maandag 11 oktober 2021

Zaterdag was het weer Het Betere Boek en daarna de Uitreiking van de Bronzen Uil. Ik hoorde veel interessante dingen. Mijn verslag vind je hieronder of op #gentleest


Een greep uit Het Betere Boek 2021 - Zaterdag 9 oktober 2021- Gent

11 oktober 2021

VR installatie Rozsypne – Lisa Weeda
Slam poets Hind Eljadid, Inke Gieghase en Lisette Ma Neza rond Ik denk, dus ik ben
Debat Rachida Lamrabet – Christophe Vekeman
Uitreiking De Bronzen Uil

Zaterdag vond Het Betere Boek plaats op vijf locaties in Gent. Er vond een overvloed aan interessante debatten, gesprekken ed plaats. Zo ging ik in De Krook naar de VR installatie Rozsypne van Lisa Weeda. Met een VR bril en koptelefoon op mocht ik rondlopen op een 16tal m². Ik liep ‘live’ in een prachtig zonnebloemenveld. Boven me een prachtige blauwe hemel. Ik bevond me in het dorpje Rozsypne in Oekraïne. Het was 17 juli 2014. Plots was ik in het kleine, eenvoudige, maar gezellige huisje van een oude vrouw. Ik kon haar spulletjes zien, maar ik hoorde ook haar zorgen. Haar kinderen hadden geen werk meer, er vielen overal kogels, er moest geschuild worden in de kelder. Toen was ik buiten samen met de oude vrouw. We waren in het zonnebloemveld. Maar de zonnebloemen waren verbrand, er lag een in stukken gebroken vliegtuig tussen de zonnebloemen. Er lagen vliegtuigstoelen op de grond, een koffer, een teddybeer. De tekst informeerde me dat alle passagiers van het vliegtuig overleden waren en dat dit kleine dorpje plots niet meer anoniem was in zijn oorlog, maar even wereldnieuws werd door deze vliegramp… Indrukwekkend, door de prachtige kleuren van de zonnebloemen, de oude vrouw met haar kleine huisje en de grote ramp in dat anonieme dorp.

Daarna ging ik naar Liberas, waar de Blauwe zaal voor de gelegenheid omgetoverd was tot het ‘Huis waar alles gezegd kan worden’. Geïnspireerd door Bayt al-Hikma, een beschermde plek voor wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en filosofie in het Middeleeuwse Bagdad, bood deze plek een forum voor belangrijke literaire debatten van vandaag de dag: mag een schrijver zich culturele identiteiten toe-eigenen tbv de fictie? Leidt politieke correctheid tot een nieuw verbod op bepaalde boeken? Verhindert cancel culture het debat?

Rashif El Kaoui modereerde er een mooi programma waar we eerst konden genieten van slam poets Inke Gieghase, Lisette Ma Neza en Hind Eljadid. Zij herwerkten de bekende uitspraak van Descartes ‘Ik denk, dus ik ben’ tot een of meerdere gedichten. Hun vertolkingen waren pareltjes. Tussendoor werden zij geïnterviewd over hun inspiratie, over of een wit iemand een zwart iemand kan vertolken, over hoe je zo authentiek mogelijk blijft, over de nood aan een cancel culture.

Na dit poëtische luik gingen Rachida Lamrabet, voormalig juriste bij Unia en regisseuse van de kortfilm ‘Project Deburkanisation’ en Christophe Vekeman, veel gevraagd schrijver, dichter, recensent en columnist in discussie.

Lamrabet begon met het uitleggen wat cancel culture is. Het staat vnl voor bepaalde zaken niet meer mogen zeggen of er volgen repercussies. Het probleem is dat het ook als een soort wapen gebruikt wordt om een noodzakelijke en legitieme discussie de mond te snoeren. Maar hoe bepalen we wat acceptabel is? Voorheen werd dat bepaald door zij die de macht hadden, nu ook door anderen.

Er is een wettelijk kader: er is de anti-discriminatiewet, er is het verbod op het ontkennen van de holocaust. Die wetten beperken de vrije meningsuiting. Er is echter ook een niet in wetten gegoten ‘fatsoen’ en daarvan zijn de grenzen niet voor iedereen gelijk.

Vekeman vult aan. Cancel culture is een nieuw fenomeen dat een paar jaar geleden ontstaan is en dat enigszins doet denken aan Noord-Korea of het voormalige Duitsland. Hij wil dit echter niet overroepen. Het is niet alsof ‘de jaren ’30 terug zijn’, maar het gaat wel over de morele kwaliteit van de maker van een kunstwerk bvb de huidige situatie waarbij de Singel het beeld van Jan Fabre verwijdert, omdat de man in opspraak is voor seksueel wangedrag. Vekeman benadrukt dat hij dit begrijpelijk vindt. Hij contrasteert het echter meteen met het feit dat tegenwoordig ook romans waarbij bvb de ik-figuur (of één van de personages) racistisch is, worden gecanceld. Hier wordt dus de artistieke vrijheid van de kunstenaar aan banden gelegd. Kunst hoort echter niet veilig maar riskant te zijn volgens Vekeman. Een roman moet net schrijnen, schuren en confronteren.

