door de dodendraad te kruipen en het leven in circussen die toen nog veel belangrijker waren. Een mooi extraatje is de website van de auteur waar per boek heel veel info te vinden is. Ook daaruit kan opgemaakt worden dat de auteur zich goed inleest voor ze een boek uitbrengt.

De schrijfster werkt haar personages zeer goed uit. Julia evolueert van een verliefde 15-jarige bakvis die totaal ongeïnteresseerd is in politiek naar een geëngageerde en geharde spionne. Eloi is ernstiger en gesloten vanaf het begin. De loopgraven en het verlies van kameraden maken hem harder. Voortaan sleept hij een trauma met zich mee. Ook de andere personages worden mooi vormgegeven. De schurk van dienst is een zeer interessant, complex personage dat zeer tot de verbeelding spreekt en het verhaal de nodige spanning geeft. De vader van Eloi wordt, hoewel maar kort beschreven, toch met enkele rake opmerkingen neergezet: we zien hoe hij oprecht van Eloi houdt, al toont hij zijn emoties niet vlot.

‘Eloi,’ zei mijn vader weer. Het was alsof hij niet verder kwam dan mijn naam, de naam die hij zelf nooit had gekozen maar waarvan hij had leren houden omdat het de mijne was. In het uitspreken van dat ene woord lag zijn liefde voor me opgesloten. Het was genoeg voor me.’

Verschillende scènes zijn zeer ingrijpend en sterk neergezet. Gevangen in leugens weet de juiste balans te vinden tussen een geschiedkundig verhaal over de grensstreek tussen Vlaanderen en Nederland tijdens WOI en een liefdesverhaal met boeiende, complexe en gelaagde personages. Het is tegelijk spannend, gevoelig en leerrijk. Dit vlot geschreven boek zal veel lezers aanspreken.

Deze recensie verscheen eerder op Hebban.nl

dinsdag 1 november 2022

 Voor een schrijfopdracht: schrijf een heel kort kinderverhaaltje van max. 100 woorden.


Toen Boris Letter vrijdag wakker werd, miste hij een letter. De L was verdwenen. Etter heette hij nu. Hij maakte luid misbaar op school, maar niemand vond het zielig voor hem, want het klopte wel. Na de middag waren de letters plots gehusseld en was hij Retis Boert geworden. Toch bleef het jongetje klieren. Toen de bel ging, bleef enkel Rot nog over. Het lettervretertje had er graag ‘rotjoch’ van gemaakt, maar daarvoor miste hij de juiste letters. Toch was hij best tevreden met zichzelf en fluitend ging hij op zoek naar de volgende pestkop om een lesje te leren.

maandag 17 oktober 2022

 Dit aparte boek las ik in een leesclub op Hebban. Hieronder mijn recensie over het boek.



Iedereen slaat de bal wel eens mis

 

Met zijn sobere kaft en enigszins vreemde titel zou je De voordelen van Sint-Barbara over het hoofd kunnen zien. Maar dit boek van Erik Nieuwenhuis, uitgegeven bij Uitgeverij Brooklyn biedt meer dan de sobere eerste indruk laat uitschijnen.

Kunstenaar Ruben Linnik loopt tegen de 60. Het lijkt hem een uitgelezen moment om een kort tripje te maken met zijn twee kinderen naar Oostenrijk. Tegelijkertijd wil hij hen vragen om hem als hij te zijner tijd komt te overlijden, niet op het platteland te begraven waar hij nu woont, maar hem in een van de mooie begraafplaatsen van Amsterdam onder te brengen. Het wordt een weekend met zowel te grote verwachtingen en harde woorden, als ook voorzichtige bruggen naar elkaar. Dan gebeurt er iets op de terugweg waardoor iedereen plots wel moet nadenken over familiebanden en emoties.

Het boek bestaat uit vijf delen, waarbij er een duidelijke breuk is na deel I. Het verhaal leest grotendeels vlot, maar voelde naar het einde toe een beetje te lang uitgesponnen.

De schrijver slaagt er goed in om totaal verschillende omgevingen en personages met weinig woorden te kunnen schetsen. Van de extravagante Bobbie in haar slordige vakantiehuisje, met haar extreme emotiewisselingen tot de nieuwe vriend van Eva die probeert haar voorzichtig tot kalmte te manen.

De auteur schrijft koel en afstandelijk, maar met een ongelooflijke humor, die soms zwart, cynisch of wrang is. Daarbij maakt hij rake observaties.

Dat het kunstenaarskinderen uit Amsterdam zijn, neemt ze zeker mee in haar overwegingen, evenals het feit dat hun gezamenlijke contacten op social media vrijwel de gehele DSM-5 vertegenwoordigen.’

Nieuwenhuis schetst treffend hoe eenzelfde periode (de jeugd van de kinderen) heel anders herinnerd wordt door die kinderen dan door hun vader. Kind of partner van een artiest zijn is niet eenvoudig. Het is dan ook vooral via hun cynisme en verbittering dat we de emoties van de personages leren kennen. Het verleden leert de lezer gaandeweg kennen via hippievriendin Bobbie, zodat het beeld van de kinderen (een vader die hen in de steek liet omwille van de kunst) en het beeld van de collega-artiest (Ruben als bezield man met vele ideeën en energie die verantwoordelijkheid neemt voor zijn fouten) over elkaar schuiven en zo een completer en meer 3D beeld vormen van de persoonlijkheid van Ruben: niet de vader óf de kunstenaar, maar vader, kunstenaar, foutenmaker en energiek mens.

Spijt, menselijk falen en het opnemen van verantwoordelijkheid daarvoor vormen een rode draad doorheen het boek. Een mens probeert en maakt daarbij fouten, en met voldoende communicatie en dierbaren die de verschillende facetten van iemands persoonlijkheid kunnen duiden, ontstaat er hopelijk begrip over de fouten die nooit de bedoeling hadden om iemand pijn te doen. Het boek wordt echter niet zwaar op de hand met een schrijver die niet bang is van humor, messcherpe dialogen en absurde situaties. Laat u vooral verrassen en meevoeren.

Deze recensie verscheen eerder op Hebban.nl

 

Koester de muziek. De Paarse Zetel met Anna Enquist in Bibliotheek De Krook

17 oktober 2022

De veelzijdige Anna Enquist was donderdag 13 oktober 2022 in Bibliotheek De Krook te gast in de Paarse zetel. Redacteur Sofie De Braekeleer was erbij en schreef een boeiend verslag.




Wie Anna Enquist zegt, zegt ‘muziek’. De Nederlandse schrijfster studeerde piano en psychologie voor ze in 1991 debuteerde met de poëziebundel Soldatenliederen, die gevolgd werd door de roman Het meesterstuk.

Moderator Griet Pauwels vraagt haar naar deze liefde voor muziek. Enquist vertelt hoe muziek een effect heeft op mensen, waardoor die het niet droog kunnen houden. Reeds in haar eerste roman speelt muziek een belangrijke rol. Wanneer Pauwels haar vraagt of ze rekening houdt met een publiek dat mogelijk geen muzikale voorkennis heeft, grapt Enquist dat schrijven al complex genoeg is zonder dat ze zich daarmee bezig moet houden. Ze benadrukt dat ze uitgaat van de zelfwerkzaamheid van de lezer. Die mag je niet onderschatten. De lezer zal volgens haar zelf opzoeken wat hij of zij niet begrijpt.

