dinsdag 22 september 2026

 




Tedere roman tegen de achtergrond van de woeste natuur

 

Kelly Anderson debuteert met de roman De stem van de zee. Zelf groeide ze op aan zee en ze baseert haar verhaal dan ook op haar eigen liefde voor en verbondenheid met die zee.

Annie kent geen normale jeugd zoals elk ander kind. Ze leeft van jongs af aan aan boord van een zeilboot met haar ouders en komt zelden aan land. Ze groeit op met de zee en de sterren en haar jeugdvriend Evan. Als ze twintig is, komt hier abrupt verandering in wanneer Annie na een tsunami aanspoelt aan land. In de nasleep van deze ramp vindt en redt ze een mysterieuze jongeman, Walker. Hij spreekt amper, maar zijn aanraking veroorzaakt bij Annie mysterieuze beelden van de oceaan. Annie voelt zich hierdoor intens aangetrokken door Walker en de zee. Maar ook haar jeugdvriend Evan wacht nog steeds op haar. Dan verdwijnt Walker weer en laat Annie achter met vele vragen. Zes jaar later heeft Annie het verleden ferm achter zich gelaten en zich ervoor afgesloten. Maar dan duikt Walker weer op…

Het boek start met een proloog, gevolgd door vijf delen en een epiloog. Het geeft interessante inzichten over het leven op zee, over houtkap en over het behoud van de natuur en de diversiteit daarin. Heden en verleden wisselen elkaar voortdurend af.

Het boek staat bol van de mooie taal en knappe beelden.

‘Ze probeert stilzwijgend een deal met de boot te sluiten (…) De boot doet niet aan deals.’

‘Haar verdriet is een kwal met netelcellen (…) er klaar voor om te steken telkens als ze aan haar ouders denkt (…) De kwal steekt.’ En enkele pagina’s verder weer een verwijzing naar wat de kwal haar aandoet omwille van haar verdriet.

De natuur wordt regelmatig verpersoonlijkt. Zo lezen we over de tsunami ‘Als de oceaan zich eindelijk terugtrekt, vertrekt hij met een grom in zijn keel.’ En over de wrakstukken dat ze ‘in boos zeewater druppen’.

‘De houtvlotten zijn een tapijt van boomstammen achter hen die drijvende hiërogliefen in het water schrijven.’

‘Het land gunt de zee haar storm. Op die manier kan ze haar grenzen verleggen. Zelfs als dat tot gevolg heeft dat er bomen omver worden geblazen, klagen de bomen niet. Het zand herschikt zich.’

Het magisch-realisme speelt een zeer grote rol in het boek. Die magie en dat mysterie zijn er vanaf het begin. Wanneer je bereid bent daarin mee te gaan, wacht er een betoverend verhaal.

De hoofdpersonages worden goed uitgewerkt. Zo zien we hoe Annie verscheurd wordt door de mysterieuze krachten die haar wegtrekken van haar diepe genegenheid voor Evan, richting de mysterieuze Walker. Ook Evan leren we goed kennen. Walker dan weer een stuk minder, wat logisch is, want het hele mysterie draait om zijn persoon. Ook de zijfiguren leren we behoorlijk kennen. Zo is oma Ruth een heel flinke vrouw die, samen met haar broer, oom Henry, aan Annies angst werkt na de tsunami; is Mara een vreemde, maar liefhebbende moeder en ook papa Aiden leren we redelijk goed kennen.

Met De stem van de zee schreef Kelly Anderson een mooie en tedere roman over het vinden van je eigen weg en identiteit en over de kracht van en de verbinding met de natuur. Wie meegaat in het magisch-realisme van dit verhaal zal van dit boek genieten.

donderdag 13 augustus 2026

 

Gevecht tussen liefde en vriendschap

 

De liefde in de Tristan-en-Isoldelegende is krachtig genoeg om koninkrijken te verwoesten. Hoewel het zo dramatisch of omvangrijk niet hoeft te zijn, lijdt het geen twijfel dat sommige liefdes gedoemd zijn en veel kunnen kapotmaken, bijvoorbeeld vriendschappen. Met deze rode draad speelt Abby Jimenez in haar boek Sinds die eerste nacht, vertaald door Karin Breuker.

Jimenez heeft reeds verschillende gesmaakte liefdesromans geschreven, onder andere Zeg dat je me niet vergeet, met in de hoofdrollen Xavier en Samantha die in dit boek bijrollen hebben. In dit boek vertelt de schrijfster dat ze over het boek Sinds die eerste nacht langer en grondiger te werk moest gaan, omdat de thema’s genuanceerder en diepgaander zijn.

Larissa schiet ontzettend goed op met Chris. Ze voelt zich veilig en beschermd bij hem. Ze hebben dezelfde hobby’s, lenen elkaar boeken uit die ze samen bespreken en beoordelen het beste brood waarbij ze dezelfde smaak blijken te hebben. Ze zouden een perfect stel zijn, alleen zíjn ze geen stel. Want toen Larissa na een concert moest kiezen met wie ze naar huis zou rijden, koos ze voor Mike, Chris’ beste vriend en sindsdien vormt ze een koppel met Mike. Chris denkt voortdurend aan dat moment terug en aan wat had kúnnen zijn. Maar Larissa is verboden terrein, want wie jaagt nu de vriendin van zijn beste vriend na?

Het boek begint meteen met een scène waarin Mike een enorm slechte beurt maakt. Het doet hem onbetrouwbaar en eendimensionaal overkomen, waardoor je als lezer meteen op de hand bent van Chris en Mike meteen afgeschreven is. Dat is een beetje te zwart-wit en een te karikaturaal begin. Rond pagina 50 en rond p. 100 trekt de schrijfster dat wel recht door Mikes karakter verder uit te diepen. Hij heeft paniekaanvallen en is veel onzekerder dan hij lijkt. Bovendien is hij gul voor zijn vrienden. Het kan echter niet meer veranderen wat tegen dan als een paal boven water staat: de lezer zal op de hand van Chris zijn. Chris is lief, zorgzaam, betrouwbaar en beschermend. Hij wordt neergezet als de volmaakte vriend en je zal meteen van hem houden. De hoofdstukken vanuit zijn perspectief worden afgewisseld met hoofdstukken vanuit Larissa’s perspectief, zodat je ook haar uit de eerste hand leert kennen. Zij wordt voorgesteld als lief, zelfstandig en ambitieus. Ze heeft veel moeite met hulp aanvaarden en moet heel hard werken om uit de armoede te ontsnappen.

Die armoede, de problematiek van de vicieuze cirkel van mensen met schulden, maar ook alcoholisme en ware vriendschap zijn de voornaamste thema’s. De auteur werkt deze mooi uit. Zo is ware vriendschap weliswaar prachtig, maar waar stopt loyaliteit en begint jezelf totaal verloochenen? Ook kunnen vrienden uit elkaar groeien wanneer ze opgroeien en hun karakters in verschillende richtingen evolueren en is het boeiend dat aangestipt wordt dat mensen soms alleen nog bevriend zijn omwille van een gedeeld verleden.

Deze zwaardere thema’s geven het boek diepgang. Hoewel het een ontzettend romantisch boek blijft, doen de thema’s en de grote aandacht die er aan gewetensonderzoek wordt gegeven het boek boven zichzelf uitstijgen.

Jimenez is er goed in om humor toe te voegen en vooral de scènes met de hond lenen zich hier heel dankbaar toe.

Wanneer het over de liefde gaat, schrijft de auteur heel mooi.

‘Het had wortels en een stam en takken die naar de hemel reikten. Het was onder en boven en alles daartussenin.’

en

‘Bij haar was het antwoord ja, zelfs als ik de vraag niet wist.’

Het is duidelijk dat dit boek er een is waar liefhebbers van liefdes die in de sterren geschreven staan hun hart aan zullen ophalen. Maar ook wie wat meer diepgang zoekt in een liefdesroman zal dit een fijn boek vinden en de paar kleine minpuntjes voor lief nemen.

dinsdag 11 augustus 2026

 

Meeslepende historische liefde voor en op zee

 

Linda Wilgus schreef voorheen enkel kortverhalen in tijdschriften en schrijft met Dochter van de zee een historische debuutroman vol folklore. De vertaling gebeurde door Monique Eggermont en Frouke van Es. 

Isabel is een jonge weduwe die drie jaar na de dood van haar man bij de Slag van Trafalgar terugkeert naar het dorp van haar jeugd. Daar dook ze als jong kind doorweekt op en werd er geadopteerd. De plaatselijke bevolking is altijd blijven geloven dat ze de dochter van de Sea Bucca is, een soort zeemeerman. Nu besluit ze haar leven hier weer vorm te geven. Langs de kust zijn smokkelaars actief en douaniers die op hen jagen. Wanneer de smokkelaars haar op een nacht om hulp vragen wanneer hun kapitein gewond raakt, voelt Isabel een heel sterke en onverklaarbare band met de gewonde man. Ze besluit de smokkelaars te helpen en raakt steeds meer bij hen betrokken. Hiermee breekt ze de wet waardoor een spannende confrontatie alleen maar een kwestie van tijd is.

In deze historische roman valt heel wat boeiends bij te leren. Zo lezen we hoezeer het belang van klasse en stand een rol speelde begin 19e eeuw in Engeland. Hoewel Isabel totaal verarmd is, willen mensen van stand met haar bevriend geraken, want er zijn niet veel mensen van hun stand en op vissers en werklieden kijken ze neer, zelfs als die meer bezitten dan Isabel. Ook de redenen voor het ontstaan van de smokkel en de grote steun die die onder de Cornische bevolking geniet, worden uitgelegd.

De positie van de vrouw is een ander boeiend thema. Regelmatig wordt het beeld van een ommuurde tuin gebruikt. Het hoeft dan niet zozeer een gouden kooi te zijn, maar zelfs een ommuurde tuin is nog steeds een gevangenis waar vrouwen beperkt worden. Zelfs als ze al het geluk hebben een echtgenoot te vinden die hen vrijheid gunt en ruimdenkend is voor zijn tijd, dan nog beperken de maatschappelijke mores een vrouw zodra ze het huis verlaat. Zo bezit een vrouw voor, noch in haar huwelijk enige vrijheid. Enkel als weduwe is ze haar eigen baas, zolang ze zich fatsoenlijk gedraagt en de grenzen niet te veel opzoekt.