Lamrabet werpt op dat het ook vaak over legitieme bedenkingen en vragen gaat. Het is gezond dat er een dialoog mag zijn, dat er bevraagd mag worden. Vekeman wijst erop dat een polemiek geen nieuw fenomeen is, maar dat de sfeer via internet tegenwoordig heel snel zeer giftig wordt. Beide erkennen dat columnisten tegenwoordig een heel dikke huid moeten hebben. Vekeman betreurt het dat er volgens hem daardoor tegenwoordig richting een éénrichtingsdenken gegaan wordt in columns als hij vergelijkt met vroeger.

De moderator laat de twee veel ruimte om -de naam van het huis waardig- in alle vrijheid te discussiëren hierover. De behoorlijk pittige discussie toont dat het een maatschappelijk relevant onderwerp is.

Moderator El Kaoui vraagt Vekeman en Lamrabet wat voor hen de taak is van literatuur.

Vekeman ziet hier twee functies. Literatuur moet voor hem de lezer een kwade spiegel voorhouden, zodat de lezer zich ongemakkelijk voelt en aan zelfonderzoek doet. Daarenboven heeft literatuur een sociale functie: literatuur moet de lezer tonen dat die meer gemeen heeft met mensen uit een andere cultuur of sociale laag van de bevolking dan hij zelf denkt en zo empathie creëren.

Ook Lamrabet ziet een dubbele functie. Literatuur is een raam waardoor we naar de wereld kijken. Het is ook de plek waar de schrijver de complexiteit van de wereld uit de doeken doet. Want alles is moeilijk, maar boeiend.

De avond eindigde in de Minard Schouwburg waar uit de shortlist van de zes genomineerde Nederlandstalige debuten de Bronzen Uil werd gekozen en uitgereikt. De publieksjury verkoos er De hemel is altijd paars van Sholeh Rezazadeh, de vakjury viel dan weer voor Lijn van wee en wens van Caro Van Thuyne. Zoals aangestipt werd, was het -ondanks het vreemde coronajaar- een bijzonder kwalitatief jaar met een mooi boekenaanbod. Ondergetekende zat trouwens in de publieksjury en vond de zes boeken uit de shortlist zeer de moeite waard.

Sofie De Braekeleer

donderdag 15 juli 2021

 Voor de Boekenkrant schrijfwedstrijd 2021 was het thema 'groen'. Dit was mijn inzending:


De zuivering

 

Kurt propte ongegeneerd smakkend zijn laatste stuk pizza in zijn mond. Het restje van zijn frisdrank ging er prompt achteraan. Hij boerde luid en slenterde naar zijn auto. Onderweg gooide hij het plastic flesje richting een reeds uitpuilende vuilnisbak. Mis. Hij fronste. Het was echt zijn dag niet. Meestal kon hij zonder problemen raak gooien vanop veel grotere afstanden dan deze. Zijn pizza had hem ook al niet zo gesmaakt als anders. Het leek wel of het enige wat hem gesmaakt had de paprika erop was. Hij grinnikte. Het moest echt niet gekker worden. Die groente lag er uiteindelijk alleen maar op voor de versiering. Hij struikelde en vloekte luid. Kon hij verdorie niet beter uit zijn doppen kijken? Waar stond die rotauto van hem? Hij knipperde, maar zijn beeld bleef wazig. Het leek wel of hij dubbel zag. Hij voelde een hevige misselijkheid en een zware hoofdpijn opkomen. Plots kreeg hij hevige pijn op de borst. Hij strompelde naar zijn wagen, maar viel toen stuiptrekkend op de grond.

Op het moment dat Kurt de grond raakte, klapte aan de andere kant van de stad Elsies kauwgombel. Ze trok een geërgerd gezicht en pulkte verwoed aan de kauwgom die aan haar neus was blijven hangen. Fée giechelde, terwijl Janne verveeld een grote fluogroene sliert kauwgom uit haar mond trok. Fée stak een onbehoorlijk grote portie chips in haar mond en luisterde naar Floor die met haar gebruikelijke komische talent hun lerares Engels imiteerde. Ze schoot in de lach toen Floor het typische kuchje van mevrouw Debaets combineerde met haar streng opgetrokken wenkbrauwen. Toen kreeg ze plots rillingen over haar hele lichaam en haar vingers tintelden. Ze duizelde en viel. Het laatste wat ze zag, was hoe Janne plots schuim op haar lippen had en hoe Elsie met een kreet van pijn naar haar buik greep.

