woensdag 20 maart 2024

Voor uitgeverij Ellessy las ik het ontspannende Verliefd op het landgoed. Hieronder kunnen jullie mijn recensie vinden.


Rangen en standen op het landgoed

 

Met Verliefd op het landgoed schrijft Hilje Mulder haar derde boek, een zelfstandig te lezen vervolg op Villa Naranja. Ze schrijft graag over het ontdekken van nieuwe kanten van jezelf en dat is ook in dit boek het geval. Zo gaat Susanne na de dood van haar oudoom in op diens wens om te proberen iets te maken van het vervallen landgoed dat hij nalaat. Ze trekt hiervoor weg uit het bruisende Amsterdam, terug naar haar rustige geboortedorp in Groningen. In haar zakelijke onderneming om van het landgoed een hotel te maken, krijgt ze de hulp van rentmeester Frank. Susanne valt voor Frank, maar hij is van lagere komaf dan zijzelf en dit dreigt ernstig tussen hen in te blijven staan. Aan Susanne om deze twee uitdagingen het hoofd te bieden: over de klasseverschillen heen stappen die ze in haar opvoeding zo sterk meegekregen heeft en het landgoed economisch rendabel maken mét respect voor het verleden.

Het is fijn dat de auteur niet in de valstrik trapt van te suikerzoete personages. Ze werkt haar hoofdpersonage levensecht uit. Susanne is hautain en komt als een serieuze snob over in het begin. Dit maakt haar aanvankelijk ietwat antipathiek. De tijd die doorheen het boek besteed wordt aan het werken aan haar valkuilen, maakt haar langzaamaan een sympathieker personage en dit maakt haar ook een echt karakter. Het maakt het voor ons, gewone stervelingen die niet op een landgoed opgegroeid zijn, gemakkelijker te bevatten hoe mensen uit dergelijke kringen zulke snobistische ideeën kunnen hebben. Ook Frank is geen karikatuur, maar een echt mens met zijn fouten en sterke kanten.

‘Het is geen man met een uiterlijk waar je als een blok voor valt, maar hij heeft iets fijns, iets vertrouwds.’

De andere personages zijn kleurrijk en interessant, van gamefreak Rob tot de koppige, hoogbejaarde Dieneke met haar eeuwig smoezelige schort en brilglazen vol vlekken.

De schrijfster bezondigt zich soms iets te veel aan het uitleggen van zaken en heeft soms de neiging om haar lezers ietwat te onderschatten. Zo vraagt Susanne zich af waarom ze haar haren losgelaten heeft voor een boswandeling en wordt er expliciet herhaald dat dit is omdat Frank dit mooi vindt. De lezer heeft dit echter zo ook wel begrepen. Ook springen Susannes emoties soms iets te snel van het ene uiterste in het andere. Zo is ze boos, wanneer iemand te snel binnenkomt om onmiddellijk erna te vinden dat het net lief is dat die zijn eigen sleutel gebruikt; of ergert ze zich blauw aan iemands klederdracht om onmiddellijk erna alweer hartelijk te lachen samen met die persoon.

Een ander minpuntje van het boek is de eindredactie. Het aantal schrijffouten en grammaticafouten is echt te talrijk. Het valt aan te bevelen om het boek nog eens onder de loep te nemen voor een volgende druk volgt.

Zoals de auteur zelf vertelt in haar nawoord is ze een tijdje geleden een nieuwe professionele uitdaging aangegaan in het rentmeestermilieu. Deze kennis gebruikt ze mooi in haar boek waarin de lezer een boeiend inkijkje krijgt in een sector waarvan de meeste lezers niet zoveel weten.

Regelmatig gebruikt Mulder humor  in haar boek. Zo kan een theedoek waarin vol verdriet gesnoten is daarna niet meer gebruikt worden voor glazen… of die worden dof van ellende.

Een fijne vondst is hoe de portretten van de borgheren bijna als echte personages opgevoerd worden die mee evolueren naarmate Susanne zich beter in haar vel gaat voelen op het landgoed. Zo komen ze haar oorspronkelijk vijandig voor en heeft ze later het gevoel dat ze aan haar kant staan.

‘Haar ogen schieten naar de voorvaderen hoog aan de wand. Ze kijken net zo afkeurend als zij zich voelt.’

Verliefd op het landgoed is een boek waarbij je mogelijk even moet doorzetten om aan Susannes karakter te wennen, maar naarmate het boek vordert, begin je haar beter te begrijpen. De verschillende verhaalontwikkelingen zijn boeiend en maken dat je graag verder leest.

Met dank aan uitgeverij Ellessy voor het recensie-exemplaar.

dinsdag 30 januari 2024

 Voor wie graag een nieuwe feelgood trilogie ontdekt, met een vleugje historisch kader, is het debuut van Katarina Widholm een fijne suggestie. Waarom? Dat lees je hieronder in mijn recensie die ook als redactionele recensie op Hebban.nl verscheen.


Sloven en smachten in vooroorlogs Stockholm

 

Met hart en ziel is het debuut en het eerste deel van de trilogie Het Zweedse lot van Katarina Widholm. Het verhaal speelt zich af in het Zweden van 1937-‘38 waar de 17-jarige Betty uit haar saaie dorp wegtrekt naar Stockholm om er in het huis van dokter en mevrouw Molander te gaan werken als dienstmeisje. Op de heenreis ontmoet boekenwurm Betty de joodse literatuurdocent Martin Fischer. De twee wisselen gegevens uit bij het afscheid en wat volgt is een enthousiaste correspondentie over wat ze zoal lezen. Terwijl hun vriendschap intiemere vormen aanneemt, moet Betty hard werken voor de vriendelijke dokter en zijn ijzige, immer ontevreden echtgenote. Als de oorlog op het Europese continent steeds dichterbij komt, blijft plots elk bericht van Martin uit. Betty’s zoektocht naar hem levert niets op.

In zeer vlot geschreven proza beschrijft de auteur op uitstekende wijze het dagelijkse leven van een dienstmeisje dat van ’s ochtends vroeg tot soms diep in de nacht moet sloven en knicksjes makend haar rijke bazen in de watten legt. Het boek schetst een treffend tijdsbeeld waarin vooral de grote verschillen opvallen tussen arm en rijk. Er zijn de armoedige gezinnen waarin de kinderen na de lagere school beginnen werken om het karige inkomen van hun voortijdig oude ouders aan te vullen en de rijken die hun dagen in ledigheid slijten en nog geen boterham voor zichzelf kunnen smeren.

‘Het trappenhuis was groot en blonk als goud. Er was ook een knarsende lift vol tierelantijnen, maar tante Helmi wees naar de dienstingang. Dat trappenhuis had geen lift, was niet goudkleurig en had geen tierelantijnen.’

De me too beweging is nog heel ver weg en handtastelijkheden jegens ondergeschikten zijn schering en inslag. Eenmaal getrouwd moeten vrouwen voor bijna alles toestemming vragen aan hun echtgenoot.

De personages zijn mooi uitgewerkt en kruipen snel onder je huid. Betty is flink en zelfstandig voor haar leeftijd. Ze vermant zich snel bij tegenspoed. Ook de beurtelings arrogante of chagrijnige zoon des huizes, de hartelijke dokter, zijn pompeuze, zelfingenomen vrouw of de nuchtere Viola komen je snel voor als bekenden.

‘Er was geen eten in huis, de kraan lekte en het warme water leek het niet te doen. In plaats van snikkend voorover te gaan liggen op de keukentafel en in te storten, zoals ze het liefst wilde doen, pakte ze de bundel bankbiljetten en het vel papier met de bedrijfsnamen erop. Ze maakte een grove schatting, schreef een lange lijst, ging toen naar de gang waar de telefoon stond en begon te bellen.’

Het leven en de activiteiten van alledag worden heel beeldend beschreven. Widholm zorgt dat je in de keuken staat waar Betty zwetend gerechten bereidt voor feest of alledag of nog maar eens de rommel van de vrouw des huizes mag opruimen. Als Betty de deur uit stapt, ben je met haar in de stad, of aan de prachtig beschreven scherenkust.

‘In Stockholm rook het anders dan thuis. En wat was het druk op straat. Paardenkoetsen, trams, bussen, auto’s en karren die ratelden, knarsten en bromden. Hakken die op de kasseien tikten, boodschappenjongens die populaire deuntjes floten, geschreeuw en stemmen van talloze mensen. Beneden aan de kade langs de Strandvägen toeterde een boot.’

Naarmate het boek vordert, sluipen de eerste voorboden van het nazisme erin. Zo krijgt Betty het compliment dat ze zo mooi arisch is en lopen er bruinhemden rond die verlangen naar een Zweden dat meer op Hitlers Duitsland lijkt.

Widholm kan zowel vreugdevolle als zwaardere thema’s aan zoals neerslachtigheid of het gevoel gevangen te zitten in een uitzichtloze situatie in een tijd waarin de mening van anderen of de kerk er nog veel meer toe deed.

Af en toe wordt de lezer verrast door onverwachte plotwendingen die hem voortdrijven richting het einde van het boek. Dat einde is een grote, open vraag en dit eerste deel van de trilogie smaakt dan ook absoluut naar meer. De reikhalzende lezer zal dan ook blij zijn te vernemen dat deel twee en drie reeds verschenen zijn in het Zweeds. Nu maar hopen dat Daniëlle Stensen, die voor de uitstekende vertaling zorgde, snel de opdracht krijgt om dat tweede en derde deel in het Nederlands te vertalen. 

maandag 13 november 2023

 Na het prachtige De hemel is altijd paars, schrijft Rezazadeh met Ik ken een berg die op me wacht opnieuw een prachtig boek. Lees hieronder op Hebban hoe het boek mij beviel.


Weemoedig kunstwerkje


Na haar poëtische en zeer gesmaakte debuut, De hemel is altijd paars, brengt Sholeh Rezazadeh nu Ik ken een berg die op me wacht uit. Voor dit boek bestudeerde ze de leefwereld en de tradities van de Shahsevan- en Bakhtari-nomaden.

De 40-jarige Alma woont op een woonboot op de Amstel. De laatste tijd voelt ze zich teneergeslagen door de drukte en onverschilligheid van de Westerse wereld. Ze neemt het besluit zich een tijdje te vestigen in de Iraanse bergen bij een groep nomaden. Saray is een jonge nomadenvrouw. Zij leeft sinds jaar en dag in de prachtige, maar woeste omgeving van de krachtige rivier Aras. Daar hoedt haar volk vee, looit geitenhuiden, karnt de melk met de hand en leeft van de natuur. Ze hebben geen Westerse technologie en hun leven bestaat uit rust, ruimte, regelmaat en hard werken.

Wat dit boek origineel maakt, is dat het verteld wordt vanuit het perspectief van de rivier Aras, die ‘zijn’ nomaden observeert en becommentarieert.

Doorheen het verhaal loopt de rode draad van de klimaatopwarming. Die oefent een grote invloed uit op het leven van de nomaden. Het volk trekt ’s winters naar het dal en ’s zomers richting de bergen, maar het moment van die migratie begint te verschuiven en de lengte van een verblijf verandert. Er ligt ieder jaar minder sneeuw, de rivier bevat minder water, de vissen sterven en het nomadische leven komt sterk onder druk te staan. Alma vertelt dan weer hoe Nederland niet almaar minder, maar meer water heeft en hoe haar rivier Amstel langzaam stijgt.

‘Wat zou er van deze vlakte overblijven behalve een oud litteken op het gerimpelde voorhoofd van de langzaam afstervende aarde?’

Net zoals in haar debuut, blaast de schrijfster haar lezers ook in dit boek weer omver met weergaloos prachtige taal. Op een woord wordt ‘gekauwd’ voor het wordt ‘doorgeslikt’, het water praat niet maar ‘golft’ zijn tekst, een hart zit ‘vol zwaluwen’. In dit boek ligt de nadruk nog meer op poëzie, zodat vooral in het begin wanneer er heel veel geobserveerd wordt en er weinig gebeurt, sommige lezers misschien even zullen moeten doorzetten. Maar dat loont absoluut de moeite.

De schrijfster creëert sterke en originele beelden : ‘De natuur trok plotseling en slordig haar feestkleding en haar ongemakkelijke schoenen uit, gooide ze in een hoek en viel in slaap; dronken, moe en lusteloos na een lang feest.’