Isabel is met hart en ziel aan de zee verknocht. Deze liefde wordt zeer mooi beschreven, hoe die aan haar trekt, hoe ze enkel vrij kan ademen als ze dicht bij de zee is.

‘In de donkere, lege slaapkamer fluisterden herinneringen haar toe tot ze de kleur van de zee kregen en in haar slaap vervaagden tot een nevelachtig blauwgrijs. Overdag voeren ze in het kielzog van James’ stem met haar mee.’

De vele beeldspraak rond de zee verveelt nooit, maar zal daarentegen bij de lezer krachtige beelden oproepen van die woeste natuur.

‘De oceaan roept haar, maar ze heeft geen woorden om te antwoorden.’

Over een tweegevecht schrijft de auteur dan weer mooi: ‘Hun bewegingen zijn zo snel en licht dat het lijkt alsof ze naar de wind kijkt die met een blaadje speelt. Ze weet niet wie van hen de wind is en wie het blaadje; ze zijn te veel aan elkaar gewaagd.’

Het boek is zeer vlot geschreven. In hoofdstuk twee ontmoet Isabel de smokkelaars al en er zit meteen enige vaart in het boek. Die vaart neemt toe naarmate het verhaal vordert en er verschillende twists en spannende momenten voorvallen.

Ook de personages zorgen voor aangenaam leesplezier. De lezer zal meteen meeleven met Isabel. Haar keuzes worden goed beargumenteerd en zijn daardoor geloofwaardig. Isabel is een sterke vrouw voor haar tijd en verlangt naar meer dan de tijdsgeest toestaat. Ze zoekt haar weg, wars van conventies en keurslijven. Ook de chemie met de smokkelaarskapitein is meteen sterk en geloofwaardig aanwezig. De romantiek vormt dan ook een hele mooie verhaallijn in het boek.

Het enige minpuntje is de ontknoping die iets te mooi is om waar te zijn en ietwat onrealistisch. Het magische erin stoort dan weer niet. Dat magische, mystieke element van Isabels mogelijke afstamming van een zeegeest voegt echt iets krachtigs toe aan het boek.

Tot slot siert het Linda Wilgus dat ze het verhaal niet koste wat kost een open einde wou geven om er later nog een vervolg aan te kunnen breien. Het verhaal is mooi afgerond en goed zoals het is, als een op zichzelf staand boek. De lezer zal zich in het Engeland van de 19e eeuw wanen en moeiteloos samen met Isabel en de smokkelaars avonturen beleven tijdens enkele uren heerlijk leesplezier.

woensdag 8 juli 2026

 

Beeldend, boeiend en gevoelig

 

Tara K. Menon is universitair docent aan Harvard University. Haar werk verscheen in o.m. de New York Times Book Review, Paris Review en Public Books, waar ze ook redacteur is. Met Onder water schreef ze haar debuutroman die werd genomineerd voor de Waterstones Debut Fiction Prize. De vertaling gebeurde door Bart Gravendaal en Karina van Santen.

Wanneer Marissa haar moeder verliest op 6-jarige leeftijd, verhuist ze met haar vader naar een eiland in de buurt van Phuket, Thailand. Daar raakt ze bevriend met Arielle. Beiden zijn verslingerd aan duiken en genieten dagelijks van de vele prachtige koraalriffen onder water en de manta’s en andere prachtige onderwaterdieren. Op tweede kerstdag 2004 worden ze bruut overvallen door de tsunami die hen genadeloos van elkaar scheidt.

Acht jaar later woont Marissa in New York. Ze dwaalt er rond en treurt om Arielle die ze in alles en iedereen herkent. Ondertussen bereidt de stad zich voor op orkaan Sandy.

Het verhaal springt voortdurend heen en weer tussen Thailand met kerst 2004 en New York eind oktober 2012. Zodoende wordt de vriendschap met Arielle uitgewerkt alsook de dreigende komst van de tsunami in 2004 en orkaan Sandy in 2012. De hoofdstukken in 2012 springen echter ook heel vlot naar 2004 waarmee de auteur toont hoe dwingend het verleden aanwezig is in het hoofd van Marissa.

Het boek komt traag op gang en de lezer moet even doorzetten, maar dan ontvouwt zich een roman waar de pracht van duiklocaties, mangroven, koraalriffen en regenwoud zo beeldend aanwezig is dat je het gevoel hebt dat je mee onder water zwemt met Marissa en Arielle.

‘De verfijnde oranje takken van een waaierkoraal wiegen in de stroom. Een stel poetslipvissen probeert een klant te vinden, maar andere vissen zijn niet geïnteresseerd. Matthew richt zijn camera op een blauwgespikkelde pijlstaartrog die over de zeebodem jaagt. Ik adem langzaam in en uit en kantel mijn hoofd achterover om een school snappers boven me langs te zien gaan. Arielle zwemt bij me weg om een papegaaivis over het rif te achtervolgen.’

De vele weetjes zijn verrukkelijk en zijn met veel liefde beschreven. Zo leren we dat de roodwangschildpad tot de destructiefste invasieve soorten ter wereld behoort, andere soorten verdringt, het voedsel opeet en de nestplaatsen claimt.

Het thema rouw is zeer nadrukkelijk aanwezig in het boek. Zo merkt Marissa dat haar omgeving het niet acceptabel vindt om zo lang te rouwen om iemand die ‘alleen maar’ een vriendin was en geen geliefde. Ook haar heimwee komt sterk aan bod.

‘Op het perron verkoopt een vrouw mango’s besprenkeld met limoen, chili en zout, en ik mis thuis zo erg dat ik het niet kan verdragen. (…) Ik voeg me bij de gelederen van huilende vrouwen op metroperrons.’

Het boek is prachtig als het over de natuurpracht gaat, schrijnend en ontroerend wanneer het over rouw, verlies en trauma gaat en hartverscheurend wanneer het over klimaatopwarming, stroperij of de schade van overtoerisme voor de natuur of de details van de gruwel van de tsunami en zijn directe nasleep gaat.

Tara Menon deed haar onderzoek grondig en dat merk je aan de vele details die je werkelijk het gevoel geven dat je echt daar bent. Met Onder water schreef ze een boeiend, beeldend en gevoelig boek dat na zijn trage start veel lezers zal bekoren.

zondag 5 juli 2026

 

Kwetsbaar en sprankelend relaas van pijn en verlies

 

Elisabeth Lucie Baeten is in Vlaanderen behoorlijk bekend als TV-persoonlijkheid en door de vele volgers op haar Instagramaccount. Ze neemt politici op de hak in filmpjes. Daarnaast is ze scenariste en werd ze bekend door het kinderboek En ze leefden nog en het vervolg En ze leefden nog altijd. Met Er is niks brengt ze nu een non-fictieboek uit voor volwassenen.

Baeten vertelt in dit boek over haar lange gevecht tegen een lichaam dat haar telkens opnieuw verraadt met fysieke en emotionele pijn: slokdarm-, maag- en buikpijn, extreme stress en angst, hyperventileren en paniekaanvallen, … Ze ondergaat vele operaties, ontmoet leerkrachten, dokters en specialisten waarvan sommigen haar pijn en problematiek bagatelliseren of goedmoedig bestempelen als stress die tussen je oren zit. Vol werkijver en koppigheid zet ze telkens door en neemt niet de tijd om tot rust te komen. ‘Toen was het opeens een half jaar later en had ik per ongeluk nog niet gerust.’ Tot ze crasht en hard. De psychologe vertelt haar dat ze een enorme hoeveelheid issues meebrengt en zoekt samen met haar – niet zozeer naar dé oplossing, maar toch op zijn minst naar een kader, een handvat, een label om beter te begrijpen wat er aan de hand is.

Het resultaat van dit alles is een moedig boek dat bijzonder kwetsbaar – wie spreekt nu graag over problemen met de endeldarm?- en zelfkritisch is – ‘De komende drie weken lig ik in bed om te bekomen van mijn operatie. Dat is wat ik had kunnen zeggen als ik ook maar een greintje voortschrijdend inzicht in mij had.’

Het boek geeft een inkijkje in de tekortkomingen in de gezondheidszorg, maar ook in de miserie die een mens zichzelf kan aandoen door maar lang genoeg de gezonde volwassene in zichzelf te negeren en almaar te blijven doorgaan, want de ziekte is onzichtbaar en er wachten zoveel professionele kansen. Daar waar zo’n boek zwaar zou kúnnen overkomen of klagerig, is dat hier niet het geval, want de schrijfster slaagt erin om nu eens met sarcasme, dan weer met humor voldoende lichtpuntjes te brengen in wat anders best zware materie zou kunnen zijn. ‘de buikpijn (…) heeft nogal moeite met zich in stilte bezighouden.’ Het is die knappe combinatie van kwetsbaarheid en humor die maakt dat de lezer zich kan identificeren met de auteur en het bijzonder vlot geschreven boek in één benieuwde ruk kan uitlezen.

Daarnaast valt bovenal de enorme taalvirtuositeit van Baeten op. Ze jongleert met taal alsof het niets is en legt alles zeer treffend en beeldrijk uit. Zo gaat ze ijlend van de pijn naar een fotoshoot voor haar werk. ‘Dikke middelvinger naar mijn lichaam denk ik (…) Ik ben ziek van de pijn en de pillen. Ik ril van top tot teen en onder mijn professionele make-up zit alleen grijs. Dikke middelvinger terug denkt mijn lichaam.’

Als ze het over een te lage bloeddruk heeft, klinkt dat als volgt: ‘Maar eigenlijk ging ik die zondag, twee dagen nadat mijn acht over vijf mij was komen zeggen dat het vijf over twaalf was, naar een voorleessessie…’

Of wanneer ze vertelt hoe ze al kind toneelstukjes opvoerde op familiefeesten. Nu als volwassene, faket ze vertrouwen en een vlotheid in smalltalk die ze ontbeert. ‘Er is nog niet heel veel veranderd, ik voer nog altijd toneeltjes op.’

Het toont de knappe mix tussen zelfkritiek, humor en een knappe beheersing van de taal die dit boek zo sterk maakt. Een aanrader voor wie zelf worstelt met chronische pijn, voor wie meer begrip wil krijgen voor ‘onzichtbare’ ziektes en voor iedereen die kan genieten van taalkundig sterk geschreven boeken.

 



Ambitie en liefde tegen het Italië van de jaren ‘50

 

Francesca Giannone won met haar debuutroman De brievenbezorgster van Puglia de Italiaanse Boekhandelsprijs. Met De zeepmaakster van Salento schreef ze haar tweede roman. De vertaling gebeurde door Manon Smits.  

Met trots en toewijding werken Lorenzo en Agnese dagelijks in de zeepfabriek van de familie. Dit Casa Rizzo is hun ziel en zaligheid. Beiden vinden er voldoening en dit versterkt hun reeds zeer goede band als broer en zus. Dan beslist hun vader om de zeepfabriek te verkopen. Broer en zus reageren hier na hun aanvankelijke schok totaal anders op. Daar waar Agnese zo gehecht is aan huis en fabriek dat ze beslist te blijven, is Lorenzo trots en enorm gekrenkt. Hij besluit te vertrekken en elders zijn geluk te beproeven. Met als ultieme einddoel om vroeg of laat, kost wat kost de fabriek te kunnen terugkopen. Het leidt tot een enorme breuk tussen beiden en binnen de familie. Wiens keuzes zullen geluk brengen?

Na een proloog in 1953, wordt de lezer meegenomen naar 1958 in het kleine Italiaanse kustplaatsje Araglie in Puglia. De sfeer wordt heel mooi geschilderd met de muziek van toen, een regering die op vallen staat en de politieke strubbelingen van toen en weduwen die jaren na het verlies van hun man nog steeds in het zwart gekleed gaan. Ook de rechten van vrouwen zijn nog niet wat ze nu zijn. Zo krijgt Lorenzo’s vriendin van hem het verwijt dat ze niet gecharmeerd mag zijn van het compliment van een andere man en krijgen knappe vrouwen niet mis te verstane insinuaties over hun lichaam. Daarnaast wordt ook gesproken over het feit dat het altijd de vrouwen zijn die moeten keuzes maken en daarbij zaken opgeven. Het is echter niet alsof je als lezer struikelt over de Italiaanse details van die tijd. Het stoort het tempo van het verhaal geenszins en is net voldoende om het aangenaam te kruiden.

De twee hoofdpersonages worden prima uitgewerkt. Beide komen afwisselend aan bod en de lezer leert hen goed kennen. Lorenzo is trots en ambitieus. Hij is zeer principieel en weet van geen wijken. Hij moet en zal zijn doel bereiken ongeacht de prijs die dit hem en zijn dierbaren kost. Deze ver doorgetrokken ambitie en koppigheid zou zeer onaantrekkelijk kunnen zijn, maar de schrijfster portretteert hem op zo’n manier dat de lezer blijft meeleven met hem, of die het nu met zijn keuzes eens is of niet. Agnese is liever en meegaander, zachter en milder. Toch mag ook zij niet onderschat worden. Ook zij is ambitieus op haar manier. ‘Haar ogen straalden ineens, er was een zweem van opwinding in haar stem gekropen, en zelfs haar lichaam had een andere houding aangenomen, stevig en zelfverzekerd.’

Een boeiend karakter is dat van vader Giuseppe, die hoewel slechts een randkarakter, een mooie persoonlijke groei kent doorheen het verhaal.

Het boek eindigt met een epiloog waarin je een generatie later op knappe wijze nog een aantal dingen te weten komt over sommige personages.

Het verhaal gaat over thema’s als liefde, familiebanden en ambitie. Het is soms lief en schattig, soms pijnlijk en ontroerend. De lezer zal enorm meeleven met de lotgevallen van de familie tegen een mooie achtergrond. Francesca Giannone heeft bovendien het lef om haar boek niet met een zeemzoete saus te overgieten, maar daarentegen met realisme een en ander niet goed te laten eindigen. Dat kleine tragische randje maakt het verhaal alleen maar beter.

Met dank aan Libelle voor het recensie-exemplaar.

 

zaterdag 9 mei 2026


Sterke romance, minder sterke beeldspraak

 

Met Drie zomers in een vertaling van Ireen Niessen, is Karen Swan weer aan een nieuw boek toe. De schrijfster is populair in verschillende landen en onder haar bijna dertig boeken zijn er meerdere bestsellers.

In het traditionele havenplaatsje Tricase Porto in het zonnige Puglia wacht Rafaella Parisi vol ongeduld op de jaarlijkse terugkomst van haar goede vriend Cosimo Franchetti. Zijn hertogelijke familie komt elk jaar zes weken genieten van de zomer in het plaatsje. Cosimo en zijn zus Romola zijn zeer goed bevriend met Rafaella en haar vriendin Gina. Het is zomer 1957 en de vier zijn adolescenten geworden. Er ontstaat seksuele spanning tussen Rafaella en Cosimo. Een rampzalig ongeluk die zomer verandert echter alles. Rafaella doet een gelofte met zeer verstrekkende gevolgen. De zomer erop begint het dorp stilaan de gevolgen te merken van die gelofte. In de zomer van 1961 ontmoeten Rafa en Cosi elkaar opnieuw. Kan Rafa het leven zoals ze dat nu kent de rug toekeren en alsnog kiezen voor Cosi?

Het boek is opgedeeld in een proloog, zomer 1957, zomer 1958, zomer 1961 en een epiloog.

Bij het gebruik van beeldspraak vallen negatieve en positieve zaken op te merken. Zo begint hoofdstuk drie met het beeld van het zonlicht dat duizend gouden pijlen weerkaatst. Het daaropvolgende hoofdstuk opent dan weer met muziek als zilveren pijlen. We lezen dat ‘haar naam landde als een vogel op haar schouder’ en minder dan twintig pagina’s verder dat zijn bulderende lach als een dode vogel uit de lucht viel. Toch zijn er ook minder in herhaling vallende beelden te vinden. Zo is de vergelijking van een rol satijnstof met het paard van Troje dat de losse seksuele moraal van Hollywood zou binnenbrengen in de kleine gemeenschap aan zee een grappig en knap beeld. Of ‘Cosimo trok zich terug, met grote teugen happend naar lucht terwijl de wanhoop door zijn hele torso golfde. Hij had het gevoel dat hij een onweersbui had ingeslikt.’ Soms neigt de beeldspraak te veel naar het bombastische. Zo tsjirpten de cicaden op volle sterkte ‘terwijl de schemering op een vurige triomfwagen aan kwam rijden.’ Elders zien we dan weer wel een mooi volgehouden vergelijking met een getijdenstroom, de kust en een bootje op drift, metaforisch gebruikt. En ook ‘Haar huwelijk was een maanlandschap geweest waarin de donkere kant van de maan nooit zichtbaar was geweest’ is een bijzonder mooi beeld.

De auteur slaagt erin om knappe scènes uit te werken. Zo is het gesoebat over de halslijn, de lengte van de mouwen en de lengte van de rok van een bruidsjapon met aan de ene kant de traditionele nonna’s en aan de andere kant de moderne, jonge bruid behoorlijk hilarisch. Andere scènes zijn dan weer snel en koortsig, meeslepend, zeer ontroerend of spannend met hier en daar een twist erin.

De locatie, tijdsgeest en cultuur worden knap in beeld gebracht. Zo wassen de vrouwen nog in het washuis, crushen ze ijs voor drankjes met een ijspriem uit een blok, gaan de nonna’s gekleed in zwarte kleren en werken de dorpsvrouwen maandenlang samen met man en macht aan het kantwerk voor een bruidsjurk of doopjurk. Het traditionele aspect komt nog sterk aan bod wanneer de vrouwen zoals altijd aan land blijven en de mannen uitzwaaien als die op tonijnjacht gaan. Ook het grote verschil in klasse tussen de eenvoudige vissers, groenteboer enzovoort versus de hertog en diens gezin is duidelijk. Zo verschillen de rampen die beide klassen overvallen tussen respectievelijk zwangerschappen die ze zich niet kunnen veroorloven en mislukte oogsten versus de cointreau die op is.

De schrijfster is sterk in de uitwerking van haar personages. De lezer volgt het verhaal vanuit drie perspectieven: Cosimo, Rafaella en haar jeugdvriend Fon Giannelli. Hen leren we uit eerste hand en dus het beste kennen. De andere personages worden minder diep uitgewerkt en staan eerder in dienst van de sfeergeving, hoewel we de bad guy van het verhaal toch ook redelijk leren kennen. De chemie tussen Rafaella en Cosimo is ontegenzeggelijk aanwezig. De ereprijs gaat echter naar Fon, die als bijzonder complex, meerlagig personage zonder enige twijfel het boeiendste karakter van het boek is.

Op de beeldspraak na die af en toe even uit de bocht gaat of in herhaling valt, slaagt Karen Swan erin om een prachtige romance uit te werken tegen het kader van een traditioneel Italiaans dorpje, vol geheimen, intriges en diepgaande gevoelens waardoor je volop meeleeft, mee treurt en mee geniet van alles wat ze haar lezers voorschotelt.




 

Lijvige parel vol licht en donker

 

De Franse Valérie Perrin kennen sommige lezers vast nog van Vers water voor de bloemen dat ik zelf onder zijn oorspronkelijke titel las: De bijzondere levens van Violette. Dat boek sloot ik onmiddellijk in mijn hart en blijft mijn absolute favoriet van deze auteur. Daar dicht op volgend komt echter haar nieuwe roman, Mijn tante Colette, vertaald door Ghislaine van Drunen, Annelies Kin en Nathalie Tabury.

Agnès krijgt bericht dat haar tante Colette is overleden. Dit brengt haar eerder in de war dan dat het haar verdriet doet. Haar tante stierf immers reeds drie jaar geleden. Op aandringen van de politie reist ze toch af naar Gueugnon in de Bourgogne om het lichaam te identificeren. Daar ontdekt ze een verzameling cassettebandjes die haar tante haar naliet met daarop haar levensverhaal. De onopvallende tante blijkt een verleden gehad te hebben vol geheimen.

Deze lijvige roman is opgedeeld in twee grote delen. Daarbinnen springen de korte hoofdstukken van het verleden van Colette in de jaren ‘50 en ‘60 naar het heden van Agnès in 2010, maar ook naar het verleden van Agnès. Ondanks dit voortdurend heen en weer springen, werkt deze vorm en leest deze boeiende roman vlot. De lezer moet er wel tegen kunnen dat elk antwoord een tijdlang alleen maar meer vragen oproept.  

De personages zijn pareltjes. Colette die ogenschijnlijk onopmerkelijk is, met een talent om te verdwijnen, maar wat een krachtige vrouw is zij; Agnès, eeuwig treurend om haar ex; Soudoro, de baarlijke duivel. Daarnaast zijn er nog talloze andere personages die het verhaal mooi inkleuren. Een aantal van hen bepaalt soms het vertelperspectief in de ik-vorm of in een derde persoon.

De thema’s zijn onder meer opofferingsgezindheid uit liefde in al haar vormen, maar ook het kwaad in verschillende vormen tegenover de goedheid van sommige mensen die vaak goed doen in het verborgene. Hoewel de thema’s iets meer duisternis bevatten dan in Vers water voor de bloemen, brengt de schrijfster af en toe een humoristische noot in.

‘De urn zit nog steeds als een braaf kind vast in de veiligheidsgordel.’

Wanneer Soudoro aan het woord is, verandert de stijl. Die wordt eng en spiegelt zo het obsessieve monster dat aan het woord is.

De taal van het boek is mooi en we treffen dan ook vele knappe zinnen aan.

‘Ik kreeg Ana enkele maanden nadat de film was uitgekomen. Met haar vervloog alle hoop op nog een kind. Maar wat geeft het, Ana is in haar eentje alle kinderen waarop ik heb gehoopt.’

‘Ik was de medeplichtige van mijn cipier.’

Ook de beelden zijn vaak ingenieus.

‘Zijn gegiechel klinkt als een sterrenregen die op de lange, sombere lucht wordt afgevuurd.’

‘Wist ik nog niet genoeg? Ik denk dat ik op dat moment besefte dat ik de puzzel niet meer wilde afmaken, maar hem simpelweg in een kast wilde opbergen.’

Hoewel het boek best dik is, zitten er voldoende verhaallijnen, interessante personages en twists in om de lezer geboeid te houden tot het einde. Om met een citaat uit het boek af te sluiten: ‘Als een roman geweldig is, bevat die licht, beelden, woorden en gevoelens. En de personages worden echt omdat je eraan gehecht raakt.’ En dat geldt absoluut voor deze roman.


zondag 5 april 2026

 

Literaire parel van een roadtrip

 

Eva Posthuma de Boer schreef onder meer De hand van Mustang Sally, een ijzersterke roman die Mezza boek van het Jaar werd in 2022. Omdat ik je zie is haar zevende roman. Ook dit boek werd door Mezza gekozen tot boek van de Maand maart 2026.

Lou Rijziger wordt 49 en alles zit haar tegen. Haar man woont quasi permanent in Brussel voor zijn werk, terwijl zij in Amsterdam wegkwijnt in een leeg nest want ook zoonlief is uitgevlogen en studeert nu elders. Daarbovenop is haar vader recent gestorven en is ze rond dezelfde periode ontslagen uit haar job als columnist bij de krant. Haar baas heeft haar een ondankbaar opruimklusje gegeven in het archief van necrologieën. Tegen de verwachtingen in begint Lou zich te interesseren voor het onderwerp van de necrologieën. Wanneer ze ontdekt dat de laatste necrologie waar haar vader aan schreef, verwijst naar een geheim waarvan haar vader tijdens een bezoek aan Spanje de scoop zou krijgen, besluit ze in zijn plaats naar Spanje te gaan en zijn laatste verhaal af te maken. Wat volgt is een roadtrip samen met haar kat, Broer en met het zesjarige meisje Emmy.

Het boek bestaat uit drie delen en komt iets trager op gang dan De hand van Mustang Sally – waar het trouwens een paar keer licht naar verwijst. Eenmaal op gang gekomen, is het echter vlot geschreven en vertelt het een boeiend verhaal. Thema’s zijn de zoektocht naar zingeving in de tweede helft van je leven, zeker na het ondervinden van het Lege Nest, het herevalueren van de relatie en de gedoofde spanning en sensualiteit daarin, schuld, schaamte en vergeving, maar bovenal het zoeken naar identiteit wanneer je erg jong reeds half wees wordt, want Lous mama is gestorven toen ze een klein meisje was.

Deze thema’s zouden het boek zwaar kunnen maken, ware het niet dat de auteur haar verhaal voldoende kruidt met humor.

‘De hele voorraad wijn ging eraan. Er lagen flessen tussen die Cas al jaren bewaarde voor speciale gelegenheden. (…) Cas zou me wat aandoen als hij dat lege rek zag. Gelukkig was Brussel ver.’

Of wanneer Lou denkt Ashes to ashes, dust to stress ball over het zakje as dat ze meekrijgt.

Ook de scènes waarin de kat hotels binnen wordt gesmokkeld zijn grappig.

Net zoals in De hand van Mustang Sally valt de bijzondere literaire kwaliteit van dit boek op. De schrijfster toont weerom hoezeer ze haar métier beheerst. Zo worden spiegelwanden beschreven als volgt:

‘…kordaat begaf de ober zich tussen de tafels door mijn kant op. Zowel links als rechts van hem liep hij met zichzelf mee.’

Wanneer alles goed gaat: ‘Dat kon natuurlijk niet zo blijven, lachte het lot. Maar vooralsnog hield het lot zich koest, reden we, en zat Emmy klaar voor mijn verhaal.’

Naast de vele mooie zinnen, treffen we knappe beelden aan.

Zo wil ze geen liefde op rantsoen want ‘misschien hadden de boeken de lat gelegd en legde ik liefde daarlangs.’

Ook het beeld van de toeristen die als een kudde opgejaagde stieren naar een touringcar dendert om uit de regen te geraken zie je zo voor je.

Posthuma de Boer besteedt veel aandacht aan het zorgzaam vormgeven van haar personages. Zo beschrijft de liefde waarmee Lou haar vaders spullen in zijn werkkamer observeert haar diepe genegenheid voor hem. Lou gedraagt zich niet altijd even netjes onderweg, maar dat maakt haar net zo menselijk. Ze worstelt met het feit dat haar man, Cas, haar alleen gelaten heeft toen hij zijn carrière volgde richting Brussel en haar niet meer echt ziet. Daardoor gaat ze onder meer met opzet massa’s geld uitgeven met zijn creditcard. Het maakt zowel haar als Cas echte mensen met gelaagde persoonlijkheden. Je begrijpt en vergeeft hen. Je kan met hen meeleven en je in hen inleven.

Persoonlijk blijft De hand van Mustang Sally mijn favoriete boek van Posthuma de Boer, maar dit boek zit het kort op de hielen. De literaire kwaliteiten zijn onmiskenbaar, de emoties echt, de humor goed en de roadtrip is er eentje waar je graag bij was geweest – behalve misschien bij het eten in het Ecohotel.


donderdag 8 januari 2026

 

Hartverwarmende roman waarin vrouwen vechten voor hun dromen

 

Met De boekenclub voor dwarse huisvrouwen keert Marie Bostwick na tien jaar hedendaagse romans te hebben geschreven, terug naar de historische roman, zoals ze die in haar beginjaren als schrijfster ook schreef. De vertaling gebeurde door Daniëlle Visser.

Vier huisvrouwen uit het lieflijke Concordia in de VS van 1963 worden stapelgek van het hun opgedrongen leventje als huisvrouw. Betty Friedans boek The Feminine Mystique zet hen ertoe aan een boekenclub te vormen om hun dagelijkse sores te bespreken en dieper in gedenkwaardige boeken te duiken.

Friedans boek The Feminine Mystique speelt een belangrijke rol in De Boekenclub voor dwarse huisvrouwen. Het boek onderzoekt waarom vrouwen zich in de jaren ‘60 zo ongelukkig voelden in de hen door de maatschappij opgelegde rol van huisvrouw, moeder en echtgenote, ook als ze materieel alles hadden. De vrouwen hadden het onbestemde gevoel vast te zitten, maar konden hun ongenoegen niet verwoorden.

De vier huisvrouwen botsen regelmatig op situaties die we nu als bijzonder onrechtvaardig en zelfs surrealistisch vinden. Zo weigert de huisarts aan een van hen anticonceptie voor te schrijven zonder de handtekening van haar man. Een andere vrouw mag geen bankrekening openen wanneer ze begint te werken en heeft de toestemming van haar man nodig om haar zelf verdiende geld te storten op een eigen rekening. In het nawoord vertelt de schrijfster hoe echtparen pas in ’65 het recht kregen op anticonceptie in de VS en vrouwen pas in ’74 het recht kregen een eigen bankrekening te openen. Het zijn obstakels waar we slechts enkele generaties later versteld van staan.

‘De ideeën vond ze prikkelend. Ze leken nieuw, maar hadden tegelijkertijd iets vreemds bekends. Het voelde alsof een sluimerend deel van haar bewustzijn werd wakker geschud.’