Tegen de avond had de onverklaarbare ziektegolf als een nietsontziende zweep uitgehaald naar mensen in alle uithoeken van het land. Beelden op de televisie toonden medische teams die niets meer konden doen, behalve de lijken op brancards leggen. Jong en oud waren getroffen, en ras, welvaart of regio leken geen invloed te hebben. Verschillende landen meldden gelijkaardige incidenten en wetenschappers waren het al snel eens over de oorzaak van het probleem. Er was telkens gif gebruikt, hoewel het soort gif onbekend was. Politici tastten in het duister, want hoewel traditionele aartsvijanden in eerste instantie naar elkaar wezen, waren Indiërs en Pakistanen, Israëli’s en Palestijnen, Russen en Amerikanen, Noord- en Zuid-Koreanen in gelijke mate getroffen. Paniek heerste overal en toen de dagen erop de mensen aan een steeds hoger tempo bleven sterven, grepen chaos, anarchie en geweld al spoedig genadeloos om zich heen.

 

*****

Rik controleerde zijn voorraad en schopte woest tegen het rek. Hij had nog voldoende water, maar zijn voedselvoorraad was de afgelopen twee jaar sneller geslonken dan hij gehoopt had. Met de laatste twee blikken groenten en vlees hield hij het hoogstens nog een week uit. Op zijn politiescanner had hij het afgelopen half jaar minder en minder berichten opgevangen over vergiftigingen. Dat zou goed nieuws geweest zijn, ware het niet dat hij ook geen andere berichten meer opving. Het leek er aardig op dat er bovengronds niet veel mensen waren die de mysterieuze golf aan vergiftigingen overleefd hadden.

In het begin was hij zelfgenoegzaam geweest. Eindelijk, eindelijk was het zijn moment. Gedaan met de vele buren die hem en de andere preppers uitlachten. Hij had altijd gezegd dat hij het laatst zou lachen en inderdaad, zijn buren waren bij de eersten die sneuvelden. Rik had minachtend op de grond gespuugd en was triomfantelijk zijn bunker ingekropen waar hij het een hele tijd zou kunnen uithouden. Maar nu was hij dus aan het einde van zijn voorraad gekomen. De vraag was of het veilig was boven de grond. Voorzichtig besloot Rik polshoogte te gaan nemen. Toen hij het luik langzaam openklapte, verblindde het felle daglicht hem. Knipperend en mopperend baande hij zich een weg door de verwilderde struiken die de afgelopen twee jaar over het luik waren gegroeid. Hij haalde zijn arm open aan een doornstruik en vloekte luid. Niet alleen de plotse blootstelling aan daglicht maakte het hem lastig, maar ook de afwezigheid van smog, waardoor de zon irritant fel op hem brandde. Vanuit zijn ooghoeken bemerkte hij beweging en hij greep het geweer dat hij altijd bij de ingang bewaarde stevig vast.

In de verre uithoek van zijn graanveld zag hij gedaanten bezig met de tarweoogst. Woedend brullend stormde Rik eropaf, terwijl hij waarschuwend in de lucht schoot. De gedaanten verstijfden en sloegen zijn komst behoedzaam gaande. Toen Rik dicht genoeg genaderd was, bemerkte hij tot zijn verbazing dat de gedaanten geen mensen waren. Het waren wezens die iets kleiner waren dan mensen, iets voller van vorm ook, met een driehoekige opening midden in hun gezicht waarmee ze hem gade leken te slaan. Maar het vreemdste aan hen was het groen. De wezens waren van top tot teen groen. Hun huid was groen, hun haren leken op een soort groen zeewier, en ze waren getooid in groene bladeren van allerlei omvang. De bladeren leken geen isolerende functie te hebben, maar er puur om esthetische redenen te zijn. Hij zag wezens met groene stengels rond hun enkels gewikkeld, wezens met blaadjes door hun haren geweven of met gevlochten grashalmen als armbanden rond hun polsen. Voor zover hij kon beoordelen tenminste, want wist hij veel of die lichaamsdelen enkels en polsen waren. Het leek hem trouwens redelijk onzinnig om een groen lichaam te tooien met nog meer groen.

Rik was er de man niet naar om bang te zijn van een stelletje groene hippies. Hij had geen twee jaar overleefd in zijn bunker om nu baan te ruimen voor die wandelende selders. Agressief met zijn geweer zwaaiend beet hij hen toe zijn grond te verlaten. Toen er niet onmiddellijk reactie kwam, haalde hij uit met zijn geweer met de bedoeling zijn boodschap kracht bij te zetten. Helaas voor hem raakte hij daarbij een kind en prompt voelde hij een tik op zijn achterhoofd en werd het zwart voor zijn ogen.