Toen Enquist bezig was met onderzoek naar de scheepsvaart, overleed haar dochter aan een verkeersongeluk. Ze zou uiteindelijk hierover schrijven door voor het perspectief van de echtgenote van de Britse ontdekkingsreiziger, James Cook te kiezen: een moeder wier zes kinderen stierven tijdens haar leven. Het zou het eerste proza zijn wat haar weer lukte. In eerste instantie was het echter de muziek die haar hielp. Ze begon aan optredens met de pianist Ivo Janssen waarmee ze rondreisde. Het werden muziekstukken met haar teksten ertussen geweven. Door deze ervaringen en vriendschap begon ze de Goldbergvariaties van Johann Sebastian Bach te studeren, omdat haar dochter die zo mooi vond. De variaties herinnerden de schrijfster aan bepaalde episodes uit het leven van haar dochter. Tijdens haar opzoekingswerk over Bach ontdekte ze dat hij zelf een zoon had die op 24-jarige leeftijd stierf en dat Bach toen aan de Goldbergvariaties begon. Dit bevestigde voor Enquist dat deze muziek een link had met heel ingrijpend verlies. In haar roman Contrapunt komt dit terug. Op verzoek van Pauwels leest Enquist het gedicht Essentie van het missen voor waarin ze de rouw om haar dochter verwoordt.

Griet Pauwels brengt het gesprek weer op muziek. Anna Enquist vertelt dat bij muziek spelen de technische beheersing op de eerste plaats moet staan. Anders wordt het té. Ook bij het schrijven is dit het geval. Ze vertelt hoe Hugo Claus haar lang geleden het advies gaf om 500 woorden te schrijven per dag en de volgende ochtend alle overbodige adjectieven en al het uitleggerige te schrappen, om dan vervolgens verder te gaan met het schrijven van de volgende 500 woorden. Zo zou ze op één jaar een boek af hebben.

Enquists boeiende manier van vertellen blijkt maar weer als ze vertelt hoe Gerrit Kouwenaar weliswaar een heel verschillende stijl poëzie schreef, maar wel een vriend was van haar. Na zijn dood was ze verontwaardigd dat niemand aanstalten leek te maken om een biografie te schrijven over hem. Toen bedacht ze laconiek dat ze het dan maar zelf zou doen. Waarop ze met plezier zijn biografie schreef.

Ook de dichter Herman de Coninck kende ze goed. De betreurde dichter stierf in haar bijzijn. Ook hierover schreef Enquist verschillende gedichten, waarvan ze er op vraag van Pauwels een voorleest.

Dan haalt de moderator een heel ander thema aan: voetbal. Enquist heeft immers bespiegelingen over voetbal geschreven. Ze vertelt hoe ze hierin rolde. In Nederland was het literair tijdschrift Hard gras ontstaan. Enquist had toevallig een gedicht geschreven over een voetballer en las dat voor tijdens een radiobijdrage. Ze geraakte kort erop aan de praat met Matthijs van Nieuwkerk en die had haar bijdrage gehoord en liet het gedicht publiceren. Zo belandde ze in een groep vrienden met onder meer Thomése en Borst. De sfeer was er helemaal anders dan in de rest van het literaire leven. Ze maakten plezier, maakten theaterprogramma’s en lachten veel. Enquist vertelt hoe ze hele mooie herinneringen heeft aan die tijd en nog steeds bevriend is met Koch, Spaan en Thomése.

Recent reflecteert Enquist in haar werk op de ouderdom. Ze uit er een frisse woede tegen datgene wat verloren gaat. Ze is er heel nuchter over: Ze stelt vast dat je als oude persoon niet meer meetelt in de maatschappij en heeft het daar moeilijk mee. Ze is gevat en zorgt voor enige hilariteit in de zaal. Pas als Pauwels aandringt, erkent ze dat er ook wel enkele voordelen zijn aan het ouder worden: je wordt rustiger, het kan je allemaal minder schelen en ze heeft uiteraard tijd om piano te spelen en met haar kleinkinderen te spelen.

