vrijdag 30 oktober 2026

 

Hartverwarmend zonder te sentimenteel te zijn

 

Ann Patchett schreef reeds vijf romans, waaronder de bestseller Bel Canto. In 2026 ontving ze de Library of Congress Prize for American Fiction. Haar huidige boek, Whistler, is prima vertaald door Arthur Wevers.

Net zoals de auteur zelf heeft hoofdpersoon Daphne drie vaderfiguren in haar leven en een oudere echtgenoot. Wanneer Daphne met die echtgenoot een museum bezoekt, worden ze gevolgd door een oude man. Dat blijkt haar voormalige stiefvader te zijn, Eddie Triplett. Hij was kort met haar moeder getrouwd toen Daphne negen jaar was. Nu meer dan veertig jaar later zijn beiden blij verrast om elkaar weer tegen te komen. Al gauw zijn ze weer heel hecht met elkaar. De rode draad van het verhaal is dat het niet de kwantiteit is, maar de kwaliteit die telt. Je hoeft niet lang met iemand te hebben doorgebracht, maar wat telt is dat die tijd betekenisvol was.

Het verhaal wordt grotendeels in het heden verteld door een volwassen Daphne in de ik-persoon. Via een viertal flashbacks leren we het verleden kennen, dat in de derde persoon geschreven is. Vanaf het begin is het duidelijk dat er ‘iets’ gebeurd is dat de bruuske scheiding tussen Eddie en Daphnes moeder inluidde en ervoor zorgde dat het contact tussen Eddie en Daphne verbroken geraakte. Door die flashbacks kom je langzaamaan meer te weten over dat incident. Verwacht echter geen spanning of grote actie, want daardoor wordt dit boek absoluut niet gekenmerkt. Het kabbelt rustig voort en lijkt daardoor, vooral in het begin wat saai. Lees echter vooral door, want dit vertragende zal juist een van de sterktes van het boek blijken te zijn.

Whistler is dan ook een boek dat je traag moet savoureren. Enkel zo kan je genieten van de mooie zinnen en de treffende beelden. De schrijfster kan ontegenzeggelijk schrijven.

‘Voor mij was het verleden een zinkgat.’

‘Buddy, wiens begrafenis door zoveel mensen werd bijgewoond dat mensen zeiden dat er die dag waarschijnlijk niet één boot op de Atlantische oceaan voer.’

Thema’s zijn onder meer onbeantwoorde liefde, het geheugen dat vaak faalt, zorgzaamheid en moed. Sommige thema’s zijn wat zwaarder maar de zeer veelvuldige humor maakt het boek toch licht. Zo werkt de moeder weliswaar op Daphnes zenuwen, maar beseft ze wel dat die het toch maar gepresteerd heeft om jong moeder te zijn en het als alleenstaande moeder gered heeft. ‘Zo heldhaftig dat er liedjes moesten zijn die door meisjesscouts om het kampvuur werden gezongen’ waarop Patchett prompt zo’n liedtekst fabriceert.

Buddy mag niet meer op de boot werken want wat als hij verdronk. Hij mag dat wel in het weekend want ze hadden het extra geld nodig en wie verdronk er nou op zaterdag.

De personages zijn goed uitgewerkt. De auteur heeft hierbij vaak niet veel woorden nodig om een karakter te duiden. Zo bleef biologische vader Buddy de auto van het gezin onderhouden, wat zijn zorgzaamheid toont in een goed voorbeeld van ‘show, don’t tell’.

Met Daphne en Eddie als twee hoofdpersonages in het literaire werkveld, verschijnen er regelmatig goede boeken de revue, ook altijd een leuk extraatje voor de boekenwurm.

In deze tegenwoordig soms kille tijd is dit boek een warm en verwarmend vuur. Voor sommigen is het misschien iets te zoetig, maar misschien is dit boek wel precies wat we in deze tijd nodig hebben. De titel van Rutger Bregmans boek De meeste mensen deugen speelde daarbij regelmatig door mijn hoofd. Literatuur hoéft niet noodzakelijk een cynische visie op de mens aan te hangen. Het mag ook wel hoopvol zijn. Misschien dat het lezen van zo’n hoopvolle en milde roman waarin mensen wél deugen, hoe imperfect ze ook zijn, het hart voldoende verwarmt om zelf iets warmer in de wereld te staan en zo als het ware een kleine pay it forward-beweging te creëren. In elk geval zal menigeen genieten van dit vertragende pareltje.

zaterdag 10 oktober 2026

                                                         Te lang uitgesponnen drama

 

Layne Fargo is de auteur van meerdere boeken met een sterke vrouw. Ze werkte als toneelschrijver en bibliothecaris voor ze zich voltijds aan het schrijven wijdde. Ze schreef De favorieten, dat vertaald werd door Marjet Schumacher.

Katarina Shaw weet als vierjarige al dat ze Olympisch kampioene wil worden in het kunstschaatsen. Wanneer ze Heath Rocha ontmoet, is de klik tussen hen er onmiddellijk en beiden trainen van kinds af aan samen. Ze klimmen gestaag op en fascineren de wereld mateloos met hun knipperlichtrelatie, zinderende chemie en rebelse aard. Tot een incident op de Olympische Spelen abrupt een einde maakt aan hun carrière. Tien jaar later blikt een tv-documentaire terug op het hele verhaal.

Het boek is opgebouwd uit een proloog, vijf delen en een epiloog, allen vanuit Kats perspectief, afgewisseld met interviewcitaten van anderen en een bonushoofdstuk vanuit Heaths perspectief.

Qua thema’s komen ambitie en topsport voorbij, liefde in al haar vormen, verraad en intriges, belangenvermenging, grenzen en de overschrijding ervan, klasseverschillen, prestatiedruk en gendergerelateerde verwachtingen.

Dat laatste thema verwoordt Kat heel scherp: ‘Toen ik sterk en zelfverzekerd was, moesten mensen niets van me hebben. Ik kreeg te horen dat ik te competitief was, te ambitieus, te veel. Maar toen ik onderuit was gehaald, gewond en bloedend, een prinses die gered moest worden in plaats van een zegevierende koningin, hielden ze ineens van me.’ Het is een bijzonder pertinent punt. Sterke vrouwen worden lang niet altijd gesmaakt, laat staan bewonderd. Het is een onderwerp dat verschillende keren terugkomt in het boek.

Kat is dus geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Ze is een hyperambitieuze en enorm gedreven haai op het ijs en daarbuiten. Ze is niet zo’n sympathiek karakter, maar is wel eerlijk daarover. Heath is jaloers, heetgebakerd en overbeschermend, vaak nukkig en nors. Ook hij is niet erg sympathiek.

De relatie tussen Kat en Heath is er een met vele hobbels. Kat houdt weliswaar veel van Heath, maar niet zoveel als ze houdt van ijsdansen en van winnen. Ze heeft een bodemloze put waar almaar meer ambitie in kan. Heath heeft dan weer àlles over voor Kat, op het ziekelijke en het obsessieve af. Zijn bodemloze put geraakt maar niet gevuld met de liefde die Kat hem geeft, want haar wereld bestaat uit meer dan hem alleen.

Het verhaal is eigenlijk een bewerking van Wuthering Heights. Niet alleen zijn de namen varianten op de protagonisten daar, maar de obsessieve liefde, de adoptie en woonomstandigheden, het verraad en de meedogenloze vergelding die daarop volgt, zijn gestoeld op Wuthering Heights. Helaas is het verhaal niet van dat niveau. Het heeft minder van het Griekse drama dat Wuthering Heights is, en meer van een highschooldrama waarbij beide protagonisten zelfs als ze bijna dertig zijn, nog steeds amper gegroeid zijn en steeds dezelfde fouten blijven maken. De drama’s blijven elkaar maar opvolgen in een eindeloze soap. De spanningsboog staat daarbij gespannen en werkt naar een slot toe… perfect in het midden van het boek. Dan begint alles opnieuw met nieuwe intriges en drama’s en dan nog een derde keer. Hoewel er in de docustijl telkens spannende cliffhangers komen die de spanning opbouwen, is het te veel van het goede. Er is immers een grens aan de hoeveelheid drama die geloofwaardig is en hier wordt het te veel uitgesponnen. Toch is zeker niet alles slecht aan het boek. Het begin is goed en ook het einde is zeer te genieten met een paar knappe twists.

De vriendschapsrelatie tussen frenemy’s Kat en Bella verdient een bijzondere vermelding. Die is veel boeiender en authentieker en vormt een origineler verhaal dan het liefdesdrama.

De humor in het boek is goed en redelijk frequent.

‘Ik weet niet eens meer wat het goede doel was-walvissen of kinderen of iets anders wat constant gered moest worden’

Het format met de interviews tussen het verhaal door, doet enorm denken aan Taylor Jenkins Reids Daisy Jones and the Six. Hoewel het in eerste instantie stoorde, omdat het het verhaal telkens onderbreekt, zit er een zekere humor in. Zo zie je doorheen het boek steeds dezelfde mensen geïnterviewd worden en het zijn typetjes die consequent worden neergezet: er is het tuttige jurylid, de patriottische Russische kampioene die telkens steken uitdeelt en aanhaalt dat het er in Rusland nooit zo aan toe zou gaan, de naïeve collega, de brutale en sardonische reporter.

Hoewel vele vooruitwijzingen proberen om de spanning erin te houden, kan je het als lezer niet helpen om te denken: welk drama komt er nu weer aan. Het maakt het boek helaas tot een enerverende zit van een ellenlange soap. Stukken schrappen had hier een veel beter verhaal opgeleverd. 

woensdag 7 oktober 2026

 

Dodelijke beproevingen in een bijzonder sexy jasje

 

Het schrijversduo Bree Grenwich en Parker Lennox schreef met The Ascended een intrigerende romantasy, die vertaald werd door Anne-Marieke Buijs, Niels van Eekelen en Annick Smithers.

Thais Morvaren kan sterrenlicht naar zich toetrekken en inzetten als wapen. Helaas moet ze dat verbergen want de priesters zijn voortdurend op zoek naar mensen die goddelijke krachten bezitten en ‘gezegenden’ genoemd worden. Thais’ tweelingbroer Thatcher heeft zelf geen goddelijke krachten, maar doet er alles aan om zijn zus en haar krachten te beschermen. Wanneer Thais’ krachten toch ontdekt worden door een priester, worden zij en Thatcher meegenomen. Wanneer ze voor de goden staan, blijkt ook Thatcher over krachten te beschikken, en zeker niet de minste! Alle goden willen hem begeleiden in de vier dodelijke Beproevingen der Verheffing, de weg naar godendom. Xül, prins van het dodenrijk, is buitengewoon geïnteresseerd om Thatcher te mogen coachen, maar grijpt naast zijn voorkeur. Hij wordt Thais’ mentor, zeer tegen de zin van beiden. Toch zal Thais alles op alles zetten, want ze moet en zal een god worden en samen met haar broer de opperste god ten val brengen.

Het boek is opgebouwd uit een uitspraakgids, gevolgd door een proloog met zeer noodzakelijke uitleg over de hiërarchie tussen de goden, gevolgd door zeventig hoofdstukken en een woordenlijst van personages, domeinen en de volgorde van procedures.

Hét minpunt aan dit boek is een redelijk groot gebrek aan originaliteit. Zeker in het begin stoort dit. Het concept lijkt bijvoorbeeld redelijk op dat van The Hunger Games: er is een team dat jou voorbereidt en mooi maakt voor de beproevingen die je wachten, een mentor die je traint én arrogant en onwillig is hierin, een strijd van gewone stervelingen tegen elkaar in opdracht van machtigere wezens, hier goden in plaats van het Capitool in The Hunger Games. Ook het concept van de sterveling die verliefd wordt op het gevaarlijke, onsterfelijke wezen doet denken aan onder meer Twilight. Het openen van werelden lijkt dan weer op de Noorderlicht-trilogie van Philip Pullman. Er is dus behoorlijk wat ‘geleend’. Toch zitten er ook originele elementen in dit verhaal. Zo zijn de verschillende werelden mooi, hoewel ze nog uitgebreider beschreven hadden kunnen worden. De krachten van de gezegenden zijn evenwel boeiend en de beproevingen zijn om vingers en duimen bij af te likken.

Het boek wordt bijna volledig verteld vanuit Thais’ perspectief, een paar keer afgewisseld met dat van Thatcher en twee keer vanuit het perspectief van Xül. Het is dan ook logisch dat we sterke vrouw Thais zeer goed leren kennen. Ze is hondsbrutaal, vloekt als een ketter, drinkt mannen onder tafel en is heel erg vrijpostig. Zij en Xül zijn aan elkaar gewaagd, want hij is arrogant, cynisch, onverschillig en zelfvoldaan, of zoals Thais hem bestempelt: ‘een eikel van een geheel nieuw kaliber.’

 

Over de andere goden merkt Thais dan weer treffend op: ‘Ik was nog nooit in de aanwezigheid van een god geweest en nu begreep ik, misschien, waarom mensen tempels bouwden en offers brachten. Dat was geen aanbidding, maar zelfbehoud.’

Thatcher leren we redelijk kennen, maar dan grotendeels vanuit het perspectief van Thais, aangezien hij zelf minder aan bod komt. Hij verandert veel meer doorheen het boek dan Thais, waarvan het in de sterren staat geschreven dat ze zal vallen voor Xül. Bij de zijpersonages is er een hele leuke rol weggelegd voor Marx.

Tussen de mooie zinnen en beelden vinden we onder meer:

‘Geen van ons krijgt ooit wat we verdienen. We krijgen wat we uit de ravage weten te redden.’

Hoewel de seksuele spanning tussen Thais en Xül er haast onmiddellijk is, wordt hun relatie mooi opgebouwd. Eenmaal die tot ontlading komt, is dat een aantal keer op een bijzonder expliciete manier. Toch is het niet enkel lust wat de klok slaat. De tederheid en romantiek tussen beiden is echt, de chemie is onmiskenbaar en je leeft heel hard mee met deze star crossed lovers. Naast de relatie tussen beiden, zijn er nog genoeg andere gevoelens en scènes die sterk beschreven zijn. Mooier nog dan de band tussen Thais en Xül, is bovendien de zeer sterke band tussen de tweeling Morvaren. Thais en Thatcher zijn telepathisch verbonden en gaan voor elkaar door het vuur. Hier wordt zeer veel aandacht aan besteed.

De spanning bouwt mooi op en er gebeuren voldoende mysterieuze zaken om de aandacht van de lezer gaande te houden. Er zijn verschillende intriges en een behoorlijk aantal plottwists. Het slot kent geen losse eindjes en alles past mooi in elkaar. Toch blijft er voldoende te raden over om een tweede deel absoluut noodzakelijk te maken, want het einde van het boek is werkelijk klasse.

Een klein minpunt tot slot is de eindredactie waar nog wat aan schort. Er zijn redelijk wat tikfouten te vinden en af en toe ontbreken kleine woordjes. Ook qua vertaling zijn er soms foutjes.

Met The Ascended leveren Bree Grenwich en Parker Lennox een bijzonder vlotte, spannende en zeer meeslepende romantasy af. Het boek maakt deel uit van wat de Aesymarese-duologie moet worden. Daarnaast verschijnen er de komende maanden twee delen van een nieuwe reeks in dezelfde wereld: Riftborne en Duskbound. De schare fans die deze reeks ongetwijfeld zal krijgen, heeft dus een en ander om naar uit te kijken.

dinsdag 22 september 2026

 




Tedere roman tegen de achtergrond van de woeste natuur

 

Kelly Anderson debuteert met de roman De stem van de zee. Zelf groeide ze op aan zee en ze baseert haar verhaal dan ook op haar eigen liefde voor en verbondenheid met die zee.

Annie kent geen normale jeugd zoals elk ander kind. Ze leeft van jongs af aan aan boord van een zeilboot met haar ouders en komt zelden aan land. Ze groeit op met de zee en de sterren en haar jeugdvriend Evan. Als ze twintig is, komt hier abrupt verandering in wanneer Annie na een tsunami aanspoelt aan land. In de nasleep van deze ramp vindt en redt ze een mysterieuze jongeman, Walker. Hij spreekt amper, maar zijn aanraking veroorzaakt bij Annie mysterieuze beelden van de oceaan. Annie voelt zich hierdoor intens aangetrokken door Walker en de zee. Maar ook haar jeugdvriend Evan wacht nog steeds op haar. Dan verdwijnt Walker weer en laat Annie achter met vele vragen. Zes jaar later heeft Annie het verleden ferm achter zich gelaten en zich ervoor afgesloten. Maar dan duikt Walker weer op…

Het boek start met een proloog, gevolgd door vijf delen en een epiloog. Het geeft interessante inzichten over het leven op zee, over houtkap en over het behoud van de natuur en de diversiteit daarin. Heden en verleden wisselen elkaar voortdurend af.

Het boek staat bol van de mooie taal en knappe beelden.

‘Ze probeert stilzwijgend een deal met de boot te sluiten (…) De boot doet niet aan deals.’

‘Haar verdriet is een kwal met netelcellen (…) er klaar voor om te steken telkens als ze aan haar ouders denkt (…) De kwal steekt.’ En enkele pagina’s verder weer een verwijzing naar wat de kwal haar aandoet omwille van haar verdriet.

De natuur wordt regelmatig verpersoonlijkt. Zo lezen we over de tsunami ‘Als de oceaan zich eindelijk terugtrekt, vertrekt hij met een grom in zijn keel.’ En over de wrakstukken dat ze ‘in boos zeewater druppen’.

‘De houtvlotten zijn een tapijt van boomstammen achter hen die drijvende hiërogliefen in het water schrijven.’

‘Het land gunt de zee haar storm. Op die manier kan ze haar grenzen verleggen. Zelfs als dat tot gevolg heeft dat er bomen omver worden geblazen, klagen de bomen niet. Het zand herschikt zich.’

Het magisch-realisme speelt een zeer grote rol in het boek. Die magie en dat mysterie zijn er vanaf het begin. Wanneer je bereid bent daarin mee te gaan, wacht er een betoverend verhaal.

De hoofdpersonages worden goed uitgewerkt. Zo zien we hoe Annie verscheurd wordt door de mysterieuze krachten die haar wegtrekken van haar diepe genegenheid voor Evan, richting de mysterieuze Walker. Ook Evan leren we goed kennen. Walker dan weer een stuk minder, wat logisch is, want het hele mysterie draait om zijn persoon. Ook de zijfiguren leren we behoorlijk kennen. Zo is oma Ruth een heel flinke vrouw die, samen met haar broer, oom Henry, aan Annies angst werkt na de tsunami; is Mara een vreemde, maar liefhebbende moeder en ook papa Aiden leren we redelijk goed kennen.

Met De stem van de zee schreef Kelly Anderson een mooie en tedere roman over het vinden van je eigen weg en identiteit en over de kracht van en de verbinding met de natuur. Wie meegaat in het magisch-realisme van dit verhaal zal van dit boek genieten.

donderdag 13 augustus 2026

 

Gevecht tussen liefde en vriendschap

 

De liefde in de Tristan-en-Isoldelegende is krachtig genoeg om koninkrijken te verwoesten. Hoewel het zo dramatisch of omvangrijk niet hoeft te zijn, lijdt het geen twijfel dat sommige liefdes gedoemd zijn en veel kunnen kapotmaken, bijvoorbeeld vriendschappen. Met deze rode draad speelt Abby Jimenez in haar boek Sinds die eerste nacht, vertaald door Karin Breuker.

Jimenez heeft reeds verschillende gesmaakte liefdesromans geschreven, onder andere Zeg dat je me niet vergeet, met in de hoofdrollen Xavier en Samantha die in dit boek bijrollen hebben. In dit boek vertelt de schrijfster dat ze over het boek Sinds die eerste nacht langer en grondiger te werk moest gaan, omdat de thema’s genuanceerder en diepgaander zijn.

Larissa schiet ontzettend goed op met Chris. Ze voelt zich veilig en beschermd bij hem. Ze hebben dezelfde hobby’s, lenen elkaar boeken uit die ze samen bespreken en beoordelen het beste brood waarbij ze dezelfde smaak blijken te hebben. Ze zouden een perfect stel zijn, alleen zíjn ze geen stel. Want toen Larissa na een concert moest kiezen met wie ze naar huis zou rijden, koos ze voor Mike, Chris’ beste vriend en sindsdien vormt ze een koppel met Mike. Chris denkt voortdurend aan dat moment terug en aan wat had kúnnen zijn. Maar Larissa is verboden terrein, want wie jaagt nu de vriendin van zijn beste vriend na?

Het boek begint meteen met een scène waarin Mike een enorm slechte beurt maakt. Het doet hem onbetrouwbaar en eendimensionaal overkomen, waardoor je als lezer meteen op de hand bent van Chris en Mike meteen afgeschreven is. Dat is een beetje te zwart-wit en een te karikaturaal begin. Rond pagina 50 en rond p. 100 trekt de schrijfster dat wel recht door Mikes karakter verder uit te diepen. Hij heeft paniekaanvallen en is veel onzekerder dan hij lijkt. Bovendien is hij gul voor zijn vrienden. Het kan echter niet meer veranderen wat tegen dan als een paal boven water staat: de lezer zal op de hand van Chris zijn. Chris is lief, zorgzaam, betrouwbaar en beschermend. Hij wordt neergezet als de volmaakte vriend en je zal meteen van hem houden. De hoofdstukken vanuit zijn perspectief worden afgewisseld met hoofdstukken vanuit Larissa’s perspectief, zodat je ook haar uit de eerste hand leert kennen. Zij wordt voorgesteld als lief, zelfstandig en ambitieus. Ze heeft veel moeite met hulp aanvaarden en moet heel hard werken om uit de armoede te ontsnappen.

Die armoede, de problematiek van de vicieuze cirkel van mensen met schulden, maar ook alcoholisme en ware vriendschap zijn de voornaamste thema’s. De auteur werkt deze mooi uit. Zo is ware vriendschap weliswaar prachtig, maar waar stopt loyaliteit en begint jezelf totaal verloochenen? Ook kunnen vrienden uit elkaar groeien wanneer ze opgroeien en hun karakters in verschillende richtingen evolueren en is het boeiend dat aangestipt wordt dat mensen soms alleen nog bevriend zijn omwille van een gedeeld verleden.

Deze zwaardere thema’s geven het boek diepgang. Hoewel het een ontzettend romantisch boek blijft, doen de thema’s en de grote aandacht die er aan gewetensonderzoek wordt gegeven het boek boven zichzelf uitstijgen.

Jimenez is er goed in om humor toe te voegen en vooral de scènes met de hond lenen zich hier heel dankbaar toe.

Wanneer het over de liefde gaat, schrijft de auteur heel mooi.

‘Het had wortels en een stam en takken die naar de hemel reikten. Het was onder en boven en alles daartussenin.’

en

‘Bij haar was het antwoord ja, zelfs als ik de vraag niet wist.’

Het is duidelijk dat dit boek er een is waar liefhebbers van liefdes die in de sterren geschreven staan hun hart aan zullen ophalen. Maar ook wie wat meer diepgang zoekt in een liefdesroman zal dit een fijn boek vinden en de paar kleine minpuntjes voor lief nemen.

dinsdag 11 augustus 2026

 

Meeslepende historische liefde voor en op zee

 

Linda Wilgus schreef voorheen enkel kortverhalen in tijdschriften en schrijft met Dochter van de zee een historische debuutroman vol folklore. De vertaling gebeurde door Monique Eggermont en Frouke van Es. 

Isabel is een jonge weduwe die drie jaar na de dood van haar man bij de Slag van Trafalgar terugkeert naar het dorp van haar jeugd. Daar dook ze als jong kind doorweekt op en werd er geadopteerd. De plaatselijke bevolking is altijd blijven geloven dat ze de dochter van de Sea Bucca is, een soort zeemeerman. Nu besluit ze haar leven hier weer vorm te geven. Langs de kust zijn smokkelaars actief en douaniers die op hen jagen. Wanneer de smokkelaars haar op een nacht om hulp vragen wanneer hun kapitein gewond raakt, voelt Isabel een heel sterke en onverklaarbare band met de gewonde man. Ze besluit de smokkelaars te helpen en raakt steeds meer bij hen betrokken. Hiermee breekt ze de wet waardoor een spannende confrontatie alleen maar een kwestie van tijd is.

In deze historische roman valt heel wat boeiends bij te leren. Zo lezen we hoezeer het belang van klasse en stand een rol speelde begin 19e eeuw in Engeland. Hoewel Isabel totaal verarmd is, willen mensen van stand met haar bevriend geraken, want er zijn niet veel mensen van hun stand en op vissers en werklieden kijken ze neer, zelfs als die meer bezitten dan Isabel. Ook de redenen voor het ontstaan van de smokkel en de grote steun die die onder de Cornische bevolking geniet, worden uitgelegd.

De positie van de vrouw is een ander boeiend thema. Regelmatig wordt het beeld van een ommuurde tuin gebruikt. Het hoeft dan niet zozeer een gouden kooi te zijn, maar zelfs een ommuurde tuin is nog steeds een gevangenis waar vrouwen beperkt worden. Zelfs als ze al het geluk hebben een echtgenoot te vinden die hen vrijheid gunt en ruimdenkend is voor zijn tijd, dan nog beperken de maatschappelijke mores een vrouw zodra ze het huis verlaat. Zo bezit een vrouw voor, noch in haar huwelijk enige vrijheid. Enkel als weduwe is ze haar eigen baas, zolang ze zich fatsoenlijk gedraagt en de grenzen niet te veel opzoekt.

Isabel is met hart en ziel aan de zee verknocht. Deze liefde wordt zeer mooi beschreven, hoe die aan haar trekt, hoe ze enkel vrij kan ademen als ze dicht bij de zee is.

‘In de donkere, lege slaapkamer fluisterden herinneringen haar toe tot ze de kleur van de zee kregen en in haar slaap vervaagden tot een nevelachtig blauwgrijs. Overdag voeren ze in het kielzog van James’ stem met haar mee.’

De vele beeldspraak rond de zee verveelt nooit, maar zal daarentegen bij de lezer krachtige beelden oproepen van die woeste natuur.

‘De oceaan roept haar, maar ze heeft geen woorden om te antwoorden.’

Over een tweegevecht schrijft de auteur dan weer mooi: ‘Hun bewegingen zijn zo snel en licht dat het lijkt alsof ze naar de wind kijkt die met een blaadje speelt. Ze weet niet wie van hen de wind is en wie het blaadje; ze zijn te veel aan elkaar gewaagd.’

Het boek is zeer vlot geschreven. In hoofdstuk twee ontmoet Isabel de smokkelaars al en er zit meteen enige vaart in het boek. Die vaart neemt toe naarmate het verhaal vordert en er verschillende twists en spannende momenten voorvallen.

Ook de personages zorgen voor aangenaam leesplezier. De lezer zal meteen meeleven met Isabel. Haar keuzes worden goed beargumenteerd en zijn daardoor geloofwaardig. Isabel is een sterke vrouw voor haar tijd en verlangt naar meer dan de tijdsgeest toestaat. Ze zoekt haar weg, wars van conventies en keurslijven. Ook de chemie met de smokkelaarskapitein is meteen sterk en geloofwaardig aanwezig. De romantiek vormt dan ook een hele mooie verhaallijn in het boek.

Het enige minpuntje is de ontknoping die iets te mooi is om waar te zijn en ietwat onrealistisch. Het magische erin stoort dan weer niet. Dat magische, mystieke element van Isabels mogelijke afstamming van een zeegeest voegt echt iets krachtigs toe aan het boek.

Tot slot siert het Linda Wilgus dat ze het verhaal niet koste wat kost een open einde wou geven om er later nog een vervolg aan te kunnen breien. Het verhaal is mooi afgerond en goed zoals het is, als een op zichzelf staand boek. De lezer zal zich in het Engeland van de 19e eeuw wanen en moeiteloos samen met Isabel en de smokkelaars avonturen beleven tijdens enkele uren heerlijk leesplezier.

woensdag 8 juli 2026

 

Beeldend, boeiend en gevoelig

 

Tara K. Menon is universitair docent aan Harvard University. Haar werk verscheen in o.m. de New York Times Book Review, Paris Review en Public Books, waar ze ook redacteur is. Met Onder water schreef ze haar debuutroman die werd genomineerd voor de Waterstones Debut Fiction Prize. De vertaling gebeurde door Bart Gravendaal en Karina van Santen.

Wanneer Marissa haar moeder verliest op 6-jarige leeftijd, verhuist ze met haar vader naar een eiland in de buurt van Phuket, Thailand. Daar raakt ze bevriend met Arielle. Beiden zijn verslingerd aan duiken en genieten dagelijks van de vele prachtige koraalriffen onder water en de manta’s en andere prachtige onderwaterdieren. Op tweede kerstdag 2004 worden ze bruut overvallen door de tsunami die hen genadeloos van elkaar scheidt.

Acht jaar later woont Marissa in New York. Ze dwaalt er rond en treurt om Arielle die ze in alles en iedereen herkent. Ondertussen bereidt de stad zich voor op orkaan Sandy.

Het verhaal springt voortdurend heen en weer tussen Thailand met kerst 2004 en New York eind oktober 2012. Zodoende wordt de vriendschap met Arielle uitgewerkt alsook de dreigende komst van de tsunami in 2004 en orkaan Sandy in 2012. De hoofdstukken in 2012 springen echter ook heel vlot naar 2004 waarmee de auteur toont hoe dwingend het verleden aanwezig is in het hoofd van Marissa.

Het boek komt traag op gang en de lezer moet even doorzetten, maar dan ontvouwt zich een roman waar de pracht van duiklocaties, mangroven, koraalriffen en regenwoud zo beeldend aanwezig is dat je het gevoel hebt dat je mee onder water zwemt met Marissa en Arielle.

‘De verfijnde oranje takken van een waaierkoraal wiegen in de stroom. Een stel poetslipvissen probeert een klant te vinden, maar andere vissen zijn niet geïnteresseerd. Matthew richt zijn camera op een blauwgespikkelde pijlstaartrog die over de zeebodem jaagt. Ik adem langzaam in en uit en kantel mijn hoofd achterover om een school snappers boven me langs te zien gaan. Arielle zwemt bij me weg om een papegaaivis over het rif te achtervolgen.’

De vele weetjes zijn verrukkelijk en zijn met veel liefde beschreven. Zo leren we dat de roodwangschildpad tot de destructiefste invasieve soorten ter wereld behoort, andere soorten verdringt, het voedsel opeet en de nestplaatsen claimt.

Het thema rouw is zeer nadrukkelijk aanwezig in het boek. Zo merkt Marissa dat haar omgeving het niet acceptabel vindt om zo lang te rouwen om iemand die ‘alleen maar’ een vriendin was en geen geliefde. Ook haar heimwee komt sterk aan bod.

‘Op het perron verkoopt een vrouw mango’s besprenkeld met limoen, chili en zout, en ik mis thuis zo erg dat ik het niet kan verdragen. (…) Ik voeg me bij de gelederen van huilende vrouwen op metroperrons.’

Het boek is prachtig als het over de natuurpracht gaat, schrijnend en ontroerend wanneer het over rouw, verlies en trauma gaat en hartverscheurend wanneer het over klimaatopwarming, stroperij of de schade van overtoerisme voor de natuur of de details van de gruwel van de tsunami en zijn directe nasleep gaat.

Tara Menon deed haar onderzoek grondig en dat merk je aan de vele details die je werkelijk het gevoel geven dat je echt daar bent. Met Onder water schreef ze een boeiend, beeldend en gevoelig boek dat na zijn trage start veel lezers zal bekoren.

zondag 5 juli 2026

 

Kwetsbaar en sprankelend relaas van pijn en verlies

 

Elisabeth Lucie Baeten is in Vlaanderen behoorlijk bekend als TV-persoonlijkheid en door de vele volgers op haar Instagramaccount. Ze neemt politici op de hak in filmpjes. Daarnaast is ze scenariste en werd ze bekend door het kinderboek En ze leefden nog en het vervolg En ze leefden nog altijd. Met Er is niks brengt ze nu een non-fictieboek uit voor volwassenen.

Baeten vertelt in dit boek over haar lange gevecht tegen een lichaam dat haar telkens opnieuw verraadt met fysieke en emotionele pijn: slokdarm-, maag- en buikpijn, extreme stress en angst, hyperventileren en paniekaanvallen, … Ze ondergaat vele operaties, ontmoet leerkrachten, dokters en specialisten waarvan sommigen haar pijn en problematiek bagatelliseren of goedmoedig bestempelen als stress die tussen je oren zit. Vol werkijver en koppigheid zet ze telkens door en neemt niet de tijd om tot rust te komen. ‘Toen was het opeens een half jaar later en had ik per ongeluk nog niet gerust.’ Tot ze crasht en hard. De psychologe vertelt haar dat ze een enorme hoeveelheid issues meebrengt en zoekt samen met haar – niet zozeer naar dé oplossing, maar toch op zijn minst naar een kader, een handvat, een label om beter te begrijpen wat er aan de hand is.

Het resultaat van dit alles is een moedig boek dat bijzonder kwetsbaar – wie spreekt nu graag over problemen met de endeldarm?- en zelfkritisch is – ‘De komende drie weken lig ik in bed om te bekomen van mijn operatie. Dat is wat ik had kunnen zeggen als ik ook maar een greintje voortschrijdend inzicht in mij had.’

Het boek geeft een inkijkje in de tekortkomingen in de gezondheidszorg, maar ook in de miserie die een mens zichzelf kan aandoen door maar lang genoeg de gezonde volwassene in zichzelf te negeren en almaar te blijven doorgaan, want de ziekte is onzichtbaar en er wachten zoveel professionele kansen. Daar waar zo’n boek zwaar zou kúnnen overkomen of klagerig, is dat hier niet het geval, want de schrijfster slaagt erin om nu eens met sarcasme, dan weer met humor voldoende lichtpuntjes te brengen in wat anders best zware materie zou kunnen zijn. ‘de buikpijn (…) heeft nogal moeite met zich in stilte bezighouden.’ Het is die knappe combinatie van kwetsbaarheid en humor die maakt dat de lezer zich kan identificeren met de auteur en het bijzonder vlot geschreven boek in één benieuwde ruk kan uitlezen.

Daarnaast valt bovenal de enorme taalvirtuositeit van Baeten op. Ze jongleert met taal alsof het niets is en legt alles zeer treffend en beeldrijk uit. Zo gaat ze ijlend van de pijn naar een fotoshoot voor haar werk. ‘Dikke middelvinger naar mijn lichaam denk ik (…) Ik ben ziek van de pijn en de pillen. Ik ril van top tot teen en onder mijn professionele make-up zit alleen grijs. Dikke middelvinger terug denkt mijn lichaam.’

Als ze het over een te lage bloeddruk heeft, klinkt dat als volgt: ‘Maar eigenlijk ging ik die zondag, twee dagen nadat mijn acht over vijf mij was komen zeggen dat het vijf over twaalf was, naar een voorleessessie…’

Of wanneer ze vertelt hoe ze al kind toneelstukjes opvoerde op familiefeesten. Nu als volwassene, faket ze vertrouwen en een vlotheid in smalltalk die ze ontbeert. ‘Er is nog niet heel veel veranderd, ik voer nog altijd toneeltjes op.’

Het toont de knappe mix tussen zelfkritiek, humor en een knappe beheersing van de taal die dit boek zo sterk maakt. Een aanrader voor wie zelf worstelt met chronische pijn, voor wie meer begrip wil krijgen voor ‘onzichtbare’ ziektes en voor iedereen die kan genieten van taalkundig sterk geschreven boeken.

 



Ambitie en liefde tegen het Italië van de jaren ‘50

 

Francesca Giannone won met haar debuutroman De brievenbezorgster van Puglia de Italiaanse Boekhandelsprijs. Met De zeepmaakster van Salento schreef ze haar tweede roman. De vertaling gebeurde door Manon Smits.  

Met trots en toewijding werken Lorenzo en Agnese dagelijks in de zeepfabriek van de familie. Dit Casa Rizzo is hun ziel en zaligheid. Beiden vinden er voldoening en dit versterkt hun reeds zeer goede band als broer en zus. Dan beslist hun vader om de zeepfabriek te verkopen. Broer en zus reageren hier na hun aanvankelijke schok totaal anders op. Daar waar Agnese zo gehecht is aan huis en fabriek dat ze beslist te blijven, is Lorenzo trots en enorm gekrenkt. Hij besluit te vertrekken en elders zijn geluk te beproeven. Met als ultieme einddoel om vroeg of laat, kost wat kost de fabriek te kunnen terugkopen. Het leidt tot een enorme breuk tussen beiden en binnen de familie. Wiens keuzes zullen geluk brengen?

Na een proloog in 1953, wordt de lezer meegenomen naar 1958 in het kleine Italiaanse kustplaatsje Araglie in Puglia. De sfeer wordt heel mooi geschilderd met de muziek van toen, een regering die op vallen staat en de politieke strubbelingen van toen en weduwen die jaren na het verlies van hun man nog steeds in het zwart gekleed gaan. Ook de rechten van vrouwen zijn nog niet wat ze nu zijn. Zo krijgt Lorenzo’s vriendin van hem het verwijt dat ze niet gecharmeerd mag zijn van het compliment van een andere man en krijgen knappe vrouwen niet mis te verstane insinuaties over hun lichaam. Daarnaast wordt ook gesproken over het feit dat het altijd de vrouwen zijn die moeten keuzes maken en daarbij zaken opgeven. Het is echter niet alsof je als lezer struikelt over de Italiaanse details van die tijd. Het stoort het tempo van het verhaal geenszins en is net voldoende om het aangenaam te kruiden.

De twee hoofdpersonages worden prima uitgewerkt. Beide komen afwisselend aan bod en de lezer leert hen goed kennen. Lorenzo is trots en ambitieus. Hij is zeer principieel en weet van geen wijken. Hij moet en zal zijn doel bereiken ongeacht de prijs die dit hem en zijn dierbaren kost. Deze ver doorgetrokken ambitie en koppigheid zou zeer onaantrekkelijk kunnen zijn, maar de schrijfster portretteert hem op zo’n manier dat de lezer blijft meeleven met hem, of die het nu met zijn keuzes eens is of niet. Agnese is liever en meegaander, zachter en milder. Toch mag ook zij niet onderschat worden. Ook zij is ambitieus op haar manier. ‘Haar ogen straalden ineens, er was een zweem van opwinding in haar stem gekropen, en zelfs haar lichaam had een andere houding aangenomen, stevig en zelfverzekerd.’

Een boeiend karakter is dat van vader Giuseppe, die hoewel slechts een randkarakter, een mooie persoonlijke groei kent doorheen het verhaal.

Het boek eindigt met een epiloog waarin je een generatie later op knappe wijze nog een aantal dingen te weten komt over sommige personages.

Het verhaal gaat over thema’s als liefde, familiebanden en ambitie. Het is soms lief en schattig, soms pijnlijk en ontroerend. De lezer zal enorm meeleven met de lotgevallen van de familie tegen een mooie achtergrond. Francesca Giannone heeft bovendien het lef om haar boek niet met een zeemzoete saus te overgieten, maar daarentegen met realisme een en ander niet goed te laten eindigen. Dat kleine tragische randje maakt het verhaal alleen maar beter.

Met dank aan Libelle voor het recensie-exemplaar.

 

zaterdag 9 mei 2026


Sterke romance, minder sterke beeldspraak

 

Met Drie zomers in een vertaling van Ireen Niessen, is Karen Swan weer aan een nieuw boek toe. De schrijfster is populair in verschillende landen en onder haar bijna dertig boeken zijn er meerdere bestsellers.

In het traditionele havenplaatsje Tricase Porto in het zonnige Puglia wacht Rafaella Parisi vol ongeduld op de jaarlijkse terugkomst van haar goede vriend Cosimo Franchetti. Zijn hertogelijke familie komt elk jaar zes weken genieten van de zomer in het plaatsje. Cosimo en zijn zus Romola zijn zeer goed bevriend met Rafaella en haar vriendin Gina. Het is zomer 1957 en de vier zijn adolescenten geworden. Er ontstaat seksuele spanning tussen Rafaella en Cosimo. Een rampzalig ongeluk die zomer verandert echter alles. Rafaella doet een gelofte met zeer verstrekkende gevolgen. De zomer erop begint het dorp stilaan de gevolgen te merken van die gelofte. In de zomer van 1961 ontmoeten Rafa en Cosi elkaar opnieuw. Kan Rafa het leven zoals ze dat nu kent de rug toekeren en alsnog kiezen voor Cosi?

Het boek is opgedeeld in een proloog, zomer 1957, zomer 1958, zomer 1961 en een epiloog.

Bij het gebruik van beeldspraak vallen negatieve en positieve zaken op te merken. Zo begint hoofdstuk drie met het beeld van het zonlicht dat duizend gouden pijlen weerkaatst. Het daaropvolgende hoofdstuk opent dan weer met muziek als zilveren pijlen. We lezen dat ‘haar naam landde als een vogel op haar schouder’ en minder dan twintig pagina’s verder dat zijn bulderende lach als een dode vogel uit de lucht viel. Toch zijn er ook minder in herhaling vallende beelden te vinden. Zo is de vergelijking van een rol satijnstof met het paard van Troje dat de losse seksuele moraal van Hollywood zou binnenbrengen in de kleine gemeenschap aan zee een grappig en knap beeld. Of ‘Cosimo trok zich terug, met grote teugen happend naar lucht terwijl de wanhoop door zijn hele torso golfde. Hij had het gevoel dat hij een onweersbui had ingeslikt.’ Soms neigt de beeldspraak te veel naar het bombastische. Zo tsjirpten de cicaden op volle sterkte ‘terwijl de schemering op een vurige triomfwagen aan kwam rijden.’ Elders zien we dan weer wel een mooi volgehouden vergelijking met een getijdenstroom, de kust en een bootje op drift, metaforisch gebruikt. En ook ‘Haar huwelijk was een maanlandschap geweest waarin de donkere kant van de maan nooit zichtbaar was geweest’ is een bijzonder mooi beeld.