Toen hij bijkwam, zat er een oeroud wezen voor hem. Het zat op de grond en zoemde, terwijl het ritmisch heen en weer wiegde en een paar maïskolven en grashalmen opstapelde tot een soort nestje. Rik probeerde te vloeken, maar zijn tong was een droge zanderige lap.  Gefrustreerd probeerde hij zijn woede over te brengen. Het stokoude wezen keek op en hield voorzichtig een beker water aan zijn lippen. Heel rustig en sereen knikte het en zei half tegen zichzelf leek het wel: ‘Ik vermoed dat je wil weten wie wij zijn en wat we hier doen?’ In weerwil van zichzelf knikte Rik nieuwsgierig. Het wezen begon te vertellen over zijn volk dat de Gruhhs heette. Ze aanbaden het Grote Groene Opperwezen dat hen groen geschapen had, naar Zijn beeltenis. Het Opperwezen had hen natuur gegeven, maar in beperkte mate en vol respect koesterden ze die natuur. Hun beschaving bloeide en ze waren gelukkig. Ze kenden vrede en harmonie, maar het was krap op hun planeet. Dus was een deel van hen een eeuw geleden begonnen aan een ruimtereis, een zoektocht naar een extra planeet die voldoende groen was om ermee in harmonie te leven, zoals hun religie hen opdroeg. Groot was hun verbazing dat de Aardlingen zo’n planeet hadden. Nog groter was hun verbijstering dat de Mens wetenschappelijk wéét dat hij dat groen nodig heeft, maar er zowel in zijn taal als in zijn gedrag geen respect voor heeft en het vernietigt.

Het wezen schudde zijn hoofd en zei: ‘Jullie zeggen “je bent nog groen” en dat is geen compliment. Ook “groen zien van jaloezie” is neerbuigend tegenover het prachtige groen dat wij vereren. Jullie gebrek aan respect voor het vele groen van de natuur kent geen grenzen. Jullie vertonen een aan zelfmoord grenzende haat voor groen, want jullie vernietigen consequent jullie eigen leven scheppende groen. Dan vinden jullie het vast ook geen probleem als wij jullie planeet koloniseren. Zelfs na jullie vernietigende en respectloze gedrag blijft er op deze planeet nog veel meer groen over dan op de onze. Jullie hebben geen idee en geen besef. Jullie zijn het geschenk van het Grote Groene Opperwezen onwaardig. We hebben jullie verschillende decennia geobserveerd. De ene hebzuchtige generatie volgde de andere op. Er zat niets anders op dan deze planeet over te nemen, de bewoners die het Grote Groene Opperwezen zo mishaagden te vernietigen en het groen dat er nog is te vereren. Jij bent de laatste overlevende, de laatste smet op deze planeet. In Zijn oneindige genade heeft het Grote Opperwezen echter opgedragen om jou een snelle, pijnloze dood te gunnen. Het gif in het water zal zo meteen beginnen werken en daarna is deze planeet voortaan gevrijwaard van jullie onnodige brutaliteit.’

Met die woorden draaide de Hogepriester Rik de rug toe en hernam zijn gebed voor het kleine altaar met de maïskolven.

 

 

 


dinsdag 6 juli 2021

 Op vraag van de Vlaamse schrijfster Pen Stewart las ik haar nieuwste roman Onderuniversum (net verschenen bij Hamley Books) en schreef er een boekreview over die gisteren verscheen op www.gentleest.be

Je kan er ook heen via de facebookpagina van Gent Leest Stadslezers.


Fascinerende nieuwe wereld treedt toe tot het YA landschap


De Vlaamse schrijfster Pen Stewart debuteerde in 2017 met de roman Wintercode, maar schreef daarvoor ook al twee verhalenbundels en verschillende kortverhalen. Nu is dus net Onderuniversum uit, met als ondertitel Waar magie de scepter zwaait. Het verhaal speelt zich af in het Europa van 2665 na Chr. Honderden jaren eerder vond een kernramp plaats in Doel. De aarde is stoffig en dor, water en grondstoffen zijn schaars. De lucky few leven boven de grond en redden het nog enigszins, maar de meeste mensen zijn berooid en leven in gammele bouwsels in de uitgedroogde beddingen van waterlopen, waarin stofsleuven lopen. De hoofdfiguur Julian en zijn vriendin Kim, voormalige stofsleuvers zijn beiden lid van het Amsterdamse stadsleger. Na een ondergrondse uitbarsting in de oude kerncentrale van Doel ontstaat een ondergronds netwerk van doorgangen waaruit vreemde, agressieve wezens komen. Nadat Kim door hen ontvoerd wordt, vertrekt Julian naar Vlaanderen om haar te redden...

Ik hou van dystopische verhalen die zich afspelen in vreemde en originele werelden. Wel, de setting van dit boek kan tellen wat dat betreft. Zonder in detail te treden en te veel weg te geven, kan ik de lezer garanderen dat Pen Stewart absoluut een verrassende en originele wereld geschapen heeft. Ik moest even doorzetten in het begin, want je wordt in het verhaal geworpen en ik probeerde zo snel mogelijk een goed beeld te krijgen van waar ik me bevond. Maar gaandeweg wordt er meer en meer duidelijk en krijg je een goed beeld van de wonderlijke wereld waarin je je bevindt. Het is interessant om te zien hoe de schijfster omgaat met de huidige opwarming van de aarde en de mogelijke rampen die de mens met zijn overexploitatie van de aarde kan veroorzaken. Ik moet zeggen: wat zij ervan maakt, dàt had ik me niet voorgesteld.

Het is interessant dat het verhaal zich afspeelt in Amsterdam en in Vlaanderen, maar tegelijk lijken die uiteraard in niets meer op hoe die er nu uitzien.