Pauwels kaart een laatste onderwerp aan: de essays die Tegenwind vormen. Daarin heeft Enquist het onder andere over de Nederlandse schilder Co Westerik. Zijn enorme muurschildering op een publiek gebouw, werd na de privatisering van de dienst die erin gehuisvest was, met het gebouw mee afgebroken. De boosheid die Enquist daarover voelde, verwerkte ze in haar laatste boek Sloop. Ze vertelt hoe ze bezig was onderzoek te doen naar Haydn. Haar onderzoek vlotte echter niet en toen ze zich realiseerde dat wat haar vooral bezighield de afbraak van deze muurschildering was, besloot ze haar roman daarop verder te bouwen. Toch belandt Haydn ook in het boek. Zijn kinderloosheid wordt weerspiegeld in de componiste in Sloop die Haydn als voorbeeld heeft. Ook Enquists visies over de balans tussen moederschap versus kunst heeft ze in dit boek gestopt. Ze pleit voor het beëindigen van de concurrentie tussen mannelijke en vrouwelijke schrijvers en voor meer vriendelijkheid tussen hen.

Om af te sluiten laat de moderator Anna Enquist het laatste gedicht uit haar laatste poëziebundel Berichten van het front voorlezen. Als Enquist klaar is, herhaalt Pauwels plechtig de laatste zin van het gedicht: ‘Hoe dan ook is hier mijn afscheidsgroet: wantrouw de woorden. Luister goed. En koester de muziek.’ Zelf zou ik willen eindigen met wat de oudere heer de rij voor me zei: ‘Het was echt goed. Het is een vrouw die echt iets te vertellen heeft’.

Sofie De Braekeleer

vrijdag 30 september 2022

 Wie graag iets leest over vooroorlogs Sicilië, vindt in mijn redactionele recensie op #hebban of hieronder een tip.


Jonge vrouw vecht voor haar geluk in vooroorlogs Sicilië

 

Simonetta Agnello Hornby werd in 2016 onderscheiden met de Orde van de Ster van Italië voor haar verdiensten als auteur. Haar recentste boek heet Bittere koffie en is voor Uitgeverij Signatuur in het Nederlands vertaald door Hilda Schraa.

Sicilië, begin twintigste eeuw. De rijke mijneigenaar Pietro Sala ziet toevallig de jonge dochter van zijn notaris. Het is liefde op het eerste gezicht, althans voor hem. Voor de 15-jarige Maria is het de financiële zekerheid voor haar familie die haar doet toestemmen in een huwelijk met een bijna veertigjarige man. Binnen haar huwelijk probeert de jonge vrouw enige vrijheid en zelfstandigheid voor zichzelf te vinden. Als Pietro verslaafd blijkt aan gokken en de schulden zich opstapelen, herinnert Maria zich met weemoed haar warme gevoelens voor haar jeugdvriend Giosuè. Het wordt het begin van een geheime verhouding tegen een achtergrond van politieke onrust, corruptie, maffia en twee wereldoorlogen.

Vanaf de openingsscène is het duidelijk: deze schrijfster kan met haar gedetailleerde beschrijvingen een hele wereld oproepen. De lezer ziet een chique auto door het dorp rijden, achtervolgd door een stoet opgewonden kinderen, terwijl het dorpsleven stilvalt en de volwassenen verbijsterd en gefascineerd de wilde rit van de auto gadeslaan. De geur van jasmijn, de aarde op vers geoogste groenten, … niets is te klein of te alledaags voor de auteur die met haar beschrijvingen de schoonheid ervan polijst tot die glanst.

Wanneer het seksuele gewoonten betreft die nu niet meer gebruikelijk zijn, voelt deze gedetailleerde beschrijving soms ongemakkelijk. Als Maria de draad met haar tong bevochtigt voor ze die door het oog van de naald duwt, beleeft de lezer dat moment mee samen met de betoverde Pietro. En dat voelt oncomfortabel. De ‘ervaren’ veertigers en hun ongegeneerde opwinding en veroveringsdrang voor amper in de puberteit belande meisjes, de vele ooms die met hun jonge nichtjes trouwen, … het zijn beschrijvingen die ons vandaag de dag plaatsvervangende schaamte bezorgen en waaraan het even serieus wennen is.