De auteur slaagt erin om knappe scènes uit te werken. Zo is het gesoebat over de halslijn, de lengte van de mouwen en de lengte van de rok van een bruidsjapon met aan de ene kant de traditionele nonna’s en aan de andere kant de moderne, jonge bruid behoorlijk hilarisch. Andere scènes zijn dan weer snel en koortsig, meeslepend, zeer ontroerend of spannend met hier en daar een twist erin.

De locatie, tijdsgeest en cultuur worden knap in beeld gebracht. Zo wassen de vrouwen nog in het washuis, crushen ze ijs voor drankjes met een ijspriem uit een blok, gaan de nonna’s gekleed in zwarte kleren en werken de dorpsvrouwen maandenlang samen met man en macht aan het kantwerk voor een bruidsjurk of doopjurk. Het traditionele aspect komt nog sterk aan bod wanneer de vrouwen zoals altijd aan land blijven en de mannen uitzwaaien als die op tonijnjacht gaan. Ook het grote verschil in klasse tussen de eenvoudige vissers, groenteboer enzovoort versus de hertog en diens gezin is duidelijk. Zo verschillen de rampen die beide klassen overvallen tussen respectievelijk zwangerschappen die ze zich niet kunnen veroorloven en mislukte oogsten versus de cointreau die op is.

De schrijfster is sterk in de uitwerking van haar personages. De lezer volgt het verhaal vanuit drie perspectieven: Cosimo, Rafaella en haar jeugdvriend Fon Giannelli. Hen leren we uit eerste hand en dus het beste kennen. De andere personages worden minder diep uitgewerkt en staan eerder in dienst van de sfeergeving, hoewel we de bad guy van het verhaal toch ook redelijk leren kennen. De chemie tussen Rafaella en Cosimo is ontegenzeggelijk aanwezig. De ereprijs gaat echter naar Fon, die als bijzonder complex, meerlagig personage zonder enige twijfel het boeiendste karakter van het boek is.

Op de beeldspraak na die af en toe even uit de bocht gaat of in herhaling valt, slaagt Karen Swan erin om een prachtige romance uit te werken tegen het kader van een traditioneel Italiaans dorpje, vol geheimen, intriges en diepgaande gevoelens waardoor je volop meeleeft, mee treurt en mee geniet van alles wat ze haar lezers voorschotelt.




 

Lijvige parel vol licht en donker

 

De Franse Valérie Perrin kennen sommige lezers vast nog van Vers water voor de bloemen dat ik zelf onder zijn oorspronkelijke titel las: De bijzondere levens van Violette. Dat boek sloot ik onmiddellijk in mijn hart en blijft mijn absolute favoriet van deze auteur. Daar dicht op volgend komt echter haar nieuwe roman, Mijn tante Colette, vertaald door Ghislaine van Drunen, Annelies Kin en Nathalie Tabury.

Agnès krijgt bericht dat haar tante Colette is overleden. Dit brengt haar eerder in de war dan dat het haar verdriet doet. Haar tante stierf immers reeds drie jaar geleden. Op aandringen van de politie reist ze toch af naar Gueugnon in de Bourgogne om het lichaam te identificeren. Daar ontdekt ze een verzameling cassettebandjes die haar tante haar naliet met daarop haar levensverhaal. De onopvallende tante blijkt een verleden gehad te hebben vol geheimen.

Deze lijvige roman is opgedeeld in twee grote delen. Daarbinnen springen de korte hoofdstukken van het verleden van Colette in de jaren ‘50 en ‘60 naar het heden van Agnès in 2010, maar ook naar het verleden van Agnès. Ondanks dit voortdurend heen en weer springen, werkt deze vorm en leest deze boeiende roman vlot. De lezer moet er wel tegen kunnen dat elk antwoord een tijdlang alleen maar meer vragen oproept.  

De personages zijn pareltjes. Colette die ogenschijnlijk onopmerkelijk is, met een talent om te verdwijnen, maar wat een krachtige vrouw is zij; Agnès, eeuwig treurend om haar ex; Soudoro, de baarlijke duivel. Daarnaast zijn er nog talloze andere personages die het verhaal mooi inkleuren. Een aantal van hen bepaalt soms het vertelperspectief in de ik-vorm of in een derde persoon.

De thema’s zijn onder meer opofferingsgezindheid uit liefde in al haar vormen, maar ook het kwaad in verschillende vormen tegenover de goedheid van sommige mensen die vaak goed doen in het verborgene. Hoewel de thema’s iets meer duisternis bevatten dan in Vers water voor de bloemen, brengt de schrijfster af en toe een humoristische noot in.

‘De urn zit nog steeds als een braaf kind vast in de veiligheidsgordel.’

Wanneer Soudoro aan het woord is, verandert de stijl. Die wordt eng en spiegelt zo het obsessieve monster dat aan het woord is.

De taal van het boek is mooi en we treffen dan ook vele knappe zinnen aan.

‘Ik kreeg Ana enkele maanden nadat de film was uitgekomen. Met haar vervloog alle hoop op nog een kind. Maar wat geeft het, Ana is in haar eentje alle kinderen waarop ik heb gehoopt.’

‘Ik was de medeplichtige van mijn cipier.’

Ook de beelden zijn vaak ingenieus.

‘Zijn gegiechel klinkt als een sterrenregen die op de lange, sombere lucht wordt afgevuurd.’

‘Wist ik nog niet genoeg? Ik denk dat ik op dat moment besefte dat ik de puzzel niet meer wilde afmaken, maar hem simpelweg in een kast wilde opbergen.’

Hoewel het boek best dik is, zitten er voldoende verhaallijnen, interessante personages en twists in om de lezer geboeid te houden tot het einde. Om met een citaat uit het boek af te sluiten: ‘Als een roman geweldig is, bevat die licht, beelden, woorden en gevoelens. En de personages worden echt omdat je eraan gehecht raakt.’ En dat geldt absoluut voor deze roman.


zondag 5 april 2026

 

Literaire parel van een roadtrip

 

Eva Posthuma de Boer schreef onder meer De hand van Mustang Sally, een ijzersterke roman die Mezza boek van het Jaar werd in 2022. Omdat ik je zie is haar zevende roman. Ook dit boek werd door Mezza gekozen tot boek van de Maand maart 2026.

Lou Rijziger wordt 49 en alles zit haar tegen. Haar man woont quasi permanent in Brussel voor zijn werk, terwijl zij in Amsterdam wegkwijnt in een leeg nest want ook zoonlief is uitgevlogen en studeert nu elders. Daarbovenop is haar vader recent gestorven en is ze rond dezelfde periode ontslagen uit haar job als columnist bij de krant. Haar baas heeft haar een ondankbaar opruimklusje gegeven in het archief van necrologieën. Tegen de verwachtingen in begint Lou zich te interesseren voor het onderwerp van de necrologieën. Wanneer ze ontdekt dat de laatste necrologie waar haar vader aan schreef, verwijst naar een geheim waarvan haar vader tijdens een bezoek aan Spanje de scoop zou krijgen, besluit ze in zijn plaats naar Spanje te gaan en zijn laatste verhaal af te maken. Wat volgt is een roadtrip samen met haar kat, Broer en met het zesjarige meisje Emmy.