Ik vond de vondst van de stofsleuvers en hun wereld goed gevonden, net als het Onderuniversum en de personages die we daar leren kennen. De vele originele elementen rechtvaardigen het vervolg dat de schrijfster in haar dankwoord aankondigt, want het wordt blijkbaar een reeks met als vervolg De drie Einsteins.

Qua kaft is dit boek in zwart-grijs-bruin-blauwwittinten wat prima past bij de sfeer en de wereld die opgeroepen wordt in het boek. Ik vond de zwart-wit afbeeldingen tussen elk hoofdstuk mooi gedaan. Naarmate het verhaal en de setting vorderen, veranderen die mee, wat ik een goede vondst vond.

Een apart boek en een speciale leeservaring!

woensdag 5 mei 2021

Ik vond net deze herinnering aan mijn spook terug. (Toen was hij nog een spookje 😊) Ik stuurde dit enkele jaren geleden in toen de CM vroeg om te laten weten wat je gelukkig maakt. (CM Visie 10 maart 2017)

 

Mega Mindy

 

Ik sta te koken en vraag me af of mijn zoontje het zal lusten. Hij komt de keuken binnen en zegt met heel zijn hart: ‘Zo lekker dat het hier ruikt. Ik kan bijna niet wachten om te eten.’ Hij neemt zijn krukje, manoeuvreert mij uit de weg en tuurt op zijn tippen staand in de kookpot. Hij duikelt er bijna in als hij met veel plezier grijnst en zegt: ‘Ik ga dat allemaal opeten!’

Ik voel me een superheldin, een Mega Mindy op dat moment. Dat zijn momenten om in te kaderen en je door een koudere dag heen te helpen!

zaterdag 3 april 2021

 Nog een laatste activiteit meegepikt van de Jeugdboekenmaand voor #gentleest. Hieronder de link en daaronder mijn verslagje, voor mocht de link niet werken. 


https://www.gentleest.be/in-de-kijker/la%C3%AFla-koubaa-leest-voor-in-de-krook-n-a-v-belmundo-en-de-jeugdboekenmaand


Laïla Koubaa leest voor in De Krook n.a.v. Belmundo en de Jeugdboekenmaand

2 april 2021

Op 31 maart ‘21 las Laïla Koubaa live voor uit haar boek Azizi en de kleine blauwe vogel.

Het hedendaagse Arabisch sprookje is bestemd voor 7-11 jarigen en dat klopt wel. De prenten die Laïla Koubaa toont, zijn heel erg mooi en weten ook mijn 11-jarige te bekoren. Terwijl ik klaar zit om te noteren voor dit verslag, komt zoonlief meeluisteren als de schrijfster begint met voorlezen en hij blijft tot het einde zitten.

De voorleessessie is leuk. Moeilijke woorden worden uitgelegd, de luisteraar wordt aangesproken, personages krijgen hun eigen stemmetje. Tour en Dita zijn het Kwade dat bestreden moet worden. Zij verzamelen hebberig en gulzig alle blauwe vogels in hun paleis en sluiten ze op in een kooi. Gelukkig kan er één kleine blauwe vogel ontsnappen. Hij vliegt naar de jongen Azizi en vraagt hem om op zijn rug te kruipen. Samen vliegen ze naar het paleis van Tour en Dita waar ze de sleutel van de kooi vinden en alle blauwe vogels bevrijden.

Daarna legt Koubaa aan de kinderen uit hoe ze zelf de blauwe vogel, het bloemensnoer van jasmijnbloesems en het jongetje Azizi kunnen knutselen. Het onvermijdelijk onpersoonlijke van de coronasituatie wordt een beetje opgeheven als er verzocht wordt om de camera’s en microfoons aan te zetten en uit de anonieme accounts kinderen zichtbaar worden die zwaaien en vertellen dat ze het boek mooi vonden, of dat ze het bezitten en tegelijk meevolgden in hun eigen exemplaar. Er wordt nog gevraagd waar de vogel vandaan komt, waarop Koubaa vertelt dat die afgeleid is van het blauwe Twittervogeltje. Het jasmijnsnoer verwijst naar de Jasmijnrevolutie en het verhaal is een strijd tussen goed en kwaad die gelukkig gewonnen wordt door het goede. Ondanks de zon waren er toch een redelijk aantal kinderen die met zichtbaar plezier meegenoten van het verhaal van Laïla Koubaa.

© Sofie De Braekeleer

maandag 29 maart 2021

Naar aanleiding van de Jeugdboekenperiode schreef ik het verslag van jeugdboekenauteur Sjoerd Kuyper die bij Griet Pauwels in gesprek ging in de reeks Paarse Zetelinterviews. Bezoek

https://www.gentleest.be/in-de-kijker/sjoerd-kuyper 


of lees lekker hieronder verder voor het interview :-)


Sjoerd Kuyper sluit deze reeks Paarse Zetelinterviews van De Krook af

29 maart 2021

Op 25 maart interviewde Griet Pauwels jeugdauteur Sjoerd Kuyper in het kader van de Paarse Zetellezingen. Sofie De Braekeleer schreef onderstaand verslag.

Sjoerd Kuyper schreef al op jonge leeftijd. Hij publiceerde zijn eerste gedicht op zijn 16de. Het heette ‘Een 10 voor de tieners’. Sindsdien schreef hij meer dan 50 kinder- en jeugdboeken. Zo zijn er o.a.. de bekende ‘Robinboeken’: een serie over zijn eigen jeugd met als hoofdpersoon de beminnelijke kleuter Robin. Kuyper won verschillende Zilveren Griffels en een Gouden Griffel. Hij schreef onder meer ‘Hotel De Grote L’, een sterk en uitdagend jeugdboek en het jeugdboek ‘Bizar’, waarvoor hij een Zilveren Griffel kreeg. Kuyper staat bekend om de sprankelende lichtheid waarmee hij serieuze onderwerpen aankaart. Ook maakte hij liedjes voor musicals zoals Turks Fruit en werkte hij mee aan Tv-series en poppenspelen. Een aantal van zijn boeken, zoals ‘Het zakmes’ werden verfilmd. In 2014 bundelde hij naar aanleiding van 40 jaar schrijverschap zijn verhalen voor volwassenen. Hij schreef ook poëziebundels voor volwassenen, zoals bijvoorbeeld zijn elfde poëziebundel ‘Het water van de zee’. Zijn taal valt op door het poëtische of door de originele verwoordingen.

Gastvrouw Griet Pauwels vraagt Kuyper hoe hij het coronajaar als schrijver ervaren heeft. Kuyper vertelt dat hij ondanks de aanwezigheid van zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen het jaar als redelijk eenzaam ervaren heeft. Zijn normale routine is ’s ochtends werken en daarna dagelijks naar het dorp om zijn hoofd aan te vullen met ideeën uit het gewone leven. Nu dat niet kan, bemerkt hij een geestelijke dorheid en hoewel hij gewerkt heeft, heeft hij minder geschreven dan anders.

Pauwels polst naar de ontstaansgeschiedenis van zijn eerste werk. Kuyper vertelt dat het een verplichting betrof in de klas. Zijn vader was trouwens zijn leraar en die gaf hem een 6 voor taal en -tot zijn verontwaardiging - slechts een 7 voor het verhaal… want zijn vader had er 3 spelfouten in bespeurd!

Kuypers doorbraak kwam er toen dichter Hans Verhagen zich over hem ontfermde. Kuyper werd uitgenodigd bij De Bezige Bij. Hij kijkt op die periode in 1974 waarin zijn eerste bundel verscheen terug als een periode van feestelijkheden en geluk. Hij had een gesprek met Remco Campert en de directeur en er werd meteen beslist om een bundel van hem uit te geven.

Redelijk snel merkte hij echter dat hij van zijn poëzie niet kon leven. Gelukkig had hij tegen dan zijn vrouw ontmoet die hem de tijd gunde om zich verder te ontwikkelen tot zijn werk rendabeler werd, terwijl zij ondertussen baantjes aannam om in hun onderhoud te voorzien. Tien jaar later was Kuyper zelfbedruipend door zijn vertaalwerk, schrijverschap en zijn televisiewerk voor de jeugd.

In 1990 kwam zijn eerste boekje over ‘Robin’ uit. Deze periode bracht hem succes. Het werd de periode van ‘Het zakmes’ en ‘Josje’. Kuyper merkt op dat dit succes samenviel met de geboorte van zijn kinderen in ’84 en ’86. Hij leerde van de manier van kijken van zijn kinderen en gebruikte hun leuke opmerkingen om zelf betere kinderboeken te schrijven. In Amerika won ‘Het zakmes’ een award. De verhalen van Robin zijn autobiografisch, de gesprekken met en dialogen van de kinderen zijn van zijn kinderen. Naarmate zijn kinderen ouder werden, groeide ook de leeftijd van zijn boeken. Nu recent heeft Kuyper echter weer zin om boeken voor jonge kinderen te schrijven.

Een van de boeken die verfilmd werd, was ‘Hotel De Grote L’. Griet Pauwels vroeg zich af of dit boek zo populair werd door het coming of age concept. Volgens Sjoerd Kuyper heeft vooral de stijl daaraan bijgedragen. Zware onderwerpen doorspekte hij met veel humor. Het boek werd heel populair in Italië. Italiaanse kinderen keken enorm op van de vrijheid die Nederlandse kinderen hadden in de omgang met hun ouders.

In 1994 reisde Kuyper naar Curaçao voor de Kinderboekenweek. Daarna reisde hij door naar o.m. Aruba en Suriname. Deze reizen hadden een grote invloed op zijn leven en werk. De combinatie van de Nederlandse cultuur met de vrolijke, exotische, plaatselijke cultuur boeide hem enorm. Cultuur vindt hij heel belangrijk en hij stopt dit dan ook vaak in zijn boeken.

Griet Pauwels polst naar het in 2019 verschenen ‘Bizar’ dat een Zilveren Griffel won. Op de vraag vanuit welk idee Kuyper met dat boek begonnen is, vertelt die dat hij zin had om met een heel onbevangen blik naar de wereld te kijken. Dat combineerde hij dan met het idee van een meisje van 13 dat zoveel leest dat ze de echte wereld niet meer aankan met zijn chaos. Kuyper vond dat een spannende confrontatie.

Over zijn samenwerking met illustratoren vertelt Kuyper dat de uitgeverij soms kiest, maar soms heeft hij tijdens het schrijven al contact met de illustrator zoals bijvoorbeeld het geval was bij ‘De Duik’. Hij past zich ook vaker aan aan de illustrator dan andersom. Als die een dichterlijke vrijheid toepast, zal Kuyper al vlot iets kleins aanpassen in zijn boek in plaats van erop te staan dat de illustrator zijn tekening wijzigt.

Een paar jaar geleden kwam ‘Kwaaie verhalen van liefde’ uit, een bundel voor volwassenen. Sjoerd Kuyper geeft toe dat hij inderdaad vaak kwaad kan worden als dingen die hem aan het hart gaan misgaan zoals bijvoorbeeld onderwijs of opvoeding.

Op verzoek van Pauwels leest de schrijver het mooie gedicht ‘Jouw hand’ voor.

Op de vraag van Pauwels hoe hij zijn schrijfwerk de volgende jaren ziet, vertelt Kuyper dat er tussen kleuter en puber in weinig boeken waren. Recent heeft hij daar ‘Maantje’ in geplaatst. Dat beviel hem wel, dus is hij van plan nog een aantal boeken over haar te schrijven. Zodoende kunnen jongeren van hun geboorte tot hun 16de blijven lezen in zijn boeken. Ook zijn poëzie blijft altijd komen vertelt hij, dus ook daarvan mogen we in de toekomst nog meer verwachten.

Bekijk hier het interview en lees het dossier.

© Sofie De Braekeleer

zaterdag 27 februari 2021

Voor wie fan is van Saskia De Coster: ze was donderdag 25 feb te gast in de Paarse Zetel (De Krook bib Gent). Het gesprek kan nog even herbeluisterd worden. Of lees hieronder of op gentleest.be rubriek 'In de kijker' mijn verslag over dit gesprek. 


Saskia De Coster in de Paarse Zetel, De Krook

27 februari 2021

Donderdag 25 februari 2021 ging Griet Pauwels in de Paarse Zetel in gesprek met Saskia De Coster. Griet Pauwels noemde Saskia De Coster in haar inleiding met recht een literaire duizendpoot. In 2000 werd De Coster opgemerkt met een verhaal in het Nieuw Wereldtijdschrift. In 2002 volgde Vrije Val, haar officiële debuut. Toen volgden Jeuk, Eeuwige roem, Held en Dit is van mij. Stadslezer en redacteur Sofie De Braekeleer volgde het gesprek en schreef onderstaand verslag.

In 2013 schreef ze met Wij en ik een Vlaamse roman van formaat waarmee ze op het literaire voorplan trad. Toen volgden Wat alleen wij horen waarin branie en melancholie op haar handelsmerk wezen en in 2019 het zeer goed onthaalde Nachtouders dat autobiografische fictie is en een nominatie kreeg. Eind 2020 volgde In de rij voor de nachtboot en daarnaast schrijft De Coster ook nog columns.

Saskia De Coster schreef haar eerste volzin in de zandbak toen ze twee was. Als kind uitte ze reeds de wens het ‘enige echte verhaal’ te schrijven. Ze getuigde toen al van tomeloze ambitie. Haar fantasierijke moeder zette haar verder op het literaire spoor. Het verhaal waarmee ze begon in het Nieuw Wereldtijdschrift was gelijkaardig van idee als in Wij en ik, tot aan het tapijten kammen toe.

Haar debuut was buitenissig. Ze wilde daarin haar liefde voor taal tonen. Ook haar opleiding als Germaniste speelde mee. Ze wilde als het ware een soort film maken in taal.

Samen met Annelies Verbeke richtte ze de VVV op. Er kwam een manifest om vrouwen op te roepen de literatuur te reanimeren. De Coster erkent dat de tijden nu anders geworden zijn. Er is een positieve beweging gaande. Vele jonge vrouwelijke schrijvers staan op en worden gewaardeerd. Bovendien worden schrijfsters uit het verleden nu wel gewaardeerd, zoals bijvoorbeeld Sylvia Plath. Een voordeel is bovendien dat daar waar schrijvers de verwachtingen van mannelijke rolmodellen moeten waarmaken, schrijfsters niet in de voetstappen van grote vrouwelijke rolmodellen moeten stappen. Zelf beschouwt De Coster Patricia De Martelaere, Virginia Woolf en Charlotte Mutsaers als haar voorbeelden.

Griet Pauwels vraagt De Coster wat haar aangezet heeft tot het schrijven van Nachtouders, over haar eigen ervaring als niet-biologische ouder en met zichzelf als personage. De Coster vertelt dat een boek altijd voortkomt uit een noodzaak. Hier was dit het krijgen van een kind, wat een mens fundamenteel verandert. Ze begon hieraan met het idee om een positieve, warme brief te schrijven aan haar kind. Ze kwam echter al snel tot het besef dat het resultaat te zeemzoet was en dat ze dingen uit de weg ging. Ze wilde nadenken over identiteit, over het verdwijnen van de duidelijke hiërarchie die vroeger bestond tussen ouders en kinderen. Het boek moest gaan over haar rol als niet-biologische mama, het bezoek aan het eiland van de donorvader, haar verwarring de enige niet-biologisch verwante persoon te zijn in het gezelschap, haar schrik of de combinatie van ouderschap en schrijverschap mogelijk was. Toen haar kind in gevaar was op het eiland, reageerde ze echter zo instinctief vanuit haar moederinstinct dat ze gerustgesteld was. Het moederschap zit wel degelijk in haar al is ze dan biologisch niet de moeder van haar kind. Ze vertelt dat ze dit boek nu niet meer zou kunnen schrijven. Ze is al door het proces van die twijfel heen gegaan.

Structuur is belangrijk voor De Coster. Bij elk boek wil ze de juiste vorm en toon zoeken. In de novelle De weddenschap die binnenkort verschijnt, verhaalt ze over een weddenschap in een zomerhuis in Italië en een driehoeksverhouding. Het wordt dus iets totaal anders na het voorgaande thema ‘moederschap’.

Ondertussen verscheen In de rij voor de nachtboot in opdracht van de Confituurwinkels. De opgelegde limiet was hier 6000 woorden. Het resultaat vertelt over een zoeken naar contacten, de afstand tussen twee mensen en de angst om iemand kwijt te geraken.

Op de vraag hoe ze staat tegenover het schrijven van een kortverhaal vertelt De Coster dat ze graag kortverhalen schrijft, omdat die haar een gevoel van vrijheid geven. Een roman is dan weer een heel groot iets, een groot project waar je je aan waagt. Toch vindt ze het ook fijn om volledig in een roman te kunnen verdwijnen. Ze vertelt dat als ze écht in de roman zit en met haar personages aan het praten is, ze geen telefoon kan opnemen of columns schrijven. Ze is dan gericht op de roman en niet op de buitenwereld.

Pauwels informeert naar ‘De sekte van Saskia’ die er kwam na het pamflet Moi les hommes, je les déteste van Pauline Harmange. De Coster weerlegt de kritiek uit Frankrijk dat dit een haatpamflet is. Volgens haar toont dit louter aan hoe de maatschappij is. Er is een geschiedenis van groot fysiek geweld tegen vrouwen. Er moet iets veranderen en tegelijkertijd werkten die structuren wel vroeger, maar in de huidige maatschappij doen ze dat niet meer. Zodoende kwam er het idee voor de sekte. Hoewel de oprichting van de sekte negatieve reacties teweegbracht zoals het verwijt dat mannen uitgesloten worden en dat vrouwen zich wentelen in de slachtofferrol, waren er ook positieve reacties van mannen. Waarom zouden vrouwen zich niet verenigen en praten, vonden zij. De bedoeling is volgens De Coster om in openheid een gesprek te kunnen voeren en te kijken hoe voor gelijke kansen te zorgen. Ze geeft toe dat ze weet dat sektes gedoemd zijn om te mislukken, maar de bedoeling is om erover te spreken. Op de vraag van Pauwels wat de volgende stap is, vertelt de Coster dat er op 6 mei weer een opname komt ter vervolg, waarin misschien ook mannen aan het woord zullen komen. Het doel is om openingen te creëren om te kunnen samenwerken.

Het is duidelijk dat De Coster ondanks de lockdown niet stil zit. Na haar kritiek op haar Alma mater, de KULeuven, voor de lacune in haar opleiding, nl. zelf schrijven, kaatste de KUL de bal terug met de vraag om Writer in Residence te worden. Er werd haar voorgesteld om zelf creative writing te geven. Ook komt er een link met hardlopen. Zelf loopt De Coster veel en daar heeft ze baat bij voor haar creativiteit. Er komt nu een groep die schrijft en hardloopt en een groep die enkel schrijft. Daarvoor komt er een samenwerking tussen Letteren en Sportkot om te onderzoeken wat het verschil is in de schrijfoutput.

Tot slot legt Pauwels haar de vraag voor of literatuur zal blijven bestaan in deze vorm. De Coster is stellig in haar antwoord. Neen, literatuur is nu al aan het veranderen. We schrijven meer dan ooit, denk maar aan Facebook en Whatsapp en dat heeft zeker invloed op hoe we met verhalen vertellen omgaan. Ook taal zelf is aan het veranderen. Dit frustreert haar geenszins, maar maakt haar vooral nieuwsgierig.

Herbekijk of herbeluister het gesprek. Bibliotheek De Krook stelde ook een dossier samen.

©Sofie De Braekeleer