Ook personages zoals de nukkige rivier Aras of de mysterieuze Ipek die tapijten weeft uit bezorgdheid voor de verstoorde slaap van de bomen zullen de lezer bijblijven.  

De auteur trekt regelmatig mooie parallellen zoals tussen de dode vissen die op de Aras drijven en de blikjes, plastic en sigarettenpeuken die op de Amstel drijven.

Het enige minpuntje dat op het boek aan te merken valt, is dat Rezazadeh de tegenstelling tussen de idyllische nomadenwereld en de onverschillige Westerse wereld zo absoluut stelt, waardoor het af en toe ietwat richting een tirade gaat. Toch moet gezegd dat ze vele terechte punten aanstipt, zoals wanneer ze de jonge nomade Doeman verbaasd laat vragen of mensen in het Westen betalen om een uur te mogen rusten en niets doen, of om in de natuur te wandelen. Met dit mooie kleinood houdt de auteur de Westerse lezer absoluut een spiegel voor.

maandag 9 oktober 2023

 Mijn meest recente redactionele recensie voor Hebban ging over Gebied 19, een ietwat vreemd boek...


De druk van het geluk

 

Esther Gerritsen is met Gebied 19 niet aan haar proefstuk toe. Naast acht romans en een verhalenbundel, schreef ze reeds theaterteksten, het boekenweekgeschenk Broer en columns. In de scifi-roman Gebied 19 wordt de 51-jarige Tomas wakker de ochtend na zijn tweede huwelijk en zijn vrouw Suzanne blijkt verdwenen. Wanneer hij de hond uitlaat, merkt hij dat er meer mensen weg zijn, véél meer. En de samengestroomde overblijvers lijken allemaal enigszins verwacht te hebben dat dit eraan zat te komen. Alleen Tomas valt totaal uit de lucht.

‘Er was niet per se iets heel vreemds, er was vooral allerlei gewoons dat ontbrak, een steeds groter wordend gemis.’

In dit vlot geschreven verhaal val je er als lezer middenin. Iedereen lijkt in min of meerdere mate wel iets te weten, behalve Tomas. Hoewel zijn absolute onwetendheid enigszins ongeloofwaardig overkomt, doet de schrijfster moeite om dit te duiden vanuit zijn karakter als teruggetrokken workaholic. Samen met Tomas gaat de lezer op zoek naar de ware toedracht. Dat creëert vanzelfsprekend enige spanning in een verhaal met een zekere originaliteit.

Meer dan om het scifi-aspect, draait het in dit boek echter om de kritische en vaak zeer behoudensgezinde blik van Tomas, vanuit wiens perspectief we het hele boek lang alles beleven. Hij zeult enige emotionele bagage mee en worstelt met zwaarmoedigheid. Na één enkele poging tot contact met een vriend die ook verdwenen blijkt, blijft Tomas dralen en besluit hij geen anderen te contacteren. De angst dat zijn zogenaamde vrienden zelfs in deze barre tijden eenzaamheid zouden prefereren boven contact met hem is te groot. Liever weet hij niet of ze er nog zijn. Zijn eenzaamheid en ontreddering zijn enorm. Hij gaat naar het buurthuis waar hij vroeger nooit kwam, want daar wordt hij bij naam genoemd nu. ‘Hij zag ertegen op om thuis te zijn waar het zo vol was met mensen die er niet waren.’ De lezer kan zich dan ook afvragen of de bril waardoor alles beschreven wordt voldoende objectief is. Toch heeft dit volledig focussen op Tomas als voordeel dat je je als lezer kan blijven afvragen in hoeverre Tomas gelijk heeft, of dat hij de zaken verkeerd ziet. Dat is op zich een boeiend gegeven.

In deel twee werkt de auteur een vorm van leven uit waar hardnekkig in het nu geleefd wordt. Geschiedenis wordt afgeschaft als vak, als mensen overlijden zijn er geen foto’s, graven of gesprekken meer om hen te gedenken en voor mensen met zwaar depressieve klachten is er geen plaats. Hoewel iedereen er tevreden en blij is, grijpt het je als lezer naar de keel en voelt deze manier van in het leven staan heel erg fout.

Verwacht in dit boek geen grote emoties, want het is vaak moeilijk om voeling te krijgen met de personages die je alleen via de ogen van de sociaal onhandige hoofdpersoon leert kennen. Ook de spanning blijft beperkt, evenals de summiere beschrijvingen van de scifi-elementen. Gerritsen vertrekt van een leuk scifi-gedachtenexperiment en werkt van daaruit uit in hoeverre geluk afgedwongen kan en màg worden, of het maakbaar is en of dat wel wenselijk is en wat er gebeurt met een maatschappij waar lijden er niet meer mag zijn. Dat zijn heel interessante en pertinente vragen waar dit boek een boeiend verhaal rond weeft dat boeit tot het einde.


woensdag 7 juni 2023

Ik nam de afgelopen maand deel aan een fijne leesclub met dit boek. Hieronder lees je wat ik van het boek vond.



                                                        Een leven in de natuur    


In Ga als een rivier van Shelley Read zet een spontane ontmoeting tussen de zeventienjarige Victoria en een vreemdeling een reeks gebeurtenissen in gang die het meisje nooit had kunnen voorzien. In het kleinburgerlijke dorpje leidt dit eind jaren ’40 van de vorige eeuw tot onverdraagzaamheid en haat. Victoria moet de woeste natuur in vluchten en versneld volwassen worden.

Aan dit debuut is zorg besteed. De kaft heeft uitvouwbare voor- en achterflappen met een poëtisch citaat erop uit het boek. De zorgvuldige vertaling gebeurde door Mieke Trouw-Luyckx. Ook de gedegen eindredactie zonder tikfouten valt positief op.

Het gevoelige verhaal wordt verteld in een prachtige, vaak poëtische taal vol mooie beelden. Zo treffen we beschrijvingen aan als:

een halfverharde oprit die zo lang was als de huilkreet van een wolf’

of:

Hij was een ijspegel die langzaam smolt, en ik een geduldig riviertje.’

Ook de levenswijsheden die Victoria opdoet, worden prachtig verwoord:

‘We kunnen de momenten die ons maken tot wie we zijn niet kiezen alsof het de rijpste, mooiste perziken aan de tak zijn. In de eindeloze struikeling naar onszelf oogsten we de vruchten die het leven ons aanbiedt.’

Minder geslaagd is het oproepen van spanning via kleine hints naar de toekomst die een paar keer voorkomen. Persoonlijk laat ik me liever meenemen door het verhaal om dan ten gepasten tijde te merken wat er zal gebeuren. Hier weet je te snel dat er iets zwaar fout zal lopen.

Het verhaal wordt chronologisch verteld en nagenoeg het volledige boek beleven we alles vanuit Victoria’s perspectief. Haar karakter wordt uitgediept en we leren haar gedachten en gevoelens goed kennen. Ook de persoonlijke liefde van de auteur voor de wilde natuur klinkt heel duidelijk door in het boek. Read slaagt erin om die eerbied voor en het leven middenin die natuur tot een heel belangrijk element te maken. Zo verwordt de natuur die Victoria omgeeft en in het bijzonder haar perzikboomgaard en de wild stromende rivier die alles irrigeert, een zeer belangrijk nevenpersonage. Regelmatig put Victoria er kracht of troost uit of vraagt ze het land haar te zegenen.

Hoewel het verteltempo rustig en kalm is, past dit ook bij Victoria’s leven te midden van de natuur en stoort het niet. Het boek is voldoende uitgebalanceerd en weet op een tedere manier een leven en de gevolgen van keuzes te schetsen. Dat maakt Ga als een rivier tot een boek dat bijblijft.

Deze recensie verscheen eerst op Hebban.

maandag 22 mei 2023

Ik ontdekte recent Kamila Shamsie als een goede schrijfster. Wie een mooie boekentip zoekt, kan in mijn recensie ontdekken waarom ik zo enthousiast was over haar boek.


Principes of loyaliteit?

 

Beste vriendinnen Maryam en Zahra zijn tieners in het Karachi van 1988. De lezer leert de zelfzekere Maryam en de ernstige Zahra kennen in de maanden voor de dood van dictator Zia-ul-Haq. Een foute inschatting in het feestgedruis na zijn dood heeft gevolgen. Dertig jaar later leven beide vrouwen in Londen. Maryam is hoog opgeklommen in de techwereld en Zahra leidt de grootste burgerrechtenbeweging  van het Verenigd Koninkrijk. Hun vriendschap is nog even hecht. Maar wat als de keuzes waarheen hun carrières hen leiden hen steeds vaker tegenover elkaar plaatsen?

Auteur Kamila Shamsie is geboren en opgegroeid in Pakistan en woont momenteel afwisselend in Londen en Pakistan. Dat ze beide leefomgevingen goed kent, valt op in Beste vrienden. Zo wordt Zahra’s vader gewaarschuwd als hij als tv-presentator niet duidelijk genoeg de dictator steunt en moet er aan de telefoon opgelet worden want de Pakistaanse geheime dienst kan meeluisteren. De toon wordt nog scherper in het tweede deel van het boek waarin beide vrouwen volwassen zijn en via hun werk in Londen in contact komen met macht en de uitwassen ervan. Zo bekritiseert de schrijfster bij monde van Zahra de Britse uitwijsprocedures tegen vreemdelingen die onduidelijk zijn, lang kunnen aanslepen en tot een werkverbod met daaruit voortvloeiende financiële gevolgen voor hele families leiden. Ook de omstandigheden in detentiecentra voorafgaand aan deportatie klaagt ze aan.

De taal is mooi, zonder vergezocht te zijn. Over de oorzaken van oude ruzies wordt gezegd: ‘Maar nu, dertig jaar later, waren die gevoelens eerder verwelkte uitlopers dan scheuten van razernij.’ Hoewel Shamsie zelf mooie beelden en zinnen gebruikt, is het jammer dat er in de vertaling (van de hand van Anne Jongeling) en bij de eindredactie een en ander fout gelopen is. Regelmatig loopt een zin net niet helemaal lekker en het aantal grammaticale fouten en tikfouten is hoog.

De karakters van beide vrouwen worden grondig uitgediept. Reeds als tiener zijn ze meerlagig: Maryam is zorgeloos, maar heeft door voluit voor haar beste vriendin Zahra te kiezen ook offers gebracht. Ze is soms onethisch en vindt het niet erg om haar handen vies te maken. Ze is dan ook de ‘Patriarchenkleindochter’. Ze komt uit een rijk nest met een grootvader, de Patriarch, die betaalde om dingen gedaan te krijgen en reeds als kind vindt ze macht niet noodzakelijk iets vies. Zahra is veel onzekerder. Ze groeit op in een politiek en sociaal bewust gezin. Net zoals haar vader wordt ook zij een sociaal geëngageerde en extreem principiële volwassene. Ze is echter ook ambitieus en soms afgunstig.

Logischerwijs werkt de achtergrond van beiden niet enkel door in hun persoonlijkheid en hun standpunten, maar ook in hun handelingen. Al ligt een vriendschap tussen twee zo verschillende vrouwen niet voor de hand, hun loyaliteit aan elkaar zit diep, want hun vriendschap gaat verder terug dan hun herinneringen. Ook als volwassen vrouwen met een carrière die soms botst, gaan ze elke zondag wandelen en is Zahra meter van Maryams kind. Wanneer mensen uit hun verleden plots weer opduiken, moet er een duidelijke keuze gemaakt worden tussen loyaliteit en principes. Het is een boeiend vraagstuk dat de benodigde ruimte krijgt.

Doordat Kamila Shamsie haar tijd neemt om de karakters psychologisch uit te werken en er niet bijzonder veel gebeurt, kent het boek een traag, kabbelend tempo dat niet alle lezers zal kunnen bekoren. Als je je echter laat meevoeren,  ontdek je humor. Zo wordt over ‘de jeugd van tegenwoordig’ opgemerkt:

‘We hadden geen flauw benul op die leeftijd!

Zij ook niet, ze hebben alleen meer dingen om geen flauw benul van te hebben.’

Ook is er door dat trage tempo tijd voor een stevige onderbouwing van die sterke vriendschapsband. Je gelooft in die vriendschap, ondanks de verschillen tussen de twee vrouwen. Ook de dialogen zijn sterk en geloofwaardig, net zoals de scènes die je zo voor je ziet. Dat alles creëert een knap boek dat toont dat een traag verteltempo geen probleem hoeft te zijn.