Door Maria’s ogen beleven we een zeer interessante periode. Agnello Hornby heeft haar huiswerk gedaan en gebruikt talrijke geschiedkundige bronnen om een boeiende geschiedenis tot leven te brengen. De lezer leert over het net bij Italië ingelijfde Sicilië waar machtsmisbruik, geweld en corruptie de drie pilaren zijn. In een machtsvacuüm is de maffia ontstaan en zijn armoede en honger wijdverspreid geraakt. Ook het waldenzergeloof op Sicilië, kinderarbeid in de zwavelmijnen, de oorspronkelijke aantrekkingskracht van het fascisme, de opkomst van de rassenwetten en het verloop van de wereldoorlogen komen uitgebreid aan bod. Naast dit politieke verhaal, is het boek ook het verhaal van een vrouw die zelf keuzes wil maken, die wil studeren, werken en haar eigen beslissingen wil nemen in de opvoeding van haar kinderen.

De hoofdstukken zijn tamelijk kort en worden ingeleid door redelijk simplistische titels die vaak een te groot deel van de sluier opheffen. De personages zijn dan weer kleurrijk en talrijk. De vileine schoonzussen, de lieve, maar zwakke Pietro, de begaafde Giosuè zorgen samen voor een goed verhaal. De beschikbare oplijsting van alle families en hun huwelijksbanden was niet meteen nodig, maar is handig voor wie eventueel toch het overzicht dreigt te verliezen.

Het boek leest meestal plezierig, maar is met momenten niet helemaal in evenwicht. De geschiedkundige stukken zijn soms behoorlijk complex voor een niet-Italiaan. Bovendien halen ze de vaart uit het verhaal waardoor dat af en toe wat inzakt. Ook springt Simonetta Agnello Hornby soms wat onhandig heen en weer in de tijd. Zo lijkt het of de reeks liefdesbrieven zomaar ergens tussen werd gepropt waardoor de chronologie de mist in gaat.

Het verhaal van een grote familie, de geschiedkundige achtergrond, het doet allemaal wat aan Isabel Allende denken, maar dit boek bekoort minder en is minder meeslepend dan bij Allende het geval is. Toch blijft Bittere koffie een mooi liefdesverhaal tegen een boeiende geschiedkundige periode.

dinsdag 13 september 2022

 Boekrecensie:


Duister sprookje in vervallen kasteel

 

Met Leesclubbing kan je bij GentLeest met je eigen leesgroepje een boek uit een categorie zoals zwartgallig, schaamteloos genieten, klassiekers van morgen, … lezen. Je leent een totebag met daarin vijf exemplaren, leesvragen en een lekkernij. Je moet dus enkel zelf voor de gretige lezers zorgen. Wij lazen We hebben altijd in het kasteel gewoond van Shirley Jackson. Deze schrijfster brak in 1948 door met haar kortverhaal ‘De loterij’.  We hebben altijd in het kasteel gewoond is haar laatste boek en verscheen in 1962. Wij lazen de heruitgave. Deze werd uitgegeven door L.J. Veen Klassiek en Atlas Contact, werd vertaald door Rob van Moppes en komt met een nawoord door Niña Weijers.

In een redelijk afgelegen kasteel woont de familie Blackwood. Ze heeft daar altijd al gewoond. Jaren geleden stierven er vier familieleden tijdens een noodlottige maaltijd. Iemand mengde arsenicum door de suiker in de suikerpot. Constance die geen suiker eet, werd verdacht van de moord, maar uiteindelijk vrijgesproken. Zij en haar jongere zus Mary Katherine (Merricat) wonen sindsdien als kluizenaars in het kasteel, samen met de oude dementerende oom Julian. De dorpelingen hebben het niet op de familie begrepen en bekijken hen met vijandschap en argwanen. Als op een dag neef Charles opduikt om de familie te komen helpen, ruikt Merricat als enige argwaan. Vastbesloten haar familie te beschermen, is ze bereid tot het uiterste te gaan.

