zondag 5 juli 2026

 

Ambitie en liefde tegen het Italië van de jaren ‘50

 

Francesca Giannone won met haar debuutroman De brievenbezorgster van Puglia de Italiaanse Boekhandelsprijs. Met De zeepmaakster van Salento schreef ze haar tweede roman. De vertaling gebeurde door Manon Smits.  

Met trots en toewijding werken Lorenzo en Agnese dagelijks in de zeepfabriek van de familie. Dit Casa Rizzo is hun ziel en zaligheid. Beiden vinden er voldoening en dit versterkt hun reeds zeer goede band als broer en zus. Dan beslist hun vader om de zeepfabriek te verkopen. Broer en zus reageren hier na hun aanvankelijke schok totaal anders op. Daar waar Agnese zo gehecht is aan huis en fabriek dat ze beslist te blijven, is Lorenzo trots en enorm gekrenkt. Hij besluit te vertrekken en elders zijn geluk te beproeven. Met als ultieme einddoel om vroeg of laat, kost wat kost de fabriek te kunnen terugkopen. Het leidt tot een enorme breuk tussen beiden en binnen de familie. Wiens keuzes zullen geluk brengen?

Na een proloog in 1953, wordt de lezer meegenomen naar 1958 in het kleine Italiaanse kustplaatsje Araglie in Puglia. De sfeer wordt heel mooi geschilderd met de muziek van toen, een regering die op vallen staat en de politieke strubbelingen van toen en weduwen die jaren na het verlies van hun man nog steeds in het zwart gekleed gaan. Ook de rechten van vrouwen zijn nog niet wat ze nu zijn. Zo krijgt Lorenzo’s vriendin van hem het verwijt dat ze niet gecharmeerd mag zijn van het compliment van een andere man en krijgen knappe vrouwen niet mis te verstane insinuaties over hun lichaam. Daarnaast wordt ook gesproken over het feit dat het altijd de vrouwen zijn die moeten keuzes maken en daarbij zaken opgeven. Het is echter niet alsof je als lezer struikelt over de Italiaanse details van die tijd. Het stoort het tempo van het verhaal geenszins en is net voldoende om het aangenaam te kruiden.

De twee hoofdpersonages worden prima uitgewerkt. Beide komen afwisselend aan bod en de lezer leert hen goed kennen. Lorenzo is trots en ambitieus. Hij is zeer principieel en weet van geen wijken. Hij moet en zal zijn doel bereiken ongeacht de prijs die dit hem en zijn dierbaren kost. Deze ver doorgetrokken ambitie en koppigheid zou zeer onaantrekkelijk kunnen zijn, maar de schrijfster portretteert hem op zo’n manier dat de lezer blijft meeleven met hem, of die het nu met zijn keuzes eens is of niet. Agnese is liever en meegaander, zachter en milder. Toch mag ook zij niet onderschat worden. Ook zij is ambitieus op haar manier. ‘Haar ogen straalden ineens, er was een zweem van opwinding in haar stem gekropen, en zelfs haar lichaam had een andere houding aangenomen, stevig en zelfverzekerd.’

Een boeiend karakter is dat van vader Giuseppe, die hoewel slechts een randkarakter, een mooie persoonlijke groei kent doorheen het verhaal.

Het boek eindigt met een epiloog waarin je een generatie later op knappe wijze nog een aantal dingen te weten komt over sommige personages.

Het verhaal gaat over thema’s als liefde, familiebanden en ambitie. Het is soms lief en schattig, soms pijnlijk en ontroerend. De lezer zal enorm meeleven met de lotgevallen van de familie tegen een mooie achtergrond. Francesca Giannone heeft bovendien het lef om haar boek niet met een zeemzoete saus te overgieten, maar daarentegen met realisme een en ander niet goed te laten eindigen. Dat kleine tragische randje maakt het verhaal alleen maar beter.

Met dank aan Libelle voor het recensie-exemplaar.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten