woensdag 11 september 2024

Voor wie een angstaanjagend knappe roman wil lezen over een parallelle en plausibele Westerse wereld, is Waanzin van Lionel Shriver een echte aanrader. Meer hierover kan je lezen in mijn redactionele recensie voor Hebban hieronder of op Hebban zelf.


Angstaanjagend maar plausibel toekomstbeeld van Westerse wereld

 

Lionel Shriver is journaliste en de auteur van tien eerdere boeken waaronder de internationale bestseller We moeten het even over Kevin hebben. Zoals in haar eerdere boeken kiest ze ook in haar recentste boek Waanzin voor maatschappelijk belangrijke thema’s. Wat gebeurt er als een maatschappij te ver doorslaat in politieke correctheid? En wat met de huidige afkeer voor wetenschap, wetenschappers en kritische journalistiek die o.m. in de VS zo populair is bij bepaalde groepen?

Verenigde Staten 2011, alternatieve realiteit. In deze dystopische roman heeft de Geestelijke Gelijkwaardigheidsbeweging (GG) voet aan de grond gekregen in de VS. Volgens deze doctrine is iedereen even intelligent en woorden als ‘dom’, of zelfs ‘domweg’ of ‘smartphone’ zijn voortaan verboden. De slinger slaat almaar verder door. TV shows zoals Friends of The Big Bang Theory worden verboden, zelfs The Simpsons moet eraan geloven en de censuur neemt groteske vormen aan. Privégesprekken worden iets om heel voorzichtig mee om te springen want zelfs kinderen worden aangemoedigd om aan hun GG-mentor te verklikken wat hun ouders in de privésfeer zeggen. Pearson Converse, een universiteitsdocent heeft het bijzonder moeilijk met de GG-doctrine en weigert pertinent om erin mee te gaan. Wanneer haar beste vriendin Emory uit opportunisme mee op de GG-trein springt om haar TV-carrière een boost te geven en jongste dochter Lucy in die mate geïndoctrineerd raakt dat ze een spion in eigen huis wordt, wordt het leven voor Pearson steeds moeilijker. Haar relatie met beiden komt onder druk te staan. Ondertussen worden landelijk zaken als terrorisme totaal ondergeschikt aan deze laatste grote burgerrechtenstrijd.

In Waanzin wordt veelvuldig gebruik gemaakt van humor, maar vergis je niet. De auteur gaat er moeilijke maatschappelijke thema’s en vragen mee te lijf. Met haar satirische schrijfstijl dwingt ze haar lezers om na te denken over cancelcultuur en vrije meningsuiting. Ze schrijft geen eenvoudige roman, maar dwingt haar lezers om zelf na te denken over mogelijke antwoorden. Haar humor is bijtend grappig en soms ronduit sarcastisch, vilein en scherp. Zo worden mensen met een heel lage intelligentie mensen met ‘alternatieve verwerking’ genoemd.

Ironie gebruikt ze onder meer wanneer ze beschrijft hoe de beweging die gelijkheid wil opleggen zo ver doorslaat dat er opnieuw groepen, maar deze keer andere dan voorheen worden achtergesteld wanneer er een volledige politieke en maatschappelijke aanval op het ‘slimmisme’ ontstaat. De knappe neologismen zoals ‘breinijdel’ of ‘nikskunners’ in het boek creëren ook een extra uitdaging voor de vertaling, die echter prima gebeurde door Marian van der Ster en Karina van Santen.

Er worden geen films meer gemaakt over genieën want die zogenaamde iconen waren ‘doodgewone sukkelaars die per ongeluk waren gestruikeld over wat ze gecreëerd of ontdekt zouden hebben. Michelangelo’s fruitverkoper had de Sixtijnse kapel ook kunnen beschilderen, hij had er alleen geen zin in gehad.’

Knappe beelden zijn legio zoals wrok als een ‘akelige emotie met de halveringstijd van Strontium 90’ (wat 28.9 jaar is).