Shirley Jackson werd de koningin van de ‘American Gothic’ genoemd. Haar verhalen worden gekenmerkt door magische elementen en horror. Ze levert met dit boek een intrigerend, betoverend maar bevreemdend ‘horrorsprookje’ af.

Jackson beschrijft gedetailleerd hoe Merricat haar wekelijkse wandeltocht naar het dorp onderneemt om boodschappen te doen. Sinds de beschuldigingen durft Constance haar gezicht niet meer te laten zien uit angst voor de vijandige dorpelingen. Hoewel het ook voor Merricat een marteling is, neemt zij deze taak op zich om haar zus te beschermen. De wandeltocht naar het dorp wordt haarfijn uit de doeken gedaan, met alle obstakels die ze moet nemen: blijft ze in de schaduw of gaat ze aan de zonnekant lopen? Aan welke kant passeert ze minder vijandige dorpelingen? De lezer beleeft het allemaal mee. Ook leren we minutieus over de zeer strikt geordende routine in het kluizenaarsleven van de familie waar alle activiteiten een vast moment kennen.

‘Omdat Charles mijn dinsdagochtendtaak had overgenomen had ik niets omhanden. Ik overwoog naar de kreek te gaan, maar had geen reden om aan te nemen dat de kreek er zelfs maar zou zijn, want ik kwam daar nooit op dinsdagochtend.’

De personages zijn kleurrijk, fascinerend, maar ook vreemd. Constance lijdt aan enorme pleinvrees en poetst obsessief haar veilige thuishaven. Ze zorgt onophoudelijk voor de invalide oom Julian en verliest nooit haar geduld. Ze is heel toegeeflijk voor haar jongere zus Merricat, die voortdurend om dessertjes bedelt, maar ook degene is die magische elementen begraaft om hen te beschermen en voortdurend zorgvuldig de sloten op de deuren en hekkens controleert die hen moeten beschermen. Beiden praten met de kat. Oom Julian is dan weer obsessief bezig met het gedetailleerd neerschrijven van wat er de nacht van de vergiftiging gebeurd is.

We beleven alles vanuit het perspectief van Merricat. Zij is echter een onbetrouwbare verteller. Ze beschermt haar oudere zus ten koste van alles en schildert Charles af als de baarlijke duivel. Maar is het wel zo gezond om Constance te bevestigen in al haar angsten, zodat haar bewegingsruimte almaar verder inkrimpt? En hoe normaal is het rigide en fel beschermende gedrag van een kind dat nooit helemaal volwassen geworden is en geïsoleerd opgroeide tussen een dementerende oude man en een oudere zus vol fobieën. Neef Charles wil Constance uit haar isolement halen, terwijl Merricat niet wil dat er iets verandert aan de strikte routine in hun kleine veilige haven. Bovenal is hij echter verdacht geobsedeerd door de rijkdom die het kasteel herbergt en ergert hij zich mateloos dat juwelen en geld -in zijn ogen- nonchalant en onvoorzichtig beheerd worden. Dit is duidelijk een boek dat meerdere lezingen verdient en waarbij vanuit verschillende oogpunten gekeken kan worden naar de personages. Ook de dorpsfiguren zijn niet helemaal zwart-wit: zijn ze zo duivels als Merricat ze portretteert of overdrijft ze? En zo ja, doet ze dat met opzet of onbedoeld?

Tot slot nog een pluim voor de prachtige taal die het geheel echt afwerkt. Merricat probeert iemand ‘weg te dromen’ en …

‘op een avond ging ik naar de kreek en begroef oom Julians gouden vulpotlood met initialen vlak bij het water, zodat de kreek altijd zijn naam zou fluisteren.

Over Charles observeert ze het volgende:

‘Misschien wisten geld en Charles elkaar altijd te vinden, ongeacht hoe ver ze van elkaar verwijderd waren (…)’

Het boek is een absolute aanrader voor liefhebbers van magische verhalen die ermee overweg kunnen als niet alles duidelijk wordt op het einde.