Het boek bestaat uit drie delen en komt iets trager op gang dan De hand van Mustang Sally – waar het trouwens een paar keer licht naar verwijst. Eenmaal op gang gekomen, is het echter vlot geschreven en vertelt het een boeiend verhaal. Thema’s zijn de zoektocht naar zingeving in de tweede helft van je leven, zeker na het ondervinden van het Lege Nest, het herevalueren van de relatie en de gedoofde spanning en sensualiteit daarin, schuld, schaamte en vergeving, maar bovenal het zoeken naar identiteit wanneer je erg jong reeds half wees wordt, want Lous mama is gestorven toen ze een klein meisje was.

Deze thema’s zouden het boek zwaar kunnen maken, ware het niet dat de auteur haar verhaal voldoende kruidt met humor.

‘De hele voorraad wijn ging eraan. Er lagen flessen tussen die Cas al jaren bewaarde voor speciale gelegenheden. (…) Cas zou me wat aandoen als hij dat lege rek zag. Gelukkig was Brussel ver.’

Of wanneer Lou denkt Ashes to ashes, dust to stress ball over het zakje as dat ze meekrijgt.

Ook de scènes waarin de kat hotels binnen wordt gesmokkeld zijn grappig.

Net zoals in De hand van Mustang Sally valt de bijzondere literaire kwaliteit van dit boek op. De schrijfster toont weerom hoezeer ze haar métier beheerst. Zo worden spiegelwanden beschreven als volgt:

‘…kordaat begaf de ober zich tussen de tafels door mijn kant op. Zowel links als rechts van hem liep hij met zichzelf mee.’

Wanneer alles goed gaat: ‘Dat kon natuurlijk niet zo blijven, lachte het lot. Maar vooralsnog hield het lot zich koest, reden we, en zat Emmy klaar voor mijn verhaal.’

Naast de vele mooie zinnen, treffen we knappe beelden aan.

Zo wil ze geen liefde op rantsoen want ‘misschien hadden de boeken de lat gelegd en legde ik liefde daarlangs.’

Ook het beeld van de toeristen die als een kudde opgejaagde stieren naar een touringcar dendert om uit de regen te geraken zie je zo voor je.

Posthuma de Boer besteedt veel aandacht aan het zorgzaam vormgeven van haar personages. Zo beschrijft de liefde waarmee Lou haar vaders spullen in zijn werkkamer observeert haar diepe genegenheid voor hem. Lou gedraagt zich niet altijd even netjes onderweg, maar dat maakt haar net zo menselijk. Ze worstelt met het feit dat haar man, Cas, haar alleen gelaten heeft toen hij zijn carrière volgde richting Brussel en haar niet meer echt ziet. Daardoor gaat ze onder meer met opzet massa’s geld uitgeven met zijn creditcard. Het maakt zowel haar als Cas echte mensen met gelaagde persoonlijkheden. Je begrijpt en vergeeft hen. Je kan met hen meeleven en je in hen inleven.

Persoonlijk blijft De hand van Mustang Sally mijn favoriete boek van Posthuma de Boer, maar dit boek zit het kort op de hielen. De literaire kwaliteiten zijn onmiskenbaar, de emoties echt, de humor goed en de roadtrip is er eentje waar je graag bij was geweest – behalve misschien bij het eten in het Ecohotel.


donderdag 8 januari 2026

 

Hartverwarmende roman waarin vrouwen vechten voor hun dromen

 

Met De boekenclub voor dwarse huisvrouwen keert Marie Bostwick na tien jaar hedendaagse romans te hebben geschreven, terug naar de historische roman, zoals ze die in haar beginjaren als schrijfster ook schreef. De vertaling gebeurde door Daniëlle Visser.

Vier huisvrouwen uit het lieflijke Concordia in de VS van 1963 worden stapelgek van het hun opgedrongen leventje als huisvrouw. Betty Friedans boek The Feminine Mystique zet hen ertoe aan een boekenclub te vormen om hun dagelijkse sores te bespreken en dieper in gedenkwaardige boeken te duiken.

Friedans boek The Feminine Mystique speelt een belangrijke rol in De Boekenclub voor dwarse huisvrouwen. Het boek onderzoekt waarom vrouwen zich in de jaren ‘60 zo ongelukkig voelden in de hen door de maatschappij opgelegde rol van huisvrouw, moeder en echtgenote, ook als ze materieel alles hadden. De vrouwen hadden het onbestemde gevoel vast te zitten, maar konden hun ongenoegen niet verwoorden.

De vier huisvrouwen botsen regelmatig op situaties die we nu als bijzonder onrechtvaardig en zelfs surrealistisch vinden. Zo weigert de huisarts aan een van hen anticonceptie voor te schrijven zonder de handtekening van haar man. Een andere vrouw mag geen bankrekening openen wanneer ze begint te werken en heeft de toestemming van haar man nodig om haar zelf verdiende geld te storten op een eigen rekening. In het nawoord vertelt de schrijfster hoe echtparen pas in ’65 het recht kregen op anticonceptie in de VS en vrouwen pas in ’74 het recht kregen een eigen bankrekening te openen. Het zijn obstakels waar we slechts enkele generaties later versteld van staan.

‘De ideeën vond ze prikkelend. Ze leken nieuw, maar hadden tegelijkertijd iets vreemds bekends. Het voelde alsof een sluimerend deel van haar bewustzijn werd wakker geschud.’

Ook de tekortkomingen in Friedans analyse worden aangestipt wanneer er tijdens de boekenclub wordt opgemerkt dat de analyse enkel over witte middenklassevrouwen gaat. Zelfs de bemerking dat ook mannen vastzitten in het keurslijf en er van hen verwacht wordt dat ze het grootste deel van de financiële last dragen, of ze hun baan nu graag doen of verafschuwen, wordt aangestipt door een van de vrouwen. Het geeft dit boek enige diepgang. Toch valt er als minpunt op te merken dat het niet geloofwaardig is dat alle vier de vrouwen er uiteindelijk in slagen hun dromen te volgen in de beklemmende tijdsgeest waarin ze leefden. Het insinueert een grotere slaagkans dan er wellicht mogelijk was in werkelijkheid. Hoe fijn dat ook is om te lezen en hoe hard je dat ook hoopt als lezer, het maakt het boek minder sterk en tamelijk onrealistisch.

De personages worden redelijk goed uitgewerkt. De lezer volgt elk van de vier vrouwen, met een groter aandeel voor het verhaal van Margaret. Het duurt even voor je met hun lotgevallen meeleeft en je met hen gaat identificeren, maar uiteindelijk supporter je voor elk van de vier vrouwen.

Er zitten soms visies in het boek die je even dieper doen nadenken. Dat maakt het een geschikt boek om in een boekenclub te bespreken.

‘Doordat de mogelijkheid om te studeren me werd ontzegd, omdat ze dachten dat ik toch zou trouwen, hebben ze ervoor gezorgd dat ik uiteindelijk ook niet anders kon.’

Hoewel er meer realisme in gestopt mocht zijn, zitten er een aantal goede scènes in het boek die boven de rest uitstijgen en het geheel vormt een aangenaam en hartverwarmend boek dat vast menig lezer zal plezieren.