Hoewel de humor de zware onderwerpen wat luchtiger probeert te maken, blijft het surrealistische verhaal ronduit griezelig. Zo doen spionerende kinderen o.m. denken aan hetzelfde fenomeen ten tijde van de Culturele Revolutie in Mao’s China. Shriver mengt ook zeer spitsvondig werkelijkheid en fictie: zo wordt Obama na één termijn vervangen door Biden want die stottert, wat veel beter dan Obama’s lange, eloquente uiteenzettingen aantoont dat we allemaal even intelligent zijn. Osama bin Laden wordt opgejaagd… maar ontsnapt wegens incompetentie van de inmiddels allemaal bewust incapabelen op hoge posten, Poetin neemt niet alleen Oekraïne in, maar alle andere regio’s waar in de huidige realiteit verhoogde alertheid geldt. Door fictie en non-fictie te verweven, wint het verhaal aan geloofwaardigheid en komt de mogelijkheid van een dergelijk scenario akelig dichtbij.

Met Pearson Converse schept de schrijfster een enigszins antipathiek hoofdpersonage dat zo ver gaat in haar principes dat het moeilijk wordt om je met haar te vereenzelvigen. Pearson gebruikt superieure taal en stopt haar afkeer van ‘domme’ mensen niet weg. De ontwikkelingen in het laatste deel van het boek en Pearsons kijk daarop zetten hierin werkelijk een kers op de taart en laten de lezer met veel vragen achter om verder op te broeden. 

De vaak lange zinnen vragen soms om herlezing voor ze goed doordringen. Dit in combinatie met het ietwat antipathieke hoofdpersonage maken dit misschien geen boek voor elkeen. Maar wie voorbij het ietwat botte van Pearson kijkt, kan wellicht haar eerlijkheid waarderen. Wie meegaat in Lionel Shrivers dystopie wacht een zeer boeiende en veelomvattende denkoefening die voor voldoening zorgt, maar de lezer wel met de nodige onrust achterlaat.

woensdag 24 juli 2024

 

Coming of age-roman met veel thema’s maar te weinig uitwerking

 

Neem me mee, het nieuwe boek van Gianni Solla heet in het Italiaans Il ladro di quaderni, De notitieboekjesdief en werd vertaald door Dorette Zwaans. Het boek vertelt over Davide, de zoon van een varkenshoeder. Hij wordt uitgelachen in het dorp omwille van de varkensgeur die altijd om hem heen hangt en omdat hij een mank rechterbeen heeft. In het armoedige dorp Tora e Piccilli komt een groep Joden aan, erheen gestuurd door Mussolini’s fascisten om er dwangarbeid te verrichten. Davide is gefascineerd door de knappe Nicolas en leert de liefde voor woorden, lezen en schrijven van Nicolas en diens vader. Die ontsluiting van kennis zal hem voor altijd veranderen.

In het driedelige boek mijmert Davide in de ik-persoon over zijn leven. Hij groeit op met een vader waarvan hij wilde dat die hem eens sloeg, zoals hij met zijn varkens doet, zodat Davide tenminste weet dat hij evenveel waard gevonden wordt als die varkens.

Het boek bevat zeer veel mooie zinnen en knappe beelden. Zo hoort Nicolas voor het eerst woorden die evenveel wegen als negen emmers boordevol water – de hoeveelheid die de varkens nodig hebben- en laat die nieuwe kennis zijn knieën knikken. Een gearrangeerd huwelijk is dan weer ‘een uitruil van gevangenen’ vanuit het oogpunt van Davide.

‘We wisten niet dat we als nachtvlinders waren die zich te dicht bij het vuur waagden – aangetrokken door de schittering van het licht verbranden ze hun vleugels in een soort zwanendans waarin vreugde de angst overwint.’

‘Allebei waren we erin gesprongen, maar om zulke verschillende redenen dat we niet van hetzelfde water nat leken.’

Het boek bevat zeer veel thema’s. Zo is er de oorlog, met het anti-semitisme: ‘We wisten niets af van Joden, van hoe ze leefden of welke vorm hun neus had, maar er was ons verteld dat we ze moesten haten’, de armoede en het eenvoudige dorpsleven waarin bij ziekte gebeden wordt tot God, Maria en Mussolini en de geïsoleerde ligging van het dorp waarin de komst van een nieuwe schooljuf zo’n gebeurtenis is dat het hele dorp uitloopt om haar te zien aankomen, want ze is de eerste noorderling die ze daar te zien krijgen. Andere thema’s zijn het ontgroeien van je milieu, het volwassen worden van een jongen, vriendschap, eerste liefde, bedrog, verhoudingen binnen het gezin, … Het thema taal speelt een heel grote rol doorheen heel Davides opgroeien. De meeste thema’s worden echter maar zijdelings aangestipt. Je kan je de vraag stellen of de auteur niet beter wat minder thema’s behandeld had en de gekozen thema’s beter uitgewerkt had. Zo komt bijvoorbeeld de oorlog amper aan bod.