Ook de tekortkomingen in Friedans analyse worden aangestipt wanneer er tijdens de boekenclub wordt opgemerkt dat de analyse enkel over witte middenklassevrouwen gaat. Zelfs de bemerking dat ook mannen vastzitten in het keurslijf en er van hen verwacht wordt dat ze het grootste deel van de financiële last dragen, of ze hun baan nu graag doen of verafschuwen, wordt aangestipt door een van de vrouwen. Het geeft dit boek enige diepgang. Toch valt er als minpunt op te merken dat het niet geloofwaardig is dat alle vier de vrouwen er uiteindelijk in slagen hun dromen te volgen in de beklemmende tijdsgeest waarin ze leefden. Het insinueert een grotere slaagkans dan er wellicht mogelijk was in werkelijkheid. Hoe fijn dat ook is om te lezen en hoe hard je dat ook hoopt als lezer, het maakt het boek minder sterk en tamelijk onrealistisch.

De personages worden redelijk goed uitgewerkt. De lezer volgt elk van de vier vrouwen, met een groter aandeel voor het verhaal van Margaret. Het duurt even voor je met hun lotgevallen meeleeft en je met hen gaat identificeren, maar uiteindelijk supporter je voor elk van de vier vrouwen.

Er zitten soms visies in het boek die je even dieper doen nadenken. Dat maakt het een geschikt boek om in een boekenclub te bespreken.

‘Doordat de mogelijkheid om te studeren me werd ontzegd, omdat ze dachten dat ik toch zou trouwen, hebben ze ervoor gezorgd dat ik uiteindelijk ook niet anders kon.’

Hoewel er meer realisme in gestopt mocht zijn, zitten er een aantal goede scènes in het boek die boven de rest uitstijgen en het geheel vormt een aangenaam en hartverwarmend boek dat vast menig lezer zal plezieren.


dinsdag 30 december 2025

 

Onderhoudende roman over verborgen vrouwenrol bij bouw Eiffeltoren

 

Met Mademoiselle Eiffel is Aimie K. Runyan aan haar vierde boek toe. De vertaling gebeurde door Corry van Bree.

Het verhaal start met een hoofdstuk in 1891 waarin het verhaal echt met de deur in huis valt met een huiszoeking bij de familie Eiffel. Daarna keren we veertien jaar in de tijd terug. Claire is veertien jaar wanneer haar moeder sterft. Ze moet als oudste voor haar vier jongere broertjes en zusjes zorgen, voor het huishouden en voor haar vader. Die vader betrekt haar ook in grote mate bij zijn werk. Claire doet de boekhouding, vergezelt haar vader op zijn werkreizen en organiseert lunches als de vrouw des huizes. Vader Eiffel heeft succes met zijn vele bouwprojecten en werkt aan het ontwerp en de bouw van een 300 meter hoge toren die het aangezicht van Parijs voorgoed zal veranderen. Het gaat de familie voor de wind, tot het project van het Panamakanaal tot een grote mislukking leidt. Vader Eiffel wordt gedagvaard en dochter Claire ziet hoe de toekomst en naam van het bedrijf Eiffel aan een zijden draadje komen te hangen.

Runyan duikt volop in de geschiedenis van de familie Eiffel en de Eiffeltoren. Zo komen we onder meer te weten dat de Eiffeltoren oorspronkelijk bedoeld was om maar twintig jaar te blijven staan en heel controversieel was. Sommigen mensen hadden zelfs schrik dat de toren het weer in Parijs zou beïnvloeden en dat het er een woestijn zou worden. Naar het einde toe leren we over de flop die de bouw van het Panamakanaal werd. Alleen al aan gele koorts bezweken honderden mannen. Honderdduizenden mensen verloren hun spaargeld aan het project. Eiffel die er te laat bij betrokken werd om het project nog te kunnen redden, werd goed vergoed voor zijn diensten, wat een doorn in het oog was van de vele gedupeerden en leidde tot een rechtszaak.

Ook op de rol van de vrouw in die periode gaat de auteur diep in. Claire blijkt een bijzonder getalenteerde, sterke jonge vrouw te zijn geweest, maar haar offers hebben geen sporen nagelaten in de geschiedenis. Als ze nog een jong meisje is, waarschuwt haar vriendin Ursule haar al dat één opgegeven namiddag schilderen voor ze het weet veranderd kan zijn in tien jaar en dat ze haar kunst niet mag opgeven voor haar plichten in het huishouden. Die woorden zullen helaas profetisch blijken. Claire wordt volledig opgeslokt door haar plichten als surrogaatmoeder, vrouw des huizes, gastvrouw, boekhouder en persoonlijke assistente van haar vader. Toch is haar rol in de geschiedenis volledig onzichtbaar. Zoals zo veel vrouwen had ze het ongeluk geboren te zijn in een tijd waarin haar talenten onvoldoende gewaardeerd waren en voor het werk van een man moesten doorgaan of verborgen moesten blijven. Ook wanneer ze drie kinderen krijgt op vijf jaar tijd bedenkt ze zich dat dit niet gebeurd zou zijn als ze zelf zeggenschap gehad zou hebben over haar eigen lot. De auteur verwoordt dit alles prachtig in een heel mooi beeld.

‘De schijn ophouden was minder vermoeiend dan het accepteren van de realiteit dat mijn geest net zo versleten was als een vijftien jaar oud korset na jaren van te strak aantrekken. Ik kon elk moment instorten.’

Wanneer ze op het einde van het boek een kleindochter heeft, hoop ze dat die niet dagelijks offers zal moeten brengen ten koste van zichzelf en dat zo’n lot haar bespaard zal blijven. Zoals de schrijfster in haar nawoord opmerkt, zijn er wel sporen van de kleindochter overgebleven in de geschiedenis. We zien hierin het voorzichtig opkomen van enige rechten voor vrouwen.

Het karakter van Claire wordt bijzonder goed uitgewerkt. We zien echt een kordate, maar ook uitzonderlijk plichtsgetrouwe vrouw voor ons.

Af en toe komen mooie beelden voorbij. Zo vlogen de familieleden ‘gevaarlijk dicht bij de zon en stonden op het punt het uithoudingsvermogen van onze vleugels te testen boven een kolkende zee van giftige pers en wraakzuchtige tegenstanders.’

Het boek leest heel vlot en leert ons heel veel bij. Aimie K. Runyan vertelt in het nawoord waarop ze zich voor haar onderzoek naar de geschiedenis van de familie Eiffel en de beroemde Eiffeltoren gebaseerd heeft en wat ze verzonnen heeft. Het geheel creëert een boeiende historische roman waarvan de lezer menig uur zal kunnen genieten.

vrijdag 17 oktober 2025


Relevante analyse over de gevolgen van grensoverschrijdend gedrag

 

Tijgerstrepen is het indringende debuut van Anna Sijbrands. Hierin vertelt ze over een heerlijk zomerconcept waarbij drie gezinnen al van voor de geboorte van de kinderen hun jaarlijkse vakantie samen doorbrengen op een Franse berg. De kinderen groeien uit tot hartsvrienden en er heerst een sfeer van camaraderie, samenhorigheid, liefde en vriendschap. De auteur zorgt dat je er maar wat graag bij wil zijn en deel wil uitmaken van die grote familie. De focus van het verhaal ligt op de drie adolescenten. De heerlijke sfeer van thuis zijn en veiligheid slaat echter abrupt om als de relatie tussen het jonge koppel Antonio en Eva eindigt in een incident van ernstig grensoverschrijdend gedrag.

Het boek is opgedeeld in drie delen waarbij we in deel 1 Eva’s perspectief lezen, in deel 2 dat van Antonio leren kennen en in deel 3 afwisselend dat van beiden volgen.

Het boek staat vol mooie zinnen en knappe beelden.

‘Haar goedkeuring voelt als een stempel die ik wil behalen, alsof ik pas een gewild persoon ben als zij haar zegelring duwt in het gesmolten kaarsvet op mijn voorhoofd. Bezegeld als leuk genoeg.’

‘In stilte zit ik daar. Op de bank met mijn handen op mijn schoot gevouwen. Elke seconde die verstrijkt laat me kleiner voelen. Het voelt alsof ik me bevind in een wereld die is gemaakt door reuzen, alles lijkt te groot en maakt me bang met zijn aanwezigheid.’

Maar veel meer nog dan mooie zinnen en knappe beelden is het boek eerst en vooral zeer sterk in psychologie. Zo toont de schrijfster op talloze manieren dat grensoverschrijdend gedrag niet zwart wit is en door beide partijen heel anders ervaren kan worden. Zo heeft Eva nog altijd positieve gevoelens voor Antonio en mist ze haar beste vriend, maar het gebeurde houdt haar in zijn greep: ze is in de war en angstig over alles. De auteur slaagt erin om Eva’s verwarring en rouw haarfijn te analyseren. Zo zijn er verschillende knappe scènes waarin ze onder meer beseft dat het uitspreken van wat er gebeurd is alles definitief zal maken, haar een slachtoffer zal maken waardoor de vriendschap met Antonio voortaan onmogelijk zal worden. De uitwaaierende gevolgen van die ene act die alles kapot gemaakt heeft zijn groot. De tijd op de berg samen, de kameraadschap en de grote familie zijn voorgoed voorbij.

Er wordt een goede poging gedaan om de zaak langs beide kanten te belichten. Daarbij valt echter vooral op dat er langs Antonio’s kant weinig te belichten valt over wat er gebeurd is, want hij is zich van geen kwaad bewust. In Antonio’s gedeeltes leren we, behalve zijn warme gevoelens voor Eva, vooral zijn persoonlijke demonen kennen en zien we de grote invloed die drank en drugs op zijn waarnemingen hebben. Het is mijn gevoel dat het hem voor zowel Sijbrands als voor mezelf als vrouw een veel minder sympathiek personage maakt dan Eva. Hoe hard ik ook probeerde om de zaak ook van zijn kant te bekijken, ik zag toch vooral een situatie waarin er ernstig over de grenzen van een jonge vrouw gegaan werd. Iets waarvoor geen enkel excuus is.

Dit boek en zijn twee perspectieven toont dat een thema als grensoverschrijdend gedrag in heel veel vormen kan voorkomen. Ook zonder kwaad opzet, omdat er niet of onvoldoende geluisterd wordt en verkeerd geïnterpreteerd wordt. Consent, geloofd worden of niet, het zijn boeiende en hoogst relevante thema’s die dit tot een boek maken dat belangrijk en maatschappelijk relevant is, maar zeker niet licht om te lezen. Voor wie echter graag leest over de nuances en de psychologische gevolgen van trauma, is dit een heel interessant, mooi en gevoelig boek.


dinsdag 14 oktober 2025



Kleurrijk en diep gelaagd portret van vijf Perzische vrouwen

 

Schrijfster Sanam Mahloudji schreef eerst kortverhalen voor magazines voor ze de debuutroman De Perzen schreef. Haar boek, vertaald naar het Nederlands door Madelon Janse, staat op de Shortlist Women’s Prize for Fiction en werd gekozen tot Hebban Boek van de Maand 26 en dat is beide terecht. Mahloudji leefde in Iran tot haar ouders er weg vluchtten voor de Iraanse Revolutie van 1979. Daarna groeide ze verder op in de Verenigde Staten en nu woont ze in Londen.

Deze revolutie en de weerslag daarvan op mensen en zeker vrouwen is een van de rode draden in het verhaal. Matriarch Elizabeth Valiat en haar dochters Seema en Shirin en kleindochters Bita, dochter van Seema en Niaz, dochter van Shirin, stammen af van de roemrijke en beruchte Grote Krijger. Daardoor is de familie steenrijk en wordt er enorm naar hen opgekeken. Na de Iraanse Revolutie vluchten Seema, Shirin en Bita naar de Verenigde Staten, terwijl Elizabeth en Niaz in Iran blijven. De achterblijvers hebben het moeilijk binnen het regime van de moellahs, maar ook de naar de VS gevluchte leden van de familie hebben het niet gemakkelijk. Het is voor hen moeilijk om te aarden in de Verenigde Staten waar hun naam geen bewondering oproept, maar enkel discriminerende vooroordelen. Een heel schrijnend voorbeeld daarvan is hoe Bita op school een standje krijgt als ze een genuanceerd portret beschrijft van haar voorouder die Iran hielp democratiseren. De juf is pas tevreden wanneer ze haar opstel herschrijft en haar familie afschildert als wanhopige vluchtelingen die gered worden door hun vlucht naar de moreel superieure VS.

Scherpe en soms snijdende humor valt regelmatig op. Zo zijn Texanen zonder die paar koeien en oliebronnen zo arm als de neten volgens Shirin. Elizabeth beschrijft haar vrouwelijke familieleden dan weer als ‘tachtig procent wenkbrauwen, wimpers en haar’.

Het verhaal wordt verteld vanuit vijf perspectieven. De schrijfster schetst de vijf vrouwen bijzonder nauwkeurig. We leren hen kennen in hun eigen perspectief, maar ook vanuit het oogpunt van de andere vrouwen. Zo is Shirin in Bita’s ogen schaamteloos protserig met het kopen van vele onnodige juwelen, terwijl we in Shirins versie juist lezen dat het geven van juwelen voor haar een teken van liefde is en dat deze juwelen iets zijn dat generaties lang meegaat en zo geschiedenis met zich meedraagt. Seema en Shirin zien hun moeder Elizabeth als liefdeloos, terwijl we in Elizabeths versie een andere versie van haar leren kennen. Alle vijf de vrouwen eisen echt wel een hoofdrol op in een boek waar de mannen slechts randfiguren zijn. Deze sterke vrouwen zijn trots, intelligent, welbespraakt, vaak scherp en bot in hun directheid. Toch hebben ze allen hun verlangens naar verbinding en liefde. Hoewel ze elkaar vaak rauw lijken te lusten, houdt de familieband hen uiteindelijk wel samen. Wat Elizabeth zegt over de Grote Krijger -die doorheen het verhaal steeds meer van zijn voetstuk valt- geldt bij uitbreiding voor de hele familie: niet perfect, maar wel van ons.

We krijgen een boeiende kijk op de geschiedenis en cultuur van Iran, zowel voor als na de Revolutie. De vele Perzische woorden creëren hierbij een rijkere, gelaagdere sfeer. Achteraan vinden we een verklarende woordenlijst van die woorden.

Knappe en soms poëtische beelden vallen op.

‘Soms brak er een blad van de reflectie van de boom en viel in het water, op zoek naar zijn verloren wederhelft, niet wetende dat het zichzelf zocht.’

‘Nounou’s kamer wist niet dat ze dood was; de grote balken zaten nog in de nok en de dieren scharrelden rond in de muren en krasten met hun scherpe klauwtjes over het hout.’

Sommige beelden laten je echt stilstaan en dieper nadenken. Zo kunnen mensen een spook zijn van een onbewandeld pad. Dit boek verdient meerdere lezingen, zodat de rijke geschiedenis, taal en psychologie ervan ten volle tot hun recht komen. 

woensdag 1 oktober 2025

 

Redelijk aangenaam boek over boeiende periode in de geschiedenis

 

Met De Phoenix Potloodfirma schrijft Allison King een boek over de Chinese burgeroorlog tussen nationalisten en communisten en de geschiedenis van Chinese ballingen in Taiwan. De vertaling gebeurde door Irene Paridaans.

Oude dame Yun denkt terug aan haar jeugd in het China van de jaren veertig. De Japanners bezetten China al enkele jaren en nu hebben ze ook Shanghai bezet. Yuns nicht komt met haar moeder inwonen bij Yuns gezin. De twee meisjes worden hecht als zusjes. Terwijl hun vaders vechten tegen de Japanners, werken hun moeders in de potloodfabriek van de familie. Dan ontdekken de meisjes dat hun moeders niet alleen potloden maken, maar via magie geheime boodschappen doorgeven. Wanneer Yun naar Taiwan vlucht met haar ouders, blijft haar nicht Meng achter in Shanghai.

In 2018 probeert Yuns kleindochter Monica via computertechnologie om de nicht van haar grootmoeder terug te vinden en de twee met elkaar te herenigen. Ze ontmoet digitaal archivaris Louise die haar niet enkel helpt in haar zoektocht, maar ook haar hart hevig beroert. Monica probeert wijs te worden uit haar hevige gevoelens voor Louise.

Het boek wordt afwisselend geschreven in het perspectief van Yun en dat van Monica. Naar het einde komt ook het perspectief van Meng en dat van Louise kort aan bod. De tijd wisselt af tussen de jaren veertig, de eropvolgende jaren en het heden bij Yun en enkel het heden bij Monica.

‘We gingen zozeer op in de oorlog die we tegen elkaar voerden dat we de oorlog die buiten woedde compleet negeerden.’

Een mooi beeld zien we onder meer wanneer Monica in plaats van een hoofdrol te spelen in de film van haar eigen leven opeens in de zaal zat tussen het publiek en moest toekijken hoe alle opwindende dingen zich ergens anders afspeelden.

Af en toe is het boek grappig. Zo vraag Monica aan oma Yun of die het gelukkigst was toen ze jong was. Yun antwoordt: Je bedoelt toen we bezet waren door de Japanners? Monica stelt haar vraag bij naar ‘daarna dan?’ Waarop Yun antwoordt: ‘Bedoel je tijdens de burgeroorlog?’ Monica beseft dat ze blijkbaar niets weet van de geschiedenis.

Af en toe leren we interessante weetjes. Zo was Shanghai blijkbaar de enige plek ter wereld die joden onvoorwaardelijk asiel bood.

De vele tikfouten zijn een minpuntje. Een groter minpunt zijn echter de stukken van Monica. Daar waar je meteen meeleeft met Yuns meeslepende geschiedenis in haar gedeelten, is het moeilijk om emotioneel contact te krijgen met Monica. Haar verhaal is doorweven met uitleg over het internet en is te technisch. Ook zijn deze gedeelten afstandelijker geschreven waardoor je moeilijk meeleeft met dit personage. Het duurt tot bijna het einde voor je warm loopt voor haar levensverhaal.

Een extra minpuntje is de ongeloofwaardigheid van Monica’s bakvisgedrag. Ze is een volwassen vrouw die studeert en werkt en als je dan leest over ‘het struikelende wrakje dat ik was geworden’ is dat erover.

Het is boeiend hoe de geschiedenis van de oorlog tussen China en Japan en de eropvolgende burgeroorlog aan bod komt in het boek, evenals het wedervaren van Chinese ballingen in Taiwan. Meng blijft echter in China en haar wedervaren tijdens de vele moeilijke perioden daar, zoals de Culturele Revolutie, komen totaal niet aan bod, ook niet in Mengs persoonlijke gedeelte. Dit is een keuze. De schrijfster kiest ervoor om het na ‘49 enkel over de Taiwanese kant van de geschiedenis te hebben. In haar aantekeningen en dankwoord vermeldt ze de vele door haar geraadpleegde bronnen. Dit is een meerwaarde voor wie graag meer te weten komt over dit stuk van de geschiedenis.

De rode draad in het verhaal is of elk verhaal gedeeld moet worden, gewoon omdat dat kan. Met die vraag worstelt zowel Yun als Monica. Yun kan via magie elk verhaal delen, Monica via haar computertechnologie, maar beide botsen uiteindelijk op de grenzen van hoever iemands privéverhalen en geheimen openbaar gemaakt mogen worden.

Hoewel ik niet onverdeeld positief ben, blijft dit boek interessant voor wie iets meer wil bijleren over dit boeiend deel van de geschiedenis van China en Taiwan.

donderdag 18 september 2025


Spannende en pakkende historische roman over verzetsdaden tijdens WO II


Met De verraadster van Vorden is Rachel van Charante aan haar vierde boek toe. Van Charante is freelance tekstschrijver en content-specialist. Ze schrijft zeer gesmaakte en spannende historische romans.

