woensdag 8 juli 2026

 

Beeldend, boeiend en gevoelig

 

Tara K. Menon is universitair docent aan Harvard University. Haar werk verscheen in o.m. de New York Times Book Review, Paris Review en Public Books, waar ze ook redacteur is. Met Onder water schreef ze haar debuutroman die werd genomineerd voor de Waterstones Debut Fiction Prize. De vertaling gebeurde door Bart Gravendaal en Karina van Santen.

Wanneer Marissa haar moeder verliest op 6-jarige leeftijd, verhuist ze met haar vader naar een eiland in de buurt van Phuket, Thailand. Daar raakt ze bevriend met Arielle. Beiden zijn verslingerd aan duiken en genieten dagelijks van de vele prachtige koraalriffen onder water en de manta’s en andere prachtige onderwaterdieren. Op tweede kerstdag 2004 worden ze bruut overvallen door de tsunami die hen genadeloos van elkaar scheidt.

Acht jaar later woont Marissa in New York. Ze dwaalt er rond en treurt om Arielle die ze in alles en iedereen herkent. Ondertussen bereidt de stad zich voor op orkaan Sandy.

Het verhaal springt voortdurend heen en weer tussen Thailand met kerst 2004 en New York eind oktober 2012. Zodoende wordt de vriendschap met Arielle uitgewerkt alsook de dreigende komst van de tsunami in 2004 en orkaan Sandy in 2012. De hoofdstukken in 2012 springen echter ook heel vlot naar 2004 waarmee de auteur toont hoe dwingend het verleden aanwezig is in het hoofd van Marissa.

Het boek komt traag op gang en de lezer moet even doorzetten, maar dan ontvouwt zich een roman waar de pracht van duiklocaties, mangroven, koraalriffen en regenwoud zo beeldend aanwezig is dat je het gevoel hebt dat je mee onder water zwemt met Marissa en Arielle.

‘De verfijnde oranje takken van een waaierkoraal wiegen in de stroom. Een stel poetslipvissen probeert een klant te vinden, maar andere vissen zijn niet geïnteresseerd. Matthew richt zijn camera op een blauwgespikkelde pijlstaartrog die over de zeebodem jaagt. Ik adem langzaam in en uit en kantel mijn hoofd achterover om een school snappers boven me langs te zien gaan. Arielle zwemt bij me weg om een papegaaivis over het rif te achtervolgen.’

De vele weetjes zijn verrukkelijk en zijn met veel liefde beschreven. Zo leren we dat de roodwangschildpad tot de destructiefste invasieve soorten ter wereld behoort, andere soorten verdringt, het voedsel opeet en de nestplaatsen claimt.

Het thema rouw is zeer nadrukkelijk aanwezig in het boek. Zo merkt Marissa dat haar omgeving het niet acceptabel vindt om zo lang te rouwen om iemand die ‘alleen maar’ een vriendin was en geen geliefde. Ook haar heimwee komt sterk aan bod.

‘Op het perron verkoopt een vrouw mango’s besprenkeld met limoen, chili en zout, en ik mis thuis zo erg dat ik het niet kan verdragen. (…) Ik voeg me bij de gelederen van huilende vrouwen op metroperrons.’

Het boek is prachtig als het over de natuurpracht gaat, schrijnend en ontroerend wanneer het over rouw, verlies en trauma gaat en hartverscheurend wanneer het over klimaatopwarming, stroperij of de schade van overtoerisme voor de natuur of de details van de gruwel van de tsunami en zijn directe nasleep gaat.

Tara Menon deed haar onderzoek grondig en dat merk je aan de vele details die je werkelijk het gevoel geven dat je echt daar bent. Met Onder water schreef ze een boeiend, beeldend en gevoelig boek dat na zijn trage start veel lezers zal bekoren.

zondag 5 juli 2026

 

Kwetsbaar en sprankelend relaas van pijn en verlies

 

Elisabeth Lucie Baeten is in Vlaanderen behoorlijk bekend als TV-persoonlijkheid en door de vele volgers op haar Instagramaccount. Ze neemt politici op de hak in filmpjes. Daarnaast is ze scenariste en werd ze bekend door het kinderboek En ze leefden nog en het vervolg En ze leefden nog altijd. Met Er is niks brengt ze nu een non-fictieboek uit voor volwassenen.