De personages beklijven onvoldoende. Davides karakter wordt uitgewerkt, maar de andere karakters veel minder. Ook over de keuzes die de personages maken, kan je je soms vragen stellen. Die hoeven uiteraard niet de keuzes te zijn die de lezer zelf zou maken, maar het maakt het soms moeilijk om je in te leven in de karakters of je met hen te vereenzelvigen.

De plotwendingen worden soms onvoldoende toegelicht en zijn op andere momenten te voor de hand liggend. Het boek is enigszins saai en leest wat stroperig. Al met al is het boek een aardige poging, maar op sommige punten een gemiste kans.  




 
                                            Broeierige roman over verzwegen oorlogstaboes

 

Yaël van der Wouden is schrijver en docent. Haar essay over de Nederlandse identiteit en Joods-zijn ‘On (Not) Reading Anne Frank’ werd genoemd in The Best American Essays 2018. Van der Wouden geeft les in creative writing en comparative literature. Met The Safekeep schreef ze haar debuut. Ze deed dit in het Engels, de taal waarin ze is opgevoed. Fannah Palmer en Roos van de Wardt vertaalden het boek als De bewaring. Het verhaal is gebaseerd op Marga Minco’s novelle Het adres. Het speelt zich af in het Overijssel van kort na de Tweede Wereldoorlog (1961). De auteur vertelt in een interview in Culture Club op het Vlaamse Radio 1 dat dit protestantse dorp, waar ze zelf opgroeide, niet echt bekend stond om zijn open blik.

Ook in haar boek zitten we in dit burgerlijke, bekrompen kader, waarin Isabel alleen leeft in haar ouderlijk huis nadat haar beide broers er wegtrokken en haar moeder er na een ziekbed overleed. Isabel leeft er als ‘oude vrijster’ van een toelage en verzorgt het huis dat alles is voor haar. Ze vult haar dagen met poetsen en de hulp klussenlijstjes geven om nog meer te poetsen. Er moet helderheid en regelmaat zijn, er is geen ruimte voor vreugde en spontaniteit. Als haar oudste broer zijn -zoveelste- liefje bij Isabel achterlaat wanneer hij voor langere tijd naar het buitenland moet, ontstaat een gespannen sfeer tussen de rigide Isabel en de veel ontspannener Eva die elkaars tegenpolen zijn. Waar Isabel vroeg opstaat en aan haar taken begint, slaapt Eva lang uit, zont uitgebreid in de tuin en raakt alles in huis aan, terwijl Isabel van mening is dat haar moeders spullen er zijn om te bewaren, niet om aan te raken.

‘Eva nam met luidruchtige rusteloosheid ruimte in beslag, een zoemende bij die vastzat in een kamer met alle ramen dicht.’

Het zal menig lezer even tijd kosten om te wennen aan de starre, verbitterde en paranoïde Isabel, die een groot deel van het verhaal een ronduit vervelende persoonlijkheid vertoont. Alle andere personages worden vanuit het oogpunt van Isabel beschreven.  Hoewel we ook leren over haar broers, is de focus van het verhaal vooral en bijna uitsluitend de wisselwerking tussen de twee vrouwen en de irritatie en spanning die hierin ontstaan. Tegen de achtergrond van een hete zomer volgen we in een kil en somber huis hoe beiden elkaar afwisselend ontwijken en dan weer op confrontatie aansturen. Het huis zelf is zo belangrijk voor Isabel dat de schrijfster er bijna een extra personage van maakt.

‘Het huis verwelkomde haar niet. Het hield zijn blik schaamtevol afgewend.’

 Na een tergend langzame aanloop komen we uiteindelijk aan het historische element dat ook al in het hogergenoemde essay een rol speelt: het jodendom. Uiteindelijk zal het boek uitdraaien op een twist waarbij lang verzwegen geheimen uit de Tweede Wereldoorlog blijven nawerken. Benader het boek echter niet als een thriller, want menigeen zal de twist voelen aankomen lang voor de auteur hem eindelijk onthult. Eenmaal onthuld, zindert hij echter wel na als een feit van groot belang dat ons de nefaste gevolgen toont van wegkijken en blijven zwijgen, waardoor de Holocaust ook na de oorlog nog zo lang extra kwetsuren bleef toebrengen.