Net zoals Schaduwdochter speelt ook dit verhaal zich af op Kasteel Vorden. Hoewel de personages deels dezelfde zijn als die in Schaduwdochter kan dit boek perfect los van het vorige boek gelezen worden. Esmée barones Von Eckendorff-Lohmann woont als jonge vrouw van 24 op Kasteel Vorden wanneer haar familie in 1942 gedwongen wordt een regiment Duitse soldaten van de Sicherheitsdienst met hun Hauptsturmführer Max Winter in te kwartieren. Ondanks deze onmiddellijke nabijheid van de Duitse vijand besluit Esmée toch om onderduikers in het kasteel onder te brengen. Deze beslissing zet een reeks gebeurtenissen in gang waarbij Esmée meer en meer in gevaar komt. In dezelfde periode volgen we het verhaal van Guusje en in 2024 dat van Carmen. Het duurt heel even, maar dan ben je als lezer mee wat de link is tussen de vrouwen en beginnen de drie verhaallijnen zich meer en meer ingenieus te verweven.

De perspectieven wisselen tussen de drie vrouwen en de twee tijdsperiodes. De auteur kiest er vaak strategisch voor om te wisselen van perspectief bij een cliffhanger en zorgt zo voor een mooie spanningsboog.

De schrijfster schrijft bijzonder vlot en leesbaar. Ook humor komt af en toe voorbij. Over een militair met een doorlopende wenkbrauw lezen we ‘De wenkbrauw heft zijn kin.’ Ook het beeld van een man die zichzelf marineert in rode wijn is grappig.

De personages worden mooi uitgewerkt en zijn gelaagd. Zo is het maar realistisch dat niet alle Nederlanders goed en niet alle Duitsers slecht waren in de oorlog en dus ook niet in het boek. Hoe moeilijk het is om te laveren door dit grijze veld tussen goed en kwaad komt mooi aan bod.

‘Ik voel me een drenkeling op open zee, die wanhopig op een vlot probeert te klimmen. Steeds als ik er eindelijk op zit, komt er een hoge golf die me eraf slaat.’

De tijdsgeest van toen wordt knap geschetst. We leren hoe de vader van Esmée nog aangekleed werd door een bediende, maar dat de modernere generatie van Esmée het met minder personeel moet stellen. Ook over het verzet en over de kampen tijdens de oorlog lezen we.

Rachel van Charante verstaat de kunst van het vertellen en laat de lezer genieten van een spannend, mooi en goed geschreven verhaal. Ze stuwt de lezer voort op een avontuur dat je door de hoofdstukken jaagt, gretig om te weten wat er verder gebeurt. Ze schetst haar personages op zo’n manier dat je enorm met hen meeleeft en dan vooral met de dilemma’s waar Esmée en Guusje mee te maken krijgen. Carmen heeft een beduidend minder groot aandeel in het boek, maar dat stoort niet. Het plot zit goed in elkaar en er zijn geen losse eindjes. Wie graag geniet van een historische roman over sterke vrouwen zal met dit boek zeker aan zijn of haar trekken komen.

Met dank aan Xander Uitgevers voor het recensie-exemplaar.



dinsdag 9 september 2025

 


Hartverscheurend en hartverwarmend debuut


Met De jongen die de vuurvliegjes volgde schreef Aisha Hassan een debuut dat haar meteen op de kaart zet als beloftevol schrijfster. Het boek is vertaald door Connie van de Velde.

Lalloo is pas zeven als zijn broer vermoord wordt voor de ogen van het gezin. Veertien jaar later woont en werkt dat gezin nog steeds in de bhatti, de steenfabriek waar ze als schuldarbeiders sloven. Enkel Lalloo is ontsnapt aan dit lot en werkt voor een welgestelde familie in de stad Lahore. Hij droomt ervan zijn ouders en zussen te helpen ontsnappen aan hun lot. Daarvoor roept hij geregeld de hulp in van zijn goede vriend Salman. Ook aan jeugdvriendin Fatima waarvoor hij een boontje heeft, heeft hij veel steun. Maar zijn familie redden is absoluut niet evident en vraagt grote offers van hem.

Zodra je begint aan het boek is het duidelijk dat er heel veel lokale woorden gebruikt worden. Dit lijkt in het begin heel even moeilijk, omdat er geen woordenlijst blijkt te zijn, maar uit de context is altijd duidelijk wat er bedoeld wordt. De woorden brengen je meteen in de sfeer van Lalloo’s leven in Pakistan. Die beschrijving wordt doorgetrokken in het beeldende vertellen van de auteur. Je ziet en voelt de schrijnende armoede en de intense, drukkende hitte waaraan niet te ontsnappen valt.

‘De maanden van droge hitte waren ondraaglijk geworden. Gebouwen, mensen, auto’s -alles stikte onder dikke lagen stof. De bladeren aan de bomen waren bedekt met zo’n dikke laag stof dat ze grijs leken. Wokjes stof dreven in de heiige lucht.’

Het verhaal wordt verteld in een afwisseling tussen heden en verleden. Zo leren we geleidelijk wat er in Lalloo’s jeugd gebeurd is, maar ook over zijn leven nu in de stad Lahore. De afwisseling creëert spanning, waarbij het lang duurt voor de lezer exact te weten komt wat er nu exact gebeurd is met zijn broer. Het zorgt ervoor dat je almaar verder wil lezen.

De beeldende taal is prachtig. Knappe beelden en poëtische zinnen zijn alom aanwezig.

‘Ze passeerden de steeds verder uitdijende woonwijken, die de afgelopen jaren in Lahore verrezen als schimmel aan de rand van half-opgegeten voedsel.’

Of het beeld van de vrouwen en kinderen die de vuilnisbelt afschuimen naar alles wat doorverkoopbaar is als aaseters die een karkas schoonpikken.

Lalloo en de andere personages worden op zo’n manier beschreven dat je hen vanaf het begin in je hart sluit en met hen meeleeft. Je hart bloedt voor Lalloo wanneer die met groeiende wanhoop zoekt naar een uitweg uit de eindeloos diepe armoede waarin zijn familie zit. Het drijft hem tot soms foute, maar begrijpelijke keuzes.

Het boek eindigt met een woord van de auteur die vertelt hoe zo’n 4.5 miljoen mensen, waarvan 1 miljoen kinderen nog steeds generatieslang werken in zo’n 20 000 steenfabrieken, onder omstandigheden die niet veel van slavernij verschillen. Deze uitzichtloosheid en de enorme kloof tussen arm en rijk worden af en toe afgewisseld met lichtheid en humor in sommige scènes met Salman of Fatima. Naast het overduidelijke thema van de slavernij en de enorme inkomenskloof, spelen liefde en vooral vriendschap en trouw aan vrienden en familie een heel belangrijke rol. Het maakt dat het boek niet louter uitzichtloos en deprimerend aanvoelt, maar ook een zekere lichtheid en hoop in zich draagt. Het creëert een pracht van een boek met een verhaal dat beklijft en je zeker nog lang zal bijblijven. 


woensdag 3 september 2025


                                 Ingewikkeld kluwen blijkt intelligente thriller


Met Good bad girl is journaliste en auteur Alice Feeney aan haar zesde thriller toe. De vertaling gebeurde door Catalien van Paassen. Twintig jaar na de ontvoering van een baby wordt een vrouw vermoord in een bejaardentehuis. Er is een link tussen beide zaken. Kranige oude dame, Edith, woont in het bejaardentehuis en wil daar weg. Ze plant haar ontsnapping. Verzorgster Patience is een pathologische leugenaar, maar bouwt wel een band op met Edith. Ediths dochter, Clio, heeft amper contact met haar moeder en wil dat ook niet. Hoewel alle drie de vrouwen door het leven geleerd hebben om voorzichtig te zijn en wantrouwig zijn naar andere mensen toe, zijn ze genoodzaakt om samen te werken om deze zaak op te lossen. Maar de zaak met drie verdachten, twee moorden en één slachtoffer is behoorlijk ingewikkeld.

Klinkt het bovenstaande enigszins complex en verwarrend? Wel, het duurt een tijd voor het aantal vragen niet meer stijgt en er langzaamaan antwoorden beginnen te komen. Eerst is het boek echt een kluwen van verwarring. Het begint al meteen stevig. Het boek vliegt erin met een misdrijf, maar het slachtoffer lijkt te weten door wie en waarom de misdaad gepleegd is. Dit creëert meteen spanning. Dit gaat zo door in bijna elk hoofdstuk. De schrijfster is bijzonder bedreven in het creëren van mysterieuze cliffhangers waardoor je na elk hoofdstuk snel de pagina omslaat naar de volgende pagina… waar het perspectief wijzigt in dat van een van de andere vrouwen en je op het einde van het hoofdstuk weer achterblijft met nog meer nieuwsgierige anticipatie en verwarring. Bovenop de perspectieven van de drie vrouwen is er nog een vierde, dat van Frankie en het duurt even voor je haar kan plaatsen in het verhaal. Het maakt het mysterie er alleen maar groter op.

Het is oorspronkelijk een beetje veel allemaal. Veel kluwen, veel vragen en veel verwarring. Alle personages hebben geheimen en als lezer probeer je heel hard die te ontrafelen en de puzzelstukjes te leggen van wat een mysterieus geheel lijkt te worden dat zich slechts zeer langzaam ontvouwt. Wie doorzet, ontdekt echter een intelligente thriller met een knap plot en een nooit inzakkende spanningsboog. Daarbij is niet alleen het wie interessant. Sommige stukjes van die puzzel legt de aandachtige lezer misschien wel zelf voor ze onthuld worden. Nog interessanter is misschien wel het waarom.

De uitwerking van de personages is niet echt sterk. Dit is ergens wel logisch en wordt bewust zo gedaan om het mysterie te behouden, want elk personage liegt of verzwijgt dingen voor anderen en voor de lezer. Het maakt het wel iets moeilijker om je in te leven in de personages, maar het mysterie op zich boeit voldoende om hier overheen te kijken.

Voor wie naast een spannend verhaal ook graag geniet van mooie zinnen, valt er ook een en ander te bespeuren op dit vlak.

‘Helaas zit het in de menselijke natuur om liefde te morsen en haat te hamsteren.’

‘We zijn niet de som van onze kinderen, ze zijn een onmogelijke vergelijking die we moeten leren liefhebben in plaats van die te willen oplossen.’