Baeten vertelt in dit boek over haar lange gevecht tegen een lichaam dat haar telkens opnieuw verraadt met fysieke en emotionele pijn: slokdarm-, maag- en buikpijn, extreme stress en angst, hyperventileren en paniekaanvallen, … Ze ondergaat vele operaties, ontmoet leerkrachten, dokters en specialisten waarvan sommigen haar pijn en problematiek bagatelliseren of goedmoedig bestempelen als stress die tussen je oren zit. Vol werkijver en koppigheid zet ze telkens door en neemt niet de tijd om tot rust te komen. ‘Toen was het opeens een half jaar later en had ik per ongeluk nog niet gerust.’ Tot ze crasht en hard. De psychologe vertelt haar dat ze een enorme hoeveelheid issues meebrengt en zoekt samen met haar – niet zozeer naar dé oplossing, maar toch op zijn minst naar een kader, een handvat, een label om beter te begrijpen wat er aan de hand is.

Het resultaat van dit alles is een moedig boek dat bijzonder kwetsbaar – wie spreekt nu graag over problemen met de endeldarm?- en zelfkritisch is – ‘De komende drie weken lig ik in bed om te bekomen van mijn operatie. Dat is wat ik had kunnen zeggen als ik ook maar een greintje voortschrijdend inzicht in mij had.’

Het boek geeft een inkijkje in de tekortkomingen in de gezondheidszorg, maar ook in de miserie die een mens zichzelf kan aandoen door maar lang genoeg de gezonde volwassene in zichzelf te negeren en almaar te blijven doorgaan, want de ziekte is onzichtbaar en er wachten zoveel professionele kansen. Daar waar zo’n boek zwaar zou kúnnen overkomen of klagerig, is dat hier niet het geval, want de schrijfster slaagt erin om nu eens met sarcasme, dan weer met humor voldoende lichtpuntjes te brengen in wat anders best zware materie zou kunnen zijn. ‘de buikpijn (…) heeft nogal moeite met zich in stilte bezighouden.’ Het is die knappe combinatie van kwetsbaarheid en humor die maakt dat de lezer zich kan identificeren met de auteur en het bijzonder vlot geschreven boek in één benieuwde ruk kan uitlezen.

Daarnaast valt bovenal de enorme taalvirtuositeit van Baeten op. Ze jongleert met taal alsof het niets is en legt alles zeer treffend en beeldrijk uit. Zo gaat ze ijlend van de pijn naar een fotoshoot voor haar werk. ‘Dikke middelvinger naar mijn lichaam denk ik (…) Ik ben ziek van de pijn en de pillen. Ik ril van top tot teen en onder mijn professionele make-up zit alleen grijs. Dikke middelvinger terug denkt mijn lichaam.’

Als ze het over een te lage bloeddruk heeft, klinkt dat als volgt: ‘Maar eigenlijk ging ik die zondag, twee dagen nadat mijn acht over vijf mij was komen zeggen dat het vijf over twaalf was, naar een voorleessessie…’

Of wanneer ze vertelt hoe ze al kind toneelstukjes opvoerde op familiefeesten. Nu als volwassene, faket ze vertrouwen en een vlotheid in smalltalk die ze ontbeert. ‘Er is nog niet heel veel veranderd, ik voer nog altijd toneeltjes op.’

Het toont de knappe mix tussen zelfkritiek, humor en een knappe beheersing van de taal die dit boek zo sterk maakt. Een aanrader voor wie zelf worstelt met chronische pijn, voor wie meer begrip wil krijgen voor ‘onzichtbare’ ziektes en voor iedereen die kan genieten van taalkundig sterk geschreven boeken.