Wie een grote fan is van knappe beelden en mooie taal, zal zijn hart enorm kunnen ophalen aan dit boek dat bol staat van de prachtige zinnen.

 ‘Het begon te waaien, bomen langs het pad roddelden met trillende bladeren.’

Daarnaast sieren vele sterke scènes het boek. Ook wie dol is op karakterschetsen en analyses van intermenselijke relaties zal genieten van Yaël Van der Woudens boek, waarin de relatie tussen Isabel en haar broers en vooral die tussen Isabel en Eva zeer grondig onder de loep wordt genomen. Voeg daarbij het zeer indringende oorlogstaboe en je hebt het recept voor een heel knap boek waarin zomers fruit en opgekropte gevoelens wachten om te kunnen openbarsten.

maandag 27 mei 2024

 Ik las met veel interesse deze historische roman over Oekraïne tijdens de Tweede Wereldoorlog in opdracht van Hebban. 



Geslaagde weergave van Oekraïne in de Tweede Wereldoorlog


Met Kinderen van Oekraïne duikt Erin Litteken na Dochters van Kiev opnieuw in een stuk van de woelige Oekraïense geschiedenis. Angelique Verheijen vertaalde het boek.

De lezer volgt drie Oekraïense jonge vrouwen vanaf 1941 tot 1949. De zeventienjarige Liliya die dierbaren verloor aan zowel Russische, Duitse als Poolse vijanden zoekt een nieuw evenwicht na al deze verliezen. Vika probeert ondanks de oorlog haar gezin samen en in goede gezondheid te houden. De groeiende chaos en honger maken het haar echter heel moeilijk om hierin te slagen. De elfjarige Halya probeert dan weer aan de dreigende tewerkstelling in Duitsland te ontkomen.

De Oekraïense geschiedenis kende zeer veel omwentelingen en agressie de laatste eeuw en het is dan ook zeer goed en broodnodig dat de schrijfster haar boek begint met enkele pagina’s historische achtergrond. Zelfs met die kennis achter de kiezen is het in het begin concentreren geblazen om het verhaal te kunnen volgen. Dit komt ook door het steeds wijzigende perspectief. De drie vrouwen hebben elk boeiende verhalen te vertellen, maar door dit voortdurend wisselen, duurt het even voor je helemaal in het verhaal komt en goed kan volgen wie wat beleeft. Even doorzetten brengt hier echter al snel soelaas en wat volgt is een meeslepend verhaal waarbij we aan de hand van de vrouwen de geschiedenis meemaken en bij verschillende belangrijke gebeurtenissen, zoals het leven als gedwongen Ostarbeiter, het bombardement op Dresden en het chaotische leven in de ontheemdenkampen na de oorlog, op de eerste rij zitten.

De karakters van de vrouwen en hun onderlinge verhoudingen worden zeer mooi en diepgaand uitgewerkt. De keuzes waartoe zij vaak gedwongen worden, zijn confronterend en roepen onvermijdelijk bij de lezer de vraag op: Wat zou ik zelf gedaan hebben in deze omstandigheden? Zo zijn er momenten waarop Vika moet kiezen tussen haar moraal en waarden en de veiligheid en het welbevinden van haar gezin. Wie kan je beschermen, wie offer je op in de plaats, wat is de prijs die je betaalt voor je keuzes?

Regelmatig komt het thema van familie voorbij, waarbij dit niet noodzakelijk je biologische familie, maar ook een door omstandigheden ontstane familie kan zijn. Ook schuldgevoel en het effect van vluchten op jonge kinderen, honger en de gevolgen voor het functioneren van mensen zijn interessante thema’s.

De dialogen zijn vlot. Regelmatig vallen ook de mooie zinnen en beelden op.

‘Het had jaren geduurd voordat hij voor het eerst iets liefs tegen haar had gezegd. Ook tegenwoordig was hij nog zo gesloten dat ze iedere blijk van liefde of genegenheid zo uitgehongerd opslokte dat de smaak en schoonheid verloren gingen.’

‘Kleine, verdrietige stukjes van haar verleden klauwden zich omhoog uit haar geheugen, giftig en met weerhaakjes. Ze spuugde ze uit in haar lege wereld.’