Deze recensie verscheen eerst op Hebban.nl

zaterdag 25 maart 2023

Voor wie met deze druilerige dagen een vrolijk boek wenst, is De profeet en de idioot van Jonas Jonasson, schrijver van  De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween een vrolijke aanrader!


Plezierig doemdag tegemoet


Jonas Jonasson ken je wellicht van zijn grappige en gesmaakte debuut De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Met De profeet en de idioot slaagt Jonasson er voor de zesde keer in om een bijzonder grappig boek af te leveren. Angélique de Kroon zorgde voor een geslaagde vertaling.

Nazomer 2011. Petra is een astrofysicus die na een zeer lange en complexe berekening het tijdstip berekend heeft dat de wereld zal vergaan en dat blijkt over minder dan twee weken. Door een toevallig voorval ontmoet zij Johan, een niet erg intelligente, maar sympathieke man in een camper. Samen met de kwieke 75-jarige Agnes die rijk geworden is via Instagram, trekken zij richting Rome waar ze nog een eitje te pellen hebben met Johans broer. Dat moet uiteraard gebeuren voor de wereld vergaat, dus er is haast bij, maar niets loopt zoals verwacht.

De humor die het handelsmerk is van de auteur, uit zich op vele vlakken. Regelmatig laat de gebruikte taal de lezer glimlachen. Zo zegt Agnes ‘dat ze er desnoods mee kon instemmen dat de wereld binnen een paar dagen zou vergaan (…) Maar om die reden hoefden ze die toch niet van tevoren al af te breken.’ Ook slaagt de auteur erin om zelfs de boekdelen en de hoofdstukken daarbinnen grappige titels te geven.

De knotsgekke manier waarop Johan en president Obama elkaar leren kennen tijdens een ambassadeursborrel is hilarisch en kan qua dialogen zo in film omgezet worden. Toch is de humor niet altijd absurd of surrealistisch. Zo is er een scène die zich afspeelt op een buitengewone zitting van de Vergadering van de Afrikaanse Unie, waar Obama en Ban Ki-moon waarnemer en eregast zijn. De agenda gaat over de wereldwijde financiële crisis, de onrust in Libië ‘en het milieu (omdat de Vergadering wist dat de Amerikaan en de Zuid-Koreaan hier graag over spraken)’. Op zulke momenten zit er een extra laag in de humor. Het is immers begrijpelijk dat armere landen niet altijd de tijd, energie en middelen kunnen missen om het -misschien in hun ogen alwéér- over de klimaatopwarming te hebben.

De vele leuke wendingen zorgen dat de lezer geboeid blijft. Zo is er een Speciaal agent die vastberaden is een oude vrouw op te pakken voor betrekkelijk kleinschalige fraude, wat allerlei interessante gevolgen veroorzaakt. De plottwists brengen je de hele wereld rond, zonder dat het gaat vervelen. Hoewel de situatie regelmatig surrealistisch is, zijn de personages zo sympathiek – of heerlijk antipathiek- en is de sfeer zo goed neergezet, dat je overal met plezier in meegaat.

De schrijver slaagt erin om zijn personages heel trefzeker neer te zetten aan de hand van hun typische kleine kantjes of gedragingen. ‘Terwijl Petra haar best deed om met haar frustraties om te gaan, ging Agnes zitten en probeerde te begrijpen hoe Bvlgari en haar gekrenkte sponsors dit voor elkaar hadden gekregen. Al die tijd was Johan gewoon Johan.’ Het is zo’n rake typering van de drie belangrijkste karakters: de heetgebakerde Petra, de analytische en kalme Agnes en Johan die onder alle omstandigheden zichzelf blijft.

Met het scala aan kleurrijke personages valt alleszins altijd wat te beleven in dit boek. De Russische maffia, de Vory, komt voorbij, evenals een corrupte president, de acteur George Clooney - of misschien toch niet en vele anderen.

Jonas Jonasson toont zich een meester in humor in zijn boeken zonder ooit flauw te worden. Na verschillende grappige boeken is dat talent duidelijk nog niet opgedroogd. Het boek is verfrissend, verveelt nooit en laat de lezer zonder angst voor doemdag achter.