 



Ambitie en liefde tegen het Italië van de jaren ‘50

 

Francesca Giannone won met haar debuutroman De brievenbezorgster van Puglia de Italiaanse Boekhandelsprijs. Met De zeepmaakster van Salento schreef ze haar tweede roman. De vertaling gebeurde door Manon Smits.  

Met trots en toewijding werken Lorenzo en Agnese dagelijks in de zeepfabriek van de familie. Dit Casa Rizzo is hun ziel en zaligheid. Beiden vinden er voldoening en dit versterkt hun reeds zeer goede band als broer en zus. Dan beslist hun vader om de zeepfabriek te verkopen. Broer en zus reageren hier na hun aanvankelijke schok totaal anders op. Daar waar Agnese zo gehecht is aan huis en fabriek dat ze beslist te blijven, is Lorenzo trots en enorm gekrenkt. Hij besluit te vertrekken en elders zijn geluk te beproeven. Met als ultieme einddoel om vroeg of laat, kost wat kost de fabriek te kunnen terugkopen. Het leidt tot een enorme breuk tussen beiden en binnen de familie. Wiens keuzes zullen geluk brengen?

Na een proloog in 1953, wordt de lezer meegenomen naar 1958 in het kleine Italiaanse kustplaatsje Araglie in Puglia. De sfeer wordt heel mooi geschilderd met de muziek van toen, een regering die op vallen staat en de politieke strubbelingen van toen en weduwen die jaren na het verlies van hun man nog steeds in het zwart gekleed gaan. Ook de rechten van vrouwen zijn nog niet wat ze nu zijn. Zo krijgt Lorenzo’s vriendin van hem het verwijt dat ze niet gecharmeerd mag zijn van het compliment van een andere man en krijgen knappe vrouwen niet mis te verstane insinuaties over hun lichaam. Daarnaast wordt ook gesproken over het feit dat het altijd de vrouwen zijn die moeten keuzes maken en daarbij zaken opgeven. Het is echter niet alsof je als lezer struikelt over de Italiaanse details van die tijd. Het stoort het tempo van het verhaal geenszins en is net voldoende om het aangenaam te kruiden.

De twee hoofdpersonages worden prima uitgewerkt. Beide komen afwisselend aan bod en de lezer leert hen goed kennen. Lorenzo is trots en ambitieus. Hij is zeer principieel en weet van geen wijken. Hij moet en zal zijn doel bereiken ongeacht de prijs die dit hem en zijn dierbaren kost. Deze ver doorgetrokken ambitie en koppigheid zou zeer onaantrekkelijk kunnen zijn, maar de schrijfster portretteert hem op zo’n manier dat de lezer blijft meeleven met hem, of die het nu met zijn keuzes eens is of niet. Agnese is liever en meegaander, zachter en milder. Toch mag ook zij niet onderschat worden. Ook zij is ambitieus op haar manier. ‘Haar ogen straalden ineens, er was een zweem van opwinding in haar stem gekropen, en zelfs haar lichaam had een andere houding aangenomen, stevig en zelfverzekerd.’

Een boeiend karakter is dat van vader Giuseppe, die hoewel slechts een randkarakter, een mooie persoonlijke groei kent doorheen het verhaal.

Het boek eindigt met een epiloog waarin je een generatie later op knappe wijze nog een aantal dingen te weten komt over sommige personages.

Het verhaal gaat over thema’s als liefde, familiebanden en ambitie. Het is soms lief en schattig, soms pijnlijk en ontroerend. De lezer zal enorm meeleven met de lotgevallen van de familie tegen een mooie achtergrond. Francesca Giannone heeft bovendien het lef om haar boek niet met een zeemzoete saus te overgieten, maar daarentegen met realisme een en ander niet goed te laten eindigen. Dat kleine tragische randje maakt het verhaal alleen maar beter.

Met dank aan Libelle voor het recensie-exemplaar.