Door de focus op de drie vrouwen en wat de oorlog hun aandoet, ontstaat een situatie waarbij alle Duitsers en alle Russen slecht zijn. Dit kon mogelijks iets genuanceerder, hoewel er wel benadrukt wordt dat ondanks Poolse wreedheden, vele Polen goed zijn en samenwerking met hen mogelijk was in vele burengemeenschappen.

Een minpuntje van het boek zijn de iets te grote hoeveelheid tikfouten die hopelijk in een volgende druk aangepakt zullen worden.

Het boek eindigt met een handige afkortingen- en termenlijst. Daarna volgt een lange noot van de auteur waarbij ze vertelt welke episodes in het boek uit het leven van haar familie komen en waarbij ze nog verder uitweidt over de geschiedenis. Daarbij geeft ze ook boeiend cijfermateriaal voor lezers die geïnteresseerd zijn om meer te weten.

Kinderen van Oekraïne is deels geïnspireerd op de ervaringen van Erin Littekens overgrootouders en hun nageslacht. Vele anekdotes hebben zij ofwel zelf meegemaakt of zien gebeuren. Verder is het boek gebaseerd op een veelheid aan historisch materiaal. Dat alles stoffeert de geschiedenis van dit boeiende land mooi. Daaromheen weeft de schrijfster een fictief verhaal via de drie vrouwelijke hoofdpersonages in haar boek. Hoewel het boek zware gebeurtenissen verhaalt, valt het ook in de categorie feelgood door de romantiek die erin voorkomt. Daarbij komen een aantal gebeurtenissen voor die wel heel toevallig zijn, waardoor het verhaal een paar keer tegen het randje van ongeloofwaardig aanschuurt, maar dan net op tijd toch weer de afslag neemt naar geloofwaardigere wendingen. Het zorgt voor een boek dat de geschiedenis recht blijft doen, maar de liefhebber van feelgood toch niet in de kou laat staan.

 

donderdag 16 mei 2024

Ik las net de boeiende thriller Mijn waarheid van Sandra J. Paul. Hieronder vind je mijn recensie. 


Wie spreekt de waarheid?

 

Sandra J. Paul is de auteur van meerdere genres, van paranormale Young Adult, tot thrillers en jeugdthrillers. Met Mijn waarheid schrijft ze een intelligente psychologische thriller. Elias vermoordt zijn bruid voor de ogen van zijn neef Nathan. Dat is althans wat Nathan beweert. Elias zweert echter bij hoog en bij laag dat hij dit niet gedaan heeft en dat het een ongeluk was. Wie van de twee spreekt de waarheid?

Afhankelijk van welke kant je begint in het boek lees je eerst de versie van Elias of die van Nathan. De schrijfster laat haar lezer zelf kiezen met wiens verhaal die het boek wenst te beginnen. In het midden zit de echte waarheid verborgen… maar eerst is het aan de lezer om uit te zoeken wie de onbetrouwbare verteller is en wie de waarheid vertelt.

Deze originele vorm bevalt uitstekend en zorgt ongeacht de keuze voor een boeiende leeservaring. De setting is geloofwaardig en de personages zijn interessant en meerlagig. De lezer zal tot het einde geboeid zijn door verschillende knappe plottwists.

De eindredactie is zorgvuldig gebeurd en de lay-out van het boek is prachtig, waarbij elk groter gedeelte telkens begint met een mooie paginagrote illustratie van de berg waar het allemaal om draait. Kortom, met Mijn waarheid levert Sandra J. Paul een boek af dat de lezer met veel interesse zal meebeleven.

Met dank aan Sandra J. Paul en uitgeverij Hamley Books voor het exemplaar.


maandag 6 mei 2024

Voor deze opdracht moest je zinnen aaneenpuzzelen tot een nieuw gedicht, kiezend uit de grote hoeveelheid raamgedichten. Daarbij mocht er uit elk gedicht dat je koos maar één regel komen. Ik maakte er het volgende van:

Het geheim is blijven zoeken naar dingen
dat ze vanzelf wind en adem worden
Niet vallen voor elkaar maar
traag te botsen met elkaar
Misschien is dat wel het mooiste
dat de dag zichzelf zal uitwijzen
avond aan avond als de tijd zich terugtrekt




maandag 29 april 2024

Dit boek las ik om er de redactionele recensie voor Hebban over te schrijven. Het is een boek dat erin hakt, zoals je hieronder in mijn recensie kan lezen. 