‘Andere mensen verzamelen graag roddels. Ze voeden zich ermee, schrokken ze op, te gulzig om bijtijds te kunnen stoppen, dus worden ze dik van de oude suiker van andermans leven.’

Het zijn maar enkele van de vele mooie zinnen waar je over kan nadenken.

De vele cliffhangers in de verschillende hoofdstukken blijven verbazen. De lezer zal kunnen genieten van een intelligent plot dat vaak verrast en op het einde netjes wordt opgelost, zodat er geen losse eindjes meer overblijven. Het maakt dat ook deze zesde thriller er een is om met veel plezier in te duiken.

donderdag 21 augustus 2025

 

Meeslepende roman over sterke achttiende-eeuwse vrouw

 

Mérie van der Rijt is communicatieadviseur. Haar fascinatie gaat uit naar geschiedenis. Met Het vrouwenhofje schrijft ze haar debuut over de twintigjarige Maria die in het Den Haag van het einde van de zeventiende eeuw zo snel mogelijk het huis uit wil. Ze wordt thuis knettergek van haar strenge, godvrezende moeder en wil eigenlijk het liefst van al trouwen met timmerman Johannes, haar grote liefde. Daarmee zou ze echter beneden haar stand trouwen en zo een smet werpen op de familie-eer. Dus accepteert ze het huwelijksaanzoek van de vijftigjarige weduwnaar Pieter van Aerden, vader van zes kinderen. Zodra ze weduwe wordt, kan ze dan alsnog trouwen met Johannes, denkt ze in haar jeugdige overmoed. Naarmate de jaren verstrijken ontdekt ze echter dat een mens weliswaar kan plannen, maar dat het leven er vaak een stokje voorsteekt.

Maria wordt geportretteerd als een kordate, intelligente jonge vrouw die haar tijd enigszins vooruit is. Ze is gefascineerd door de anatomieboeken van haar vader die chirurgijn is en die haar in tegenstelling tot zijn vrouw volop stimuleert in het vergaren van kennis. Hoewel Maria niet vies is van enig manipuleren van tijd tot tijd, wordt ze vooral heel erg menselijk en sympathiek afgeschilderd. De lezer zal zich dan ook gemakkelijk kunnen inleven in haar verhaal.

Dat verhaal speelt zich overduidelijk af in de zeventiende en een groot stuk van de achttiende eeuw. De schrijfster gebruikt woorden als ‘cattenghespuijs’ en ‘pillegiften’, zonder dat dit het verhaal oubollig laat voelen. Ook met weetjes wordt er af en toe gestrooid. Zo verwondert Maria zich over de aankoop van zilveren bestek wat een nieuwigheid is, zodat gasten hun eigen bestek niet meer moeten meebrengen naar een feest. De mooi gevormde kuiten van haar man blijken dan weer … vals te zijn, want hij blijkt kousenvulling te dragen. Ijdelheid is blijkbaar van alle tijden. Af en toe leren we ook bij over grotere gebeurtenissen, zoals het rampjaar 1672 waarin de regenten Johan en Cornelis de Witt door het volk aan stukken gesneden worden of de festiviteiten bij de Vrede van Utrecht in 1713. Dat geschiedkundige weegt echter niet door. Wie veel wil bijleren over die periode zal toch wat op zijn honger blijven zitten. Wie echter graag een waargebeurd levensverhaal leest over een sterke vrouw in die tijd zal genieten, want er wordt echt wel een beeld geschetst waarmee je die tijd zo voor ogen ziet: de afgedekte spiegels bij begrafenissen, de uitjes -met de kinderen- naar openbare gelegenheden waarbij dieven en andere misdadigers gestraft werden, de reizigers naar Batavia, …

Sommige aspecten zoals hoe moeilijk een meid neen kon zeggen bij seksuele avances door haar baas vinden ook vandaag nog hun weerklank in sommige ‘me too’-verhalen. De auteur maakt echter niet de fout om van Maria een modernere vrouw te maken dan voor die tijd haalbaar was. Ook zij veroordeelt zonder pardon een vrouw die te vlot ingaat op avances als ‘straatjoffer’ zonder de man in kwestie even streng te beoordelen. Over opmerkingen als waren er volkeren die van nature dienstbaar zijn en die niets liever doen dan blanken te dienen, kunnen we nu alleen maar gruwelen, maar het past wel in de sfeer van die tijd – en nog lang erna.

Het boek is opgedeeld in drie delen en de hoofdstukken zijn kort en vlot geschreven. De liefhebber van romans met een meeslepend verhaal tegen een geschiedkundige achtergrond zal zich geen moment vervelen. Het boek is dan ook een dikke vier sterren waard.

Met dank aan Xander Uitgevers voor het recensie-exemplaar.


woensdag 11 juni 2025

 

Relevante maatschappelijke thriller

 

Met Modelmoord is Marelle Boersma absoluut niet aan haar proefstuk toe. Sterker nog, ze viert er twintig jaar schrijverschap mee. Deze keer vindt haar thriller plaats op het zonnige Malta. Bo is er een gevierd model. Ze lijkt alles mee te hebben: een mooie villa, een knappe echtgenoot en een succesvolle carrière. Toch zit er meer dan één barst in haar perfecte leventje. De concurrentie in de modellenwereld is moordend en Bo ziet zich genoodzaakt haar toevlucht te nemen tot een riskant afslankmiddel. Manlief neemt het dan weer niet zo nauw met echtelijke trouw. Op een modellenfeest maakt hij het voor Bo’s ogen wel heel bont met haar grootste concurrente. Na het feest wordt die vrouw dood aangetroffen. Is Bo de dader of wordt ze het volgende slachtoffer?

Weerom kiest de auteur met haar thema’s voor relevante maatschappelijke onderwerpen. Ze brengt de genadeloze concurrentiestrijd binnen de modellenwereld goed in beeld en kiest met de gevaren van Ozempic voor een momenteel zeer actuele invalshoek. In het nawoord vertelt ze hier meer over en verwijst ze hiervoor naar een aantal bronnen.

Het boek is geschreven vanuit drie perspectieven. We volgen Bo, die zich na een hersenschudding maar deeltjes herinnert van wat er gebeurd is; Nick, die als potentiële dader mogelijkerwijs geen betrouwbare verteller is en rechercheur van politie Rachel die probeert de waarheid stapje voor stapje boven water te krijgen. Dat alles maakt dat het boek vooral in het begin nog heel verwarrend is. Bo is het meest aan het woord en zij herinnert zich wel héél weinig. Daarbovenop schakelt het boek frequent tussen het heden en het verleden. Zo krijg je als lezer via een aantal sleutelmomenten in dat verleden telkens kleine stukjes informatie, maar aanvankelijk weet je niet goed waar je die puzzelstukjes juist kwijt moet in het geheel. Langzaamaan wordt het verhaal echter duidelijker.

De paar mooie bruggetjes, fijne vondsten zoals ‘de ijzeren vrouw’ en goede plottwists maken het een fijne thriller om te lezen. Lezers van Marelle Boersma’s eerdere thrillers zullen er weer een fijne thriller mee te pakken hebben, maar ook voor wie Boersma nog niet kent, is het een boeiende eerste kennismaking met haar boeken.

Graag bedank ik De Crime Compagnie voor het boek.


dinsdag 20 mei 2025

 

Knap staaltje schrijfkunst over familiebanden


Met haar nieuwe roman Gaan is Roxana Robinson niet aan haar proefstuk toe. De schrijfster schreef reeds zes romans, drie verhalenbundels en een biografie van kunstenares Georgia O’Keeffe. Gaan, vertaald door Marian van der Ster en Karina van Santen, gaat over Sarah en Warren die elkaar opnieuw tegenkomen wanneer ze prille zestigers zijn. Veertig jaar ervoor waren ze een koppel, maar ze gingen door een misverstand uit elkaar. Nu is Sarah gescheiden en Warren getrouwd. Het tweetal neemt de draad weer op en al snel hebben ze een hechte relatie. Wanneer ze hier echter mee naar buiten treden, stuiten ze op hevige weerstand van Warrens dochter. Wat volgt is een minutieus verslag van de pijn die een dergelijke situatie met zich mee kan brengen, wanneer partijen zich zo ingraven tot er enkel nog oplossingen zijn die enorme pijn en verdriet met zich meebrengen.

Het boek bestaat uit vijf delen die bestaan uit relatief lange hoofdstukken. De schrijfster gebruikt regelmatig hele mooie zinnen.

‘Het is vreemd om ’s ochtends thuis te komen. Het voelt alsof ze het huis ergens in heeft gestoord.’

‘Ze legt de ene hand over de andere alsof ze twee handen nodig heeft om haar verdriet in toom te houden.’

Sommige paragrafen getuigen van duidelijk meesterschap en zijn zelfs een aaneenrijging van prachtige zinnen.

Ook krachtige beelden zijn de auteur niet vreemd. Zo beschrijft Warren zijn gevoelens voor Sarah als altijd al deel zijnde van zijn leven, maar ondergronds gegaan als een rivier al die tijd en nu weer opgedoken.

‘De opluchting stroomt van haar af als mist van een berg.’

Robinson schildert trefzeker emoties en gebruikt hiervoor het ‘show, don’t tell’-principe. Zo is het hoofdstuk waarin Warren zijn vrouw op de hoogte brengt van een ontroerende schoonheid. Warren kan zich niet voorstellen dat hij het nog langer uithoudt thuis, maar tegelijkertijd kan hij er niet bij dat hij zijn vrouw zoiets wil aandoen. Hij wil weggaan en tegelijk wil hij haar troosten.

Af en toe valt de auteur lichtjes in herhaling in haar weliswaar goede pogingen om het uiteenvallen en de verwijdering in het huwelijk te beschrijven.

Het boek begint wat moeizaam, maar gaandeweg komt het los en wordt het almaar mooier. Het beloont de volhouder met een goed uitgewerkt verhaal over pijn en verlies, emoties en familiebanden.

Graag bedank ik uitgeverij Atlas Contact voor het recensie-exemplaar.