                            Rauw pleidooi voor zorg voor nabestaanden

 

Matteo en S. gaan na zeven jaar goede en op het einde iets te veel slechte tijden moeizaam uit elkaar. Enkele maanden later pleegt S. zelfmoord en het is Matteo die hem vindt. Hij valt, diep, diep in een heel zwart gat. Naast alle goedbedoelde, maar vaak totaal ontoereikende adviezen van vrienden, krijgt hij één advies dat hem weliswaar niet troost – dat kan ook niet, hij is immers ontroostbaar - maar dat hem wél richting geeft, een houvast, een doel om later, als hij zover is, uit de put mee te klimmen. Hij is een schrijver, dus hij moet opschrijven wat er door hem heen gaat, al zijn het slechts fragmenten, scherven en brokstukken. Het is geen dagboek, maar desalniettemin is het de waarheid. Dus Matteo schrijft zijn moeizaam relaas, over hoe het is om achter te blijven met zo’n groot, rauw verdriet.

Dat boek wordt Zij die achterblijven van de Italiaanse auteur, redacteur en scenarioschrijver Matteo B. Bianchi. Het is vertaald door Manon Smits, verscheen in acht landen, o.m. de VS, Duitsland en Frankrijk en kwam in Italië op de longlist voor de Premio Strega 2023.

De lezer wordt in dit boek overspoeld met de vele gevoelens die door een ‘overlever’ heen gaan. Hoe hij eerst verdoofd is voor alles en daarna overal betekenis en herkenning in vindt. Het schuldgevoel - want had hij niet meer kunnen doen om dit te voorkomen, de paniek, de fysieke gevolgen – hij valt af en wordt versneld grijs en oud, de haat en de vele verschillende tegenstrijdige gevoelens, soms op hetzelfde moment.

De taal waarin de auteur dit alles neerpent, is van een grote schoonheid, met knappe bruggetjes, mooie beelden en poëtische vergelijkingen.

‘Later ben ik teruggekeerd naar de muziek. Langzaam, als iemand die opnieuw moet leren lopen. Stapje voor stapje.’

‘Er kwam geen einde aan onze scheiding, talloze schakeringen van vaarwel.’

Dit is een fragmentarisch boek, vol herinneringen, gevoelens, mijmeringen. Het boek is ook een oproep aan nabestaanden om zichzelf te leren vergeven. Immers: ‘Als we willen doorgaan met ons leven, zullen we ooit mededogen met onszelf moeten hebben en moeten ophouden onszelf te veroordelen.’

Zij die achterblijven is echter bovenal een roep om aandacht voor de achterblijvers en een pleidooi voor veel meer geïnstitutionaliseerde hulp. De schrijver bevraagt hulpverleners, mediums, artsen, psychologen, ervaringsdeskundigen. In zijn zoektocht naar manieren om zijn pijn en rouw het hoofd te bieden, vond hij nergens literatuur of hulpgroepen voor nabestaanden. Hij biedt de lezer een stand van zaken voor Italië, maar ook internationaal. Voor elke suïcide zijn er tussen de zes en tien achterblijvers (ouders, vrienden, kinderen, partners). Dit zijn elk jaar weer talloze mensen die geen wetenschappelijk onderzochte handvatten aangereikt krijgen. Eeuwenlang was er zelfs geen preventie voorhanden tegen suïcide. Het werd beschreven, er werd over verteld, het werd veroordeeld, maar er werd niets uitgewerkt ter preventie ervan. Tegenwoordig wordt er wel rond preventie gewerkt, maar de auteur roept op om ook de nabestaanden, de achterblijvers niet te vergeten. Reeds bestaande initiatieven zijn door vrijwilligers uit de grond gestampt en zijn schaars.

Matteo Bianchi’s verslag van de onnoemelijke pijn die achterblijvers treft, raakt diep en blijft nazinderen. Hoewel het een relaas vol fragmenten is en dus geen ‘perfecte puzzel’ biedt op het einde, geeft het boek een meer dan duidelijke weergave van hoe rouw er zoal kan uitzien en hoe hard hulp na suïcide nodig is voor wie